Om de ware katholiciteit (1)

Door: M.R. Vermeer

 

De generale synode van De Gereformeerde Kerken (hersteld) is inmiddels afgesloten. Velen van ons zullen zich deze synode herinneren als een verdrietige synode, die scheuren heeft getrokken in het kerkelijk leven.

In een toespraak tijdens de slotzitting op 2 juni jl. is door de synode-adviseur dr. P. van Gurp benadrukt dat het op de synode steeds weer ging om “de katholiciteit van de kerk”. Bij de besluitvorming inzake DGK Marïënberg, de GKN, de Westminster Confessie en de zusterkerk te Abbotsford, steeds zou het zijn gegaan om deze ‘katholiciteit’.

Maar wat betekent het om katholieke kerk te zijn? En is de besluitvorming in genoemde zaken werkelijk overeenkomstig de katholiciteit van de kerk? Ging het bijvoorbeeld in de besluitvorming inzake DGK Mariënberg werkelijk om “niets minder dan het bewaren van de katholiciteit van de kerk tegenover een binden boven Schrift en belijdenis”, zoals de synode-adviseur beweert?

 

Katholiek = algemeen
We belijden iedere zondag de katholiciteit van de kerk met de Apostolische Geloofsbelijdenis: “Ik geloof een heilige, algemene, christelijke kerk”. We belijden dus een algemene, een katholieke kerk. Deze katholiciteit belijden we ook in Zondag 21 van de Heidelbergse Catechismus (‘Wat gelooft u van de heilige, algemene, christelijke kerk?’) en art. 27 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis (‘Wij geloven en belijden één katholieke of algemene kerk’).

Het woord ‘katholiek’ betekent letterlijk ‘overeenkomstig het geheel’ en verwijst dus naar een ‘geheel’, naar een ‘totaliteit’ of ‘algemeenheid’. Bij deze algemeenheid dient in de eerste plaats gedacht te worden aan de verspreiding van de kerk door de tijd, over alle plaatsen, uit alle culturen. In de tweede plaats gaat het bij de katholiciteit om de vergadering in de eenheid van het ware geloof: de katholieke kerk is de kerk die vasthoudt aan het katholieke geloof.

 

Een Schriftuurlijke zaak
Hoewel het woord ‘katholiek’ in de bijbel niet voorkomt, is de katholiciteit van de kerk duidelijk een Schriftuurlijke zaak. In het Oude Testament is er reeds de belofte van katholiciteit: “In u zullen alle geslachten van de aardbodem gezegend worden” (Gen. 12:2). Vooral is de katholiciteit van de kerk zichtbaar geworden onder het nieuwe verbond. Het evangelie wordt breed-oecumenisch gepredikt, d.w.z. in de ‘gehele bewoonde wereld’ (=oikumene ofwel ‘oecumene’, Matth. 24:14), tot een getuigenis voor álle volken.

In Efeze 2 wordt er rijk van gesproken dat het heil is uitgegaan naar Joden én heidenen, dat Christus hen één heeft gemaakt door de “tussenmuur, die scheiding maakte, af te breken” (Ef. 2:14). Ook het tweede hierboven genoemde aspect van katholiciteit komt in de brief aan Efeze duidelijk naar voren: de christelijke kerk is de vervulling van Hem die alles in allen vervult (Ef. 1:23), dus de kerk waarin Christus Zijn heerschappij uitoefent.

De katholieke kerk, die uit élke stam, taal, volk en natie is gekocht met Zijn bloed (Openb. 5:9), zal uitlopen op de stad met een vrije toegang voor de naties die zalig worden (Openb. 21:24).

 

De katholiciteit geen afzonderlijke eigenschap
De katholieke kerk heeft nog drie eigenschappen: eenheid, apostoliciteit en heiligheid. Wij geloven één heilige, algemene en apostolische kerk (Geloofsbelijdenis van Nicea). Om het met de woorden van Efeze 2:20-21 te zeggen: de katholieke kerk is het éne gebouw (eenheid) op het fundament van apostelen en profeten (apostolisch), wat verrijst tot een heilige tempel (heiligheid). De kerk ontvangt deze eigenschappen als gaven van Christus en door Zijn Geest.

Deze eigenschappen mogen niet los van elkaar worden beschouwd: ze zijn tegelijk aanwezig, of zijn er niet. De kerk die niet één is onder Christus haar Hoofd, de kerk die niet staat op het fundament van apostelen en profeten, de kerk die niet heilig (afgezonderd) is – deze kerk is niet katholiek. De katholiciteit zonder heiligheid zou bijvoorbeeld verworden tot een interreligieus of interkerkelijk ‘universalisme’: de katholieke kerk wordt vergaderd uit het hele menselijke geslacht en is daarom universeel; deze kerk wordt echter ook vergaderd uit het hele menselijke geslacht en is daarom niet universalistisch.[1] De katholieke kerk is niet van de wereld, zoals Christus niet van de wereld is (Joh. 17:14).

