‘Groeiende verandering’ (6, slot)

Door: J. Bos

 

Als een bedrijf een bestelling naar een klant stuurt, moet de pakketbezorger het pakje afleveren op het adres dat op het etiket staat vermeld. Hij kan het adres vinden door in de aangegeven plaats en straat de voordeur met het juiste huisnummer op te zoeken. Het huisnummer is het kenmerk, waaraan de bezorger kan zien dat hij bij precies dát huis moet aanbellen. Nu kan dat huis (bijvoorbeeld) een wit huis zijn, dat staat in een straat waarin meerdere huizen witgeschilderd zijn. Deze huizen hebben dan de eigenschap dat ze wit zijn. De klant die de bestelling gedaan heeft, moest bij het invullen van zijn adresgegevens zijn huisnummer noteren. Hij kon er immers niet vanuit gaan dat het voor de bezorger wel duidelijk zou zijn als hij in plaats van het huisnummer had geschreven: ‘het witte huis’, of: ‘het witste huis’.

We zijn deze serie begonnen met een citaat uit een in de Canadian Reformed Churches (CanRC) verschenen commissierapport:

De subcommissie proeft een groeiende verandering binnen DGK aangaande haar zicht op de Kerk en het wereldwijde kerkvergaderende werk van onze Heiland. De Westminster Confessie wordt niet langer als ontrouw gezien of als niet in overeenstemming met de Schrift.

Met betrekking tot de ‘groeiende verandering’ hebben we een aantal zaken genoemd waarin deze verandering tot uiting komt. We hebben geconstateerd dat de verandering betekent, dat het uitgangspunt van beleid niet meer wordt bepaald door de kenmerken waaraan men de ware kerk kan kennen, maar door de eigenschappen van de kerk (met name de ‘katholiciteit’). Zodoende worden de eigenschappen boven de kenmerken gesteld. Dit komt niet overeen met hoe hierover in art. 27-29 van de NGB wordt gehandeld, het leidt op een dwaalspoor. Binnen het kerkverband van DGK kan een ‘katholiciteits-drijven’ worden waargenomen, dat het ‘kerk-zijn’ afhankelijk maakt van een tot norm verheven eigenschap. Wie daarin niet meegaat en gewoon de belijdenis handhaaft, loopt al gauw het risico ‘sektarisch’ te worden genoemd. Sinds de synode van Groningen 2014/2015 is deze leer steeds meer in de mode gekomen. De synode van Lansingerland 2017/2018 nam vervolgens, door middel van de besluitvorming betreffende de Liberated Reformed Church Abbotsford (LRCA), de ‘katholieke afslag’, zoals het eens werd omschreven[1].

In de laatste zin van bovengenoemd citaat wordt aangegeven dat binnen DGK anders tegen de Westminster Confessie (WC) wordt aangekeken dan voorheen. Het is in verband daarmee van belang erop te wijzen, dat nog maar kort geleden in (toen nog Gereformeerd Kerkblad) De Bazuin is gewaarschuwd tegen het denominationalisme[2], waaraan art. 25 van de WC ruimte geeft. Dit art. 25 spreekt ten aanzien van de kerk o.a. over ‘meer of minder zuiver’, wat afwijkt van het ‘waar of niet waar’ van art. 29 NGB. Het een is gradueel, het ander principieel. We signaleren hier parallellen met het verschil tussen de eigenschappen (gradueel – ‘… waarin het eigenaardige van haar leven altijd slechts gebrekkig uitkomt’, Van Bruggen) en de kenmerken (principieel – ‘… de normen, die God in de Schrift voor haar werkzaamheid heeft bekend gemaakt’, idem). Het houdt in, dat door DGK een uitgangspunt van beleid wordt gehanteerd dat een ‘Westminsters’ karakter vertoont.

Zoals we in het eerste deel van deze serie schreven, is het opvallend dat er door de CanRC-commissie wordt gesproken over een groeiende verandering. Het eindpunt is kennelijk nog niet bereikt, het proces is nog niet voltooid. Het kan echter wel duidelijk zijn waar de ‘groeiende verandering’ op uitloopt: de door velen binnen DGK toegejuichte ‘katholieke afslag’ zal het pad blijken te zijn naar het denominationalisme.

 

[1]Duidelijk is dat de synode de katholieke afslag heeft genomen (…)
http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=12&item=1585

[2]Dat is de denkrichting, de geestelijke instelling, die meent dat al die denominaties deel uitmaken van de ene wereldwijde kerk van Christus. Al die kerkgenootschappen en religieuze groeperingen hebben zo hun eigen geschiedenis, hun eigen cultuur, hun eigen tradities, hun eigen opvattingen. Maar… alle samen zijn ze de kerk.
T.L. Bruinius, Vrij en vrijwillig samen?, De Bazuin, 11e jaargang, nummer 11, 31 mei 2017
http://www.gereformeerdkerkbladdebazuin.nl/artikel/1741