Vergeefs geleefd?

Vandaag aflevering 30 in de rubriek ‘Genade geneest’.

 


 

Zou het mensdom, zo zingen wij het in een van de berijmde psalmen, dan vergeefs op aarde zijn geschapen? Waarom – zo staat het in de Statenvertaling, zoudt Gij aller mensen kinderen tevergeefs geschapen hebben? En in de Nieuwe Vertaling: gedenk tot welke nietigheid Gij alle mensenkinderen geschapen hebt (Ps. 89).

Ja, als we leven bij wat we met de ogen zien kunnen, wat wij in dit leven kunnen waarnemen, dan zouden wij haast geneigd Zijn op de vraag van de dichter te antwoorden: ja, tevergeefs. Zonder zin. Wat zin heeft het dat er dagelijks miljoenen mensen worden geboren en dat toch ook op diezelfde dag miljoenen mensen sterven?

Ja, wat zin heeft dat?

Die vraag kan onwillekeurig opkomen als we kennis nemen van al die sterfgevallen, die dagelijks in de krant worden vermeld, of die per rouwkaart aan ons worden bekend gemaakt. Die vraag klemt te meer, als het de dood van een kind is, waarvan wij kennis ontvangen. Vooral als het ook nog is van een kind dat nooit of maar zeer korte tijd de blijdschap van gezond zijn heeft gekend, dat van de morgen tot de avond de verzorging van vader en moeder nodig heeft. U zult ze allen wel gekend hebben, kinderen, van of bijna van de geboorte af aan invalide, volkomen afhankelijk van de liefderijke zorg der ouders. En dan komt straks het eind, de dood en het graf. Een leven, dat een aaneenschakeling was van moeite en zorg, wordt afgesneden.

Tevergeefs geleefd?

Het mag zo lijken, maar geen vader en moeder, die de Heere vrezen – want ik heb het over kinderen van godzalige ouders – zullen dat ooit toegeven. Al moet en mag ook gezegd worden, als de Heere die kleinen wegneemt, en ons van de zorg voor hen ontslaat, omdat Hij ze in Zijn Vaderhuis opneemt, al moet en mag gezegd worden, dat ze verlost zijn door de Heere, toch is hun leven niet tevergeefs geweest, en hebben de ouders ze niet voor niets verzorgd.

Niet alleen, dat ze met al hun hulpbehoevendheid vaak ‘het zonnetje in huis’ waren, en dat de ouders er veel vreugde van beleefden, maar het waren toch kinderen van God, en al waren ze hier dan zwak, machteloos, ziek, gebrekkig, de Heere Jezus, die ook de kinderen liefheeft, maakt ze tot levende stenen van Zijn Kerk. Al mocht het schijnen dat alleen de dood een eind kan maken aan de levensmoeiten. Het leven werd toch door de Heere gewerkt‚ en Hij onderhoudt het zelfs door de dood heen.

Ik heb wel eens tot zulke ouders gezegd, als de Heere zulk een kind van hen wegnam: gefeliciteerd dat u christenen bent. Want dat betekent dat uw kind een kind van de Heere was.

Tevergeefs geleefd?

Nee. Integendeel. Geleefd voor de Heere. Geleefd om in te gaan in Gods hemels Koninkrijk. Geleefd om straks gezond naar geest en lichaam in eeuwigheid de Heere te loven. En zouden wij dan zeggen: tevergeefs geleefd?

Het is begrijpelijk, dat met meewarigheid naar zulk een gehandicapt kind gekeken wordt, begrijpelijk ook dat ouders bij het ontvangen van zulk een kind een gevoel van teleurstelling bespringt, maar het is geloofszaak, ook zulk een kind te ontvangen en te hebben en voor de Heere te verzorgen. Tevergeefs geleefd? Wie zou het durven zeggen?

 

 

image_pdfimage_print