 

De katholiciteit en de kenmerken
Waar is deze katholieke kerk te vinden? Hiervoor zijn de kenmerken uit art. 29 NGB als herkenningstekens gegeven: de zuivere prediking van het evangelie, de zuivere bediening van de sacramenten en de tucht. Het ene, allesbeheersende kenmerk hierbij is: “Kortom, dat men zich richt naar het zuivere Woord van God”.

De eigenschappen van de kerk geven dus aan wat de kerk is en de kenmerken geven aan waar deze kerk te vinden is. Het is goed om dit onderscheid in het oog te houden. Het is de katholieke kerk die gevonden wordt in een kerk waarin Gods Woord alleenheerschappij heeft. We moeten dan ook beginnen bij het begin (art. 27 NGB) en uitgaan van de katholieke kerk. Wanneer wij vervolgens “nauwgezet en met grote zorgvuldigheid (…) onderscheiden welke de ware kerk is” (art. 29 NGB), tonen deze kenmerken ons de katholieke kerk. We zijn voluit ‘katholiek’ bezig, wanneer we ons voegen bij een kerk-met-de-kenmerken.

Wanneer dit onderscheid, beter gezegd deze samenhang, tussen eigenschappen en kenmerken uit het oog wordt verloren, kan er gemakkelijk ontsporing ontstaan. Dan gaat de ‘katholiciteit’ als zelfstandig criterium fungeren, los van de kenmerken van de kerk. Dan zou er sprake zijn van ‘katholiciteit’ wanneer wíj menen (of ‘men’ roept) dat er ‘breedte’ is tegenover ‘versmalling’, of ‘ware kerk’ tegenover ‘sekte’. De brede katholieke kerk vinden wij echter daar waar het kenmerk, het herkenningspunt aanwezig is: Gods Woord heeft alleenheerschappij.

 

Katholiciteit: ja, maar hóe?
In de jaren ’30 van de vorige eeuw was er een synode waarop het kwam tot een ontsporing inzake de katholiciteit. Op de GS Amsterdam 1936 is de katholiciteit veelvuldig genoemd, ja, psalmen werden opgeheven over de katholiciteit: ‘’k Zie Rahab, ik zie Babel tot Uw eer, Bij hen geteld, die Mijne grootheid zingen’ (Psalm 87:1, berijming 1773). Deze synode besloot ‘vanwege de katholiciteit’ tot onderzoek naar ‘leergeschillen’, waaronder het leergeschil inzake de ‘pluriformiteit van de kerk’. Sommige theologen (bijv. K. Schilder) hadden immers beweerd dat de ‘pluriformiteit’ in strijd zou zijn met de belijdenis… De synode zag hierin een noodzaak tot onderzoek naar voren komen:

“Wie alleen maar de Geref. Kerken erkent als de enig ware kerk kan niet ijveren voor toenadering tot andere kerken, want die zijn er dan niet. Dat is een breken van de katholiciteit van de kerk”.[2]

Wij weten inmiddels, een aantal generaties later, waarop de behandeling van deze leergeschillen is uitgelopen: “Het uiterste sektarisme voer onder de vlag van de katholiciteit”.[3] Onder de vlag van deze ‘katholiciteit’ zijn trouwe dienaren uitgeworpen (K. Schilder, S. Greijdanus). Door prof. Kamphuis is in de jaren ’60 (toen er weer idolaat werd gesproken over een bepaalde ‘katholiciteit’, nu door de ‘buitenverbanders’) over het spreken op deze synode opgemerkt:

“Maar inderdaad: hier stuit u op de kern van het verzet tegen de ‘doorgaande reformatie’ in de dertiger jaren (…). Want bij de beantwoording van de vraag: Wat verstaat u onder de katholiciteit van de kerk, is geestelijk onderscheiden nodig; hier scheiden namelijk wegen. Dat is toch zeker ook één van de ‘lessen van de geschiedenis’, waar de zonen van de reformatie van moeten willen leren. Doen ze het niet, dan verzuimen ze het tot hun eigen schade! H.H. Kuyper (een synodale hoogleraar, zoon van Abraham Kuyper, MV) en K. Schilder, ze spraken beiden van de katholiciteit van de kerk en ze hebben beiden zich er voor ingezet. Toen wérden ze elkaars grote tegenstanders. Want beslissend is niet óf u van katholiciteit spreekt, maar hóe u er van spreekt. Zal dan de generatie van de zestiger jaren niet nauwkeurig toetsen, wat men wil, wanneer er weer een vaandel ontplooid wordt en de katholiciteit ken- en slagwoord wordt? Wat is de zin daarvan?”.[4]

Ook voor de GS Lansingerland 2017-2018 was, aldus de synode-adviseur, de katholiciteit van de kerk het overkoepelende thema. We dienen dan wel na te gaan: hoe is er gesproken over katholiciteit? Wat wil men? In het volgende artikel wordt daarop ingegaan.

 

[1] J. Faber, Essays in Reformed Doctrine (Neerlandia, Alberta: Inheritance Publications, 1990), p. 64.

[2] Geciteerd via J. Kamphuis, Verkenningen I. Opstellen over Kerk en Uitverkiezing (Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1963), p. 40.

[3] Ibid., p. 39.

[4] Ibid., p. 42.