Particulier en vertrouwelijk (1)

Door: M.R. Vermeer

 

De GS Lansingerland 2017-2018 heeft op 16 december 2017 een publicatie doen uitgaan na besluitvorming inzake een plaatselijke kwestie. Naar aanleiding van deze besluitvorming en publicatie is in de kerken ernstige verontrusting ontstaan. Ook op deze website is in verscheidene artikelen uiting gegeven aan deze verontrusting (zie onder ‘Kerkelijke ontwikkelingen’).

Verontruste broeders en zusters krijgen soms het verwijt dat zij ‘bemoeials’ zijn. De onderliggende kwestie is immers een particuliere, vertrouwelijke zaak! Als Schriftwoorden ter vermaning van deze broeders en zusters worden onder meer 1 Petr. 4:15 (‘lijden als iemand die zich met de zaken van iemand anders bemoeit’) en het negende gebod (‘vals getuigenis’) gehanteerd. Daarnaast zou de recente kerkelijke geschiedenis (ontstaan GKN) het gevaar van deze ‘bemoeizucht’ onderstrepen.

Het is daarom goed om stil te staan bij de omgang met recente besluiten en handelingen van de GS Lansingerland 2017-2018.

 

Publieke mededelingen
Een enkele keer komt men de gedachte tegen dat verontrusten als het ware ‘actie voeren’ omdat zij het met ‘de synodebesluiten’ niet eens zijn, waarbij zij zich als een ‘bemoeial’ willen indringen in een particuliere, vertrouwelijke zaak.

De feiten liggen toch anders. Het is de classis Noord-Oost die zich tot de kerken heeft gericht met de (onjuiste) beschuldiging dat een kerk “de samenwerking (…) heeft opgeschort, en zich zo metterdaad buiten het kerkverband heeft geplaatst” (zie de notitie ‘Credentie, Samenwerking en Opschorten’ op deze website). Het is de synode die zich tot de kerken en leden heeft gericht met onbewezen beschuldigingen: independentisme, sectarisme… Een publicatie waarbij men zich kan afvragen of die in overeenstemming is met de geboden van de Here (zie het artikel ‘Mag dat?’ op deze website).

Ook ligt er een ‘oproep tot reformatie’ in de kerken. Een oproep die juist niet allerlei vertrouwelijke zaken openbaar maakt om zo ‘toch gelijk te halen’. Integendeel, een oproep die een zorgvuldige verantwoording bevat. Een oproep die voor alle kerken en leden van DGK is bestemd en door hen niet zomaar terzijde mag worden geschoven, omdat zij aan de hand van Schrift, belijdenis en kerkorde duidelijk het verval in de kerken aantoont.

 

Het gevaar van bemoeizucht
Laat niemand dan ook menen dat verontrusten zich willen indringen in een particuliere, vertrouwelijke kwestie, om eens te ontrafelen ‘wat er echt aan de hand was’. De zonde van ‘bemoeizucht’ moet door ieder kerklid inderdaad vanaf het begin worden weerstaan. In 1 Petr. 4:15 wordt gewaarschuwd om geen ‘bemoeial’ (letterlijk: ‘opziener over een ander’) te zijn. Een waarschuwing om in de samenleving niet als betweter en bemoeial op te treden, maar “rustig te zijn en uw eigen zaken te behartigen” (1 Thess. 4:11). Een houding die ons ook in de kerk past.

Kerkleden zijn vatbaar voor deze zonde. Niet alleen ‘gewone’ kerkleden, maar overigens ook ambtsdragers. Bij dit laatste is door ds. D.K. Wielenga (lector te Kampen) stilgestaan in een rede op een Schooldag in de jaren ’60 te Kampen. Hij wijdde zelfs zijn gehele toespraak, onder de titel ‘Pastoraal zelfonderzoek’, aan het optreden van predikanten in de kerkelijke crisis van zijn dagen:

 “Er bedreigt ons predikanten geen groter en dodelijker gevaar dan dat van de dominocratie. Het bazen over elkaar, het bazen over de ouderlingen, het baasspelen in de gemeente. (…)
Wanneer herders en leraars de profetenmantel zich omhangen en menen het alleen te weten en zich verheffen op hun studie en geleerdheid, wat is dat voor een mentaliteit? Zijn we dan herders of huurlingen?”[1]

