Een publieke zaak in de kerk (1)

Door: J. de Marie

 

Publiek
Openbare zonden binnen de kerk worden door hun eigenschappen, het in strijd zijn met Gods Woord, openbaar – zo ook de zaak ‘Mariënberg’. Het bekend zijn blijft niet beperkt tot één of enkele leden van de gemeente. Ze geven binnen de gemeentes openbare ergernis, het gaat ook u aan, omdat de zaak publiek gemaakt wordt! Synodebesluiten met termen als ‘independentisme’,  ‘consistoriocratie’ en ‘sektarisch spoor’ worden de gemeentes in geslingerd. Op welke gronden en hoe is dit onderbouwd?  Welke zonden zijn hier in geding? Mag om dat ene woord ‘opschorten’ een kerk buiten het verband worden geplaatst? Terwijl de geloofsbrieven nog op tafel liggen en de kerkenraad van Mariënberg in appel gaat bij de classis Zuid-West? Ja, dit persbericht is al eerder in den lande naar buiten gekomen en dat was toch een publiek bericht? En daarvóór is er in deze gemeente van Mariënberg al een tijd geen sacramentsbediening geweest – er stonden mooie berichten in het kerkblad De Bazuin van geboortes, maar het bericht van de doopdienst bleef uit, zo ook het avondmaal. Nu is de vraag: kan dit zomaar? Het antwoord is nee, want de sacramenten zijn instrumenten waarmee de Heilige Geest werkt (H.C. zondag 25) en mogen de gemeente nooit worden ontnomen, zeker de Heilige Doop niet: “daarom heeft Christus geboden al de zijnen te dopen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de Heilige Geest” (Matt. 28:19, zie ook art. 34 NGB). Met de sacramenten mag niet geknoeid worden. Als wij publiek zien dat de sacramenten niet worden bediend naar Christus’ ordeningen, dan mogen we dat toch zeker niet naast ons neerleggen? Dan roept Christus ons op te getuigen omdat de kenmerken van de kerk in geding komen!

 

Sleutelmacht in geding
Mariënberg zou buiten het kerkverband zijn gekomen doordat zij een classisvergadering zou hebben opgeschort (omdat er een leugen tussen lag die eerst uit de weg moest om verder te kunnen gaan), een woord wat gewoon de betekenis heeft ‘iets uitstellen voor een bepaalde tijd’. Het woord is niet nieuw, en is al eerder binnen de kerk gebruikt. Toch bleef men bij dit spreken terwijl Mariënberg duidelijk aangaf niet buiten het kerkverband te willen staan, dat wil zeggen de kerkelijke weg te blijven volgen. Is het niet zo dat een herder er alles aan hoort te doen om zijn schapen bij elkaar te houden, zeker als Mariënberg dit benadrukte?  Dan vraag ik me af: was men zich er wel van bewust dat de Opperherder dit alles ziet? Stond men toen wel in Zijn ambtsdienst? Daar lijkt het niet op. Was dit alles uit God of uit de mensen? Dit wordt door de publicaties in het kerkverband die we tegen het licht van Gods woord houden duidelijk: er is hier sprake van ongegronde excommunicatie, dat betekent ‘buiten de gemeenschap van de kerk sluiten’. Is dit naar de H.C. Zondag 31, vr. en antw. 85? Ja, het fundament van de kerk is wankel en is ernstig in geding geraakt. Als men zich laat leiden door iets of iemand anders dan Gods Woord loopt het slecht af, dan is het openbare scheurmakerij. Onze gereformeerde leer is hier heel duidelijk over en ook is er veel over de bediening van de sleutelmacht geschreven. In het boek “De kerk en het sociale vraagstuk” spreek ds. Francke zich ernstig uit over de bediening van die sleutelmacht:

“Wanneer nu de plaatselijke kerk de sleutels niet bedient, maar de zondaren laten gaan in hun zonde, en volledig meewerkt aan de verstoring en verbreking van de gemeenschap der Heiligen, dan hebben de gelovigen, naar aanleiding van de NGB art. 28, de roeping tot reformatie van de kerk: ‘Om dit (nl. de bewaring van de eenheid van de kerk en de opbouw van de broeders overeenkomstig de gaven die God aan allen verleend heeft, als leden van eenzelfde lichaam) beter te kunnen onderhouden, zo is het ambt van alle gelovigen, volgens het Woord van God, zich af te scheiden van degenen, die niet van de kerk zijn. Maar zich te voegen bij deze vergadering (nl. de ware, de getrouwe kerk), daar waar God ze een plaats gegeven heeft.
Wanneer de gezamenlijke plaatselijke kerken in haar vergaderingen weigeren de sleutels van het hemelrijk te bedienen, als er verstoring en verbreking van de gemeenschap der heiligen is, zoals eerder geschreven is dan de roeping van de plaatselijke kerken met zo’n vergadering van de kerk te breken zodat de eenheid en de gemeenschap van de heiligen in leer en leven blijft bestaan, ook voor het kerkverband.
Ook wanneer de plaatselijke kerk en de gezamenlijke  plaatselijke kerken de sleutels van het hemelrijk ‘vals’ (=in ontrouw aan het Woord) bedienen, is er voor de gelovigen in de plaatselijke kerk en voor de plaatselijke kerken de roeping zich van die zonden en zo nodig van die valse plaatselijke kerk en van de valse vergadering van de kerk (‘het kerkverband’) los te maken. Alleen op deze wijze wordt de eenheid en de gemeenschap van de heiligen hersteld en blijft deze bestaan. 1 Tim. 5:22 leert en beveelt, dat we geen gemeenschap mogen hebben met de zonden van anderen.”[1]

 

Ook in Dalfsen
Ook in DGK Dalfsen wilde de kerkenraad zonder pardon excommuniceren, als ware het dat broeders en zusters (waaronder ook mijn vrouw en ikzelf) zich met de daad zouden hebben onttrokken van de gemeente Dalfsen, en dat wij alle ambtelijke gesprekken zouden weigeren, wat een pertinente leugen is. Dit hebben wij zo ook gemeld bij de kerkenraad en dit gaat ook in tegen het gereformeerde kerkrecht. Terwijl broeders en zusters nog in schriftelijk gesprek zijn vanwege de situatie binnen het kerkverband en de moeiten die zij daarin ondervinden – zo stonden wij bijvoorbeeld niet eens onder de tucht, het is dus ook niet volgens de K.O. Wat ook zeer eigenaardig is, is dat terwijl wij schriftelijk met de kerkenraad in gesprek zijn, de kerkenraad geen schriftelijke reactie wil geven naar Titus 1:9 op onze vragen, terwijl zij ons beschuldigen van het weigeren om in gesprek te gaan. En als er dan mondelinge gesprekken zijn, komen er alleen verwijten en geen inhoudelijke reactie met onderbouwing vanuit de Schrift. Dit gaat ook in tegen 2 Tim. 2:15: “Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt”. Wel is er een brief als reactie vanuit de kerkenraad waarin zij de hiërarchie bevestigen: wij mogen ons niet bemoeien met de situatie Mariënberg (de Ark). Wandelen naar de weg van art. 31 mag dus niet, dan zouden wij ons schuldig maken aan kerkscheuring, dit terwijl het publiek gemaakt is door de classis en synode zelf, en in de afkondiging door de kerkenraad. De kerkenraad heeft zich gesteld achter de besluiten van classis en synode. Het is duidelijke hiërarchie: het is buigen of barsten, wij mogen niet mondig zijn, opkomen voor het recht van Christus’ kerk. Men laat zich niet leiden door Gods Woord, maar wel door de predikant – dat is dominocratie (wanneer een dominee het in zijn gemeente voor ’t zeggen heeft). De predikant mag uiteraard wel adviseren, maar het is niet zo dat hij de leidende factor is binnen de kerkenraad en op de voorgrond treedt bij huisbezoeken en in het opstellen van brieven, en daar lijkt het hier wel op. De kerkenraad dient te toetsen of het naar de Schrift en de belijdenis is, op die wijze is ook de predikant verantwoordelijk  en ieder persoonlijk binnen de kerkenraad. De predikant en de ambtsdragers zijn gelijk in hun ambt en niet boven elkaar verheven, alleen is de predikant dienaar van het Woord.

Maar ook in de prediking gaat het mis. Mariënberg wordt vergeleken met