Het geloof- van waar?

Vandaag aflevering 53 in de rubriek ‘Genade geneest’.

 


 

Door genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit uzelf, het is een gave van God. Die in de Zoon gelooft, heeft eeuwig leven, maar wie de Zoon ongehoorzaam is, zal het leven niet zien, maar de toorn van God blijft op hem.

Dergelijke Schriftwoorden zijn er bijna in het oneindige bij te brengen, om ons op het hart te binden: niet uit ons, ’t is al uit Hem, zo gaan wij naar Jeruzalem.

En- het spreekt wel vanzelf- als onze eeuwige toekomst afhang van het geloof, dat dan van niet minder betekenis is de vraag: hoe word ik een gelovige? Hoe kom ik aan die gave van het geloof? Hoe blijf ik een gelovige? Hoe blijft mijn geloof ondanks alle aanvechtingen van de satan en alle moeilijkheden in stand?

Het is helaas niet te ontkennen dat de zekerheid van het geloof een schaars gevonden goed is. Dat ligt niet aan de Here, Die zo klaar en duidelijk tot ons spreekt. Dat ligt aan ons, die zo moeilijk dat spreken van de Here aanhoren en in vertrouwen aanvaarden.

Het is de Heilige Geest, Die het geloof in onze harten werkt. En Hij doet dat in de regel door de verkondiging van de Evangelie.

Zo zegt de Heiland tot Nicodemus: tenzij iemand geboren wordt uit water en Geest, hij kan het Koninkrijk van God niet binnengaan. En tot de Joden zegt Hij: de Geest is het die levend maakt. En de apostel Paulus zegt: niemand kan zeggen: Jezus is Here, dan door de Heilige Geest.

Het is een grote zegen, als de Here ons godvrezende ouders gaf, die ons onderwijzen in het volle, rijke, ongeschonden en onverminkte Woord van God. Maar genade, ook de genade van het geloof, is geen erfelijke zaak. Want ouders hebben geen beschikking over het kinderhart. Ook het kinderhart is van nature boos en onontvankelijk. Alleen de Heilige Geest heeft de sleutel tot het hart. Hij kan het openen.

Het geeft oorzaak tot grote dankbaarheid, als de Here ons getrouwe herders en leraars geeft, die de rijke schatten van het Verbond van God voor ons uitstallen, die het Woord recht verkondigen. Maar – hoe trouw ze zijn – ook zij kunnen niet doordringen tot het hart van hun hoorders. Als de Heilige Geest niet het zwaard van het Woord hanteert, dan baat het niet (al neemt dit de grote verantwoordelijkheid van de mens, die weigert op zo grote zaligheid acht te geven, niet weg). Wat is Apollos? zo vraagt Paulus. Of wat is Paulus? Dienaren, door wie u tot geloof bent gekomen, en wel zoals de Here dat aan een ieder geschonken heeft. Ik heb geplant, zo zegt Paulus verder, Apollos heeft begoten, maar God gaf de wasdom. Daarom, noch wie plant, noch wie begiet, betekent iets, maar God, die de wasdom geeft.

De Heilige Geest gebruikt als middel om het geloof in ons hart te werken, het Woord van God. Daarom wordt dat Woord ook genoemd het zaad van de wedergeboorte. Het Woord is het Instrument van de Geest, waardoor Hij het harde hart verbrijzelt, ons aan onze zonde en verdoemelijkheid ontdekt en tegelijk leert vluchten naar Jezus Christus, de Redder en Verzoener van onze zonde.

Daarom is het zo noodzakelijk dat wij het Woord horen, het Woord waarin Jakobus zegt dat het onze zielen kan redden. Wat een genade dat wij nog de geregelde diensten van het Woord hebben, en als wij oud of ziek zijn, dat via het internet dat gepredikte Woord ons als het ware wordt thuisbezorgd. Zo zorgt God voor onze zaligheid, die goede God.

Stellen wij dit naar waarde op prijs?