In deze context wees ds. Wielenga ook op het gevaar dat predikanten zich een oordeel aanmatigen over moeiten of tuchtzaken in andere kerken nog voordat kerkelijke besluitvorming is afgerond:

“Wanneer wij (nl. de predikanten, MV) ons blijven bemoeien met de tuchtzaken over ambtsdragers in andere kerken en de mededelingen van die kerken niet voor kennisgeving aannemen en daarnaar handelen, maar opwekken om daartegen in te gaan, tot in kerkenraadsbrieven toe, dan verstoren we de vrede en gaan buiten de orde. We weerspreken en weerstaan Petrus in het aangezicht, die bemoeials aan de kaak stelt. En we zijn dan veel wijzer dan de wijze koning Salomo die tot onze lering heeft geschreven: Wie zich mengt in een twist die hem niet aangaat, is als iemand die een voorbijlopende hond bij de oren grijpt. Spr. 26:17.”[2]

Ook een meerdere vergadering moet zich wachten voor deze zonde van bemoeizucht, door zich niet te gedragen als een bestuur met eigen regels en gezag, of door onbehoorlijk op te treden in een plaatselijke kerk. Ook dát is ‘bemoeizucht’.

 

Particuliere zaak
In dit verband is de vraag van belang: wat is nu eigenlijk een ‘particuliere zaak’? Soms wordt hiermee een ‘niet-openbare’ zaak aangeduid. Een meer juiste omschrijving is dat het gaat om “zaken die betrekking hebben op de eigen situatie van één of meer personen of van één enkele kerk”.[3]

Een particuliere zaak hoeft niet vertrouwelijk te zijn. Zo was bijvoorbeeld een preek van ds. D. Ophoff te Nieuwegein in 1996 met een onschriftuurlijke leer over de zondag als rustdag een particuliere zaak: dit was immers een preek van één predikant in één kerk! Toch was deze preek uitgesproken in een publieke eredienst en daarmee niet vertrouwelijk. De besluiten hierover zijn dan ook opgenomen in de openbare Acta.[4] Zelfs als het gaat om een particuliere zaak die betrekking heeft op één bepaalde persoon hoeft dit niet altijd een vertrouwelijke zaak te zijn: een voorbeeld uit de periode vóór de Vrijmaking van 2003 is een bezwaar tegen een tot ouderling verkozen broeder die om economische redenen zondagsarbeid verrichtte. Ook dit besluit is (uiteraard zonder naam van de betreffende ouderling, maar met naam van appellant) in de openbare Acta gepubliceerd.[5]

Een particuliere zaak hoeft ook niet beperkt te blijven tot één kerk of tot één of enkele personen. Een voorbeeld is weer de preek over de zondag als rustdag: als in één kerk de vrijheid voor een dergelijke leer wordt gelaten, kan zij moeilijk elders worden tegengestaan. In het blad Reformanda is er in het verleden dan ook terecht op gewezen dat de synode ten onrechte had bepaald dat dit besluit niet geratificeerd hoefde te worden in de plaatselijke kerken omdat er geen rechtseffect zou zijn.[6] Er was wel degelijk een rechtseffect in de kerken!

De gedachte dat een particuliere zaak ‘als zodanig geen beoordeling door alle kerken of haar leden behoeft’, is dan ook alleen juist wanneer het ‘als zodanig’ niet wordt vergeten.[7] De besluitvorming in een particuliere kwestie kan een bepaald rechtsgevolg hebben wat meerdere of zelfs alle kerken en leden aangaat.

Verontruste broeders en zusters krijgen soms ook het verwijt dat zij zich bemoeien met een ‘vertrouwelijke zaak’. In een volgend artikel hopen we in te gaan op wat ‘vertrouwelijk’ inhoudt, en ook stil te staan bij het toetsingsrecht.

 

[1] D.K. Wielenga, De akker is de wereld (Amsterdam: Ton Bolland, 1971), p. 120.

[2] Wielenga, op. cit., p. 121.

[3] Acta GS Heemse 1984, art. 124, besluit 2, lid1.

[4] Acta GS Zuidhorn 2002-2003, art. 52.

[5] Acta GS Zuidhorn 2002-2003, art. 60.

[6] P. van Gurp, ‘Synodebesluiten en kerkgemeenschap (slot)’, Reformanda 13/3 (22 jan. 2003), pp. 33-35.

[7] Voor deze gedachte zie de Acta GS Heemse 1984, art. 124, grond 3.