Kerk en krant (3)

Door: J. Bos

 

In het tweede hoofdstuk van het boek Eigentijds en eigenzinnig[1] wordt de geschiedenis beschreven van de aanloop naar 1967 en 1971, toen het ND en het RD verschenen. We halen er enkele gedeelten uit waarin de relatie tussen kerk en krant aan de orde komt.

‘Het Gereformeerd Gezinsblad kwam voort uit een kerkscheuring binnen de Gereformeerde Kerken in 1944 en groeide uit tot dagblad. Het zou op 30 december 1967 de naam veranderen in ‘Nederlands Dagblad’ om de landelijke ambitie te onderstrepen. Op 1 april 1971 verscheen het Reformatorisch Dagblad.’ (p. 39)

‘In het ND werd de identiteit gestempeld door een interne strijd. De kerkscheuring die zich in 1967 in vrijgemaakte kring voltrok, werd door het ND als oplossing verwelkomd. Het RD kwam door maatschappelijke druk tot stand, met name door ontwikkelingen in synodaal gereformeerde kring. Met het RD ontworstelden bevindelijk gereformeerden zich aan de invloedsfeer van deze wereld.’ (p. 39)

Betreffende het ND beschrijft Van den Belt hoe het is voorafgegaan door het blad De Vrije Kerk. Dit blad is begin 1946 opgericht door het samengaan van twee bladen die eerder in de loop van 1945 waren verschenen, het blad Reformatie Stemmen en het blad waarvan de titel werd overgenomen, De Vrije Kerk. Vanaf eind 1947 werd gewerkt aan de uitbouw tot dagblad.

‘Het was een periode waarin vrijgemaakt gereformeerden in toenemende mate hun eigen organisaties oprichtten omdat ze een ‘ethisch conflict’ hadden met de synodaal gereformeerden.
Wat hield dit conflict in? Veel vrijgemaakt gereformeerden vonden het niet eerlijk dat de synodaal gereformeerden het conflict tot de kerk beperkten. Het kerkelijke conflict strekte zich volgens hen uit tot het hele leven. Dit leven was in de ogen van vrijgemaakt gereformeerden één geheel waarin de kerk een allesbepalende plaats innam. De synodaal gereformeerden daarentegen zagen de kerk als een maatschappelijk orgaan naast andere organisaties. Samenwerking met vrijgemaakt gereformeerden op alle dagen behalve de zondag was voor synodaal gereformeerden daardoor een mogelijkheid. Voor vrijgemaakt gereformeerden niet. In dit licht kon Trouw niet functioneren als dagblad, de ARP evenmin als politieke partij.[2] De oprichting van vrijgemaakt gereformeerde organisaties kwam bekend te staan als de ‘doorgaande reformatie’.’ (p. 42)

Per 1 maart 1948 werd P. Jongeling hoofdredacteur van De Vrije Kerk, dat intussen Gereformeerd Gezinsblad als ondertitel had.

‘Jongeling [tekende] onder meer voor de woorden: Hij onderwerpt zich aan de waarachtige leer der zaligheid zoals deze is uitgedrukt in de Heilige Schrift en de Drie Formulieren van Enigheid en belooft de doorgaande reformatie op elk terrein van het leven te propageren en te bevorderen.’ De verwijzing naar de Bijbel en de belijdenisgeschriften waren niet uniek vrijgemaakt, het begrip ‘doorgaande reformatie’ was dat wel en werd hiermee officieel beleid. In een artikel in De Vrije Kerk legde Jongeling dit ideaal van de doorgaande reformatie uit en expliciteerde hij de doelstelling van het blad. De bestaande christelijke dagbladen, zo schreef Jongeling in zijn eerste week als hoofdredacteur, waren huiverig voor de gereformeerde inhoud. Ze hielden rekening met de diversiteit onder hun lezers. Met alle gevolgen van dien: ‘Mensen die ’s Zondags een preek kunnen beoordelen als de beste, laten in de week bladen in hun gezinnen toe, die afbreken wat er ’s Zondags door de gehoorzame prediking moeizaam is opgebouwd.’
De Vrije Kerk moest daarentegen klare taal spreken door het juiste gewicht toe te kennen aan Bijbel en belijdenis. Deze klare taal klonk alleen in de vrijgemaakte kerk en daarom kon alleen deze kerk het uitgangspunt van de krant zijn. Andere bladen waren niet zomaar wat minder gereformeerd, ze deden afbreuk aan de gereformeerde waarheid. Alleen zijn blad, zo claimde Jongeling, had de waarheid in pacht en alleen zijn blad kon dus gelden als vertegenwoordiger van ware gereformeerden. De hoop was dat zo veel mogelijk gereformeerden dit gingen inzien en zich zouden herkennen in het werk van Jongeling. Hij wilde ze allemaal aan zich binden, om ze vervolgens kerkelijk samen te brengen ‘in de weg der gehoorzaamheid’. Oftewel: de stoet vaandeldragers bij De Vrije Kerk moest net zo lang groeien totdat uiteindelijk alle christenen zich daarbij hadden aangesloten door zich waarlijk gereformeerd op te stellen.’ (p. 44-45)

Vanaf 15 april 1948 was Gereformeerd Gezinsblad de hoofdtitel van de krant.

‘Waarom abonneerde een toenemend aantal vrijgemaakten zich op dit blad? De actualiteit was zeker niet het belangrijkste ideaal dat in de krant gestalte moest krijgen. Dat was de doorgaande reformatie, een principe dat voortkwam uit de strijd tussen synodaal en vrijgemaakt gereformeerden. Media die hieraan niet voldeden en gestoeld waren op een ‘valse kerk’ of een interkerkelijke structuur schoten tekort. De redactie van het Gereformeerd Gezinsblad daarentegen dronk uit de bron van de ware kerk.
(…)
[De krant] was niet zozeer ontstaan vanuit een specifiek journalistieke droom, maar vanuit het verlangen de kerk de centrale plaats te geven in het maatschappelijk leven die haar toekwam. Alle organisaties moesten wortelen in de ware kerk, zo ook het dagblad. Dus: de kerk was één en daaruit vloeide onder andere een eigen dagblad voort.’ (p. 46-47)

We leggen een link met de actualiteit. In een interview in het RD van 3 maart 2022[3] wordt aan de GKN-predikant L. Heres de vraag gesteld:
‘De Gereformeerde Kerken vrijgemaakt zagen zich lange tijd als de ware kerk. En de GKN?’
Daarop antwoordt hij:
‘Het wordt gevaarlijk als je jezelf de enige ware kerk gaat noemen. Want dan versmal je het werk van Christus tot het resultaat van je eigen gehoorzaamheid. Dan word je blind voor je eigen beperktheid en doe je tekort aan het „samen met al de heiligen”, waarover Efeze 3:18 spreekt.’
Tegelijkertijd willen we er graag aan vasthouden dat we ware kerken van Christus zijn, wat overigens beslist niet betekent dat we zuivere kerken zijn. Ik spreek mijn gemeente ’s zondags bewust aan als „gemeente van Christus.” Als de plaatselijke kerk een openbaring van het lichaam van Christus is, mag je ook spreken van de ware kerk.[4] Wel is het belangrijk om te beseffen dat we leven in een situatie van kerkelijke gebrokenheid. Ik zie dat als een zondige gebrokenheid, waar we zelf mede schuld aan dragen. Als GKN zijn we zeker niet de enigen.

Wellicht komt dit interview later nog eens aan de orde. Voor nu laten we het bij de conclusie dat het Gereformeerd Gezinsblad in GKN-ogen wel een gevaarlijke krant moet zijn geweest.

 

[1] Christoph van den Belt, Eigentijds en eigenzinnig, Een geschiedenis van het Nederlands Dagblad en het Reformatorisch Dagblad (1960-2000), Amsterdam, Prometheus, 2021
[2] Opmerkelijk is dat de Staatkundig Gereformeerde Partij (SGP), die immers al sinds 1928 bestond, in dit verband niet wordt genoemd. Het is overigens logisch dat aansluiting daarbij sowieso geen optie was, aangezien deze politieke partij niet in de ‘ware kerk’ geworteld is.
[3] https://www.rd.nl/artikel/965742-gkn-zetten-in-op-verbond
[4] Zie met betrekking tot deze opmerking de volgende artikelen op deze website:
https://www.semper-reformanda.nl/gespreksdocument-1/  (slot van het artikel)
https://semper-reformanda.nl/gespreksdocument-10-slot/ (punt 3)
Daaruit kan de lezer duidelijk worden dat zulk spreken over de kerk ‘fout en allerminst naar de belijdenis’ is (ds. I. de Wolff).