Weet wat je doet!

Door: C.A. Teunis

 

 

Ga heen, zie, Ik zend u als lammeren te midden van de wolven.
Neem geen beurs, geen reiszak en geen sandalen mee, en groet niemand onderweg.
En welk huis u ook maar binnengaat, zeg eerst: Vrede zij dit huis!
En als daar een zoon van vrede is, zal uw vrede op hem rusten. Zo niet, dan zal uw vrede tot u terugkeren.
Blijf in dat huis en eet en drink wat u door hen voorgezet wordt, want de arbeider is zijn loon waard. Ga niet van het ene huis naar het andere huis.
En welke stad u ook maar binnengaat en men ontvangt u, eet wat u voorgezet wordt,
genees de zieken die daar zijn, en zeg tegen hen: Het Koninkrijk van God is dicht bij u gekomen.
Maar welke stad u ook maar binnengaat en men ontvangt u niet, ga naar buiten, de straat op en zeg:
Zelfs het stof uit uw stad dat aan ons kleeft, schudden wij tegen u af. Maar weet dit, dat het Koninkrijk van God dicht bij u is gekomen.
Ik zeg u dat het voor Sodom verdraaglijker zal zijn op die dag dan voor die stad.
Wee u, Chorazin, wee u, Bethsaïda! Want als in Tyrus en Sidon de krachten gebeurd waren, die in u plaatsgevonden hebben, dan zouden zij zich allang, in zak en as gezeten, bekeerd hebben.
Maar het zal voor Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in het oordeel dan voor u.
En u, Kapernaüm, die tot de hemel toe verhoogd bent, u zult tot de hel toe neergestoten worden.
Wie naar u luistert, die luister naar Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Hem Die Mij gezonden heeft.
Lucas 10 : 3 – 16. 

 

Voorwaar, Ik zeg u: het zal voor het land van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het oordeel dan voor die stad.
Mattheüs 10 : 15

 

Opdracht met een bemoediging
En daar is de opdracht om het evangelie verder te brengen.
Die opdracht blijft.
Jezus neemt de verantwoording voor de gevaarlijke situatie op Zich.
Het woord ‘lammeren’ is een beeld van de weerloosheid.
Het woord ‘wolven’ is een beeld van grimmige vijanden van de gemeente (Hand. 20:29,30).
‘Wolven’ zullen ook opstaan in het midden van de kerk. Langzaam maar zeker. Of plotseling. Maar altijd onverwacht, omdat ze zich eerst gedroegen als een trouwe herder.
Het evangelie ontmoet verzet, ongeloof en vijandschap. Net zoals de Heere Jezus (Lucas 4:28-30).
De HEERE vergadert Zijn schapen door de verkondiging van Zijn Woord. Niet door menselijke kracht, maar door Zijn Geest ( Zacharia 4:6).
De boodschap van het evangelie moet verder zonder daarbij gebruik te maken van uiterlijk vertoon. Ga zoals je bent.
Jezus Christus volbrengt Zijn kracht in menselijke zwakheid (2 Cor. 12:9).
Zijn kracht is onoverwinnelijk.
Daar mogen we op vertrouwen.

 

Wel of geen eeuwige redding
Het evangelie van de Heere biedt vrede aan. Dat is geluk, eeuwige redding.
Iedereen die deze blijde boodschap aanneemt en vasthoudt is een kind van de vrede.
Maar als deze blijde boodschap wordt verworpen, dan komt er een splitsing.
Dat kan in het huwelijk. Of in het gezin. Of in de familiekring. Of onder de vrienden en bekenden. Maar gebeurt zeker in de kerk (1 Cor. 11:19).

 

Het Koninkrijk van God is dichtbij
Door de komst van Jezus naar deze wereld is het Koninkrijk van God dichtbij de mensen gekomen. Heel dichtbij. Dat geldt voor iedereen die de bijbel leest en getrouwe prediking hoort. Daarom geeft de Christus de opdracht om het zuivere evangelie duidelijk te verkondigen.
Vanwege de grote ernst daarvan: het weggooien van de blijde boodschap is het weggooien van eeuwige redding.
Aan het verwerpen en verdraaien van het evangelie mogen we niet mee doen. Zelfs het stof dat de dwaling aankleeft zullen we afschudden: alle gemeenschap met eigenwilligheid verbreken.

 

Het Koninkrijk van God is werkelijkheid
De werkelijkheid van het Koninkrijk van God wordt niet ongedaan gemaakt door eigenwilligheid en ongeloof van mensen
Dat blijkt uit de geschiedenis van Sodom. Sodom was een broeinest van goddeloosheid en zedeloosheid. Het werd verwoest door Gods straffend recht.
Het zal voor de geweldige zondaren van Sodom en Gomorra verdraaglijker zijn op de dag van het eindoordeel dan voor degenen die met het Evangelie in aanraking zijn gekomen en het verworpen hebben.
Kapernaüm was de plaats waar Jezus was gaan wonen, zodat het Zijn stad genoemd werd  (Mattheüs 9:1). De mensen kenden Hem wel. Maar alle menselijke hoogmoed is verdwenen in het dodenrijk, ook al heeft men Jezus nog zo goed gekend, net zoals bij die rijke man, zie Lucas 16:23.

 

Alleen degene die in de Zoon van God gelooft heeft eeuwig leven
We zijn geroepen daar te gaan waar het Woord getrouw wordt aanvaard, waar de sacramenten getrouw worden bediend, waar de tucht op de juiste manier wordt toegepast (NGB art. 29).
De geloofsband gaat boven de bloedband, of welke aardse band dan ook.
Jezus geeft de opdracht om je niet te laten beïnvloeden door onzuivere verkondiging of toepassing van Zijn Woord. Aan zulke zonden mogen wij niet meedoen.
Hij wil Zijn schapen beschermen tegen eigenwilligheid.

Iedereen die in de Zoon van God gelooft, heeft eeuwig leven, maar iedereen die de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op Hem (Joh. 3:36).

Gods trouwe kinderen zullen niet worden als Sodom en Gomorra, ook als de HEERE van de legermachten maar een klein aantal gelovigen overlaat (Jesaja 1:9).

image_pdfimage_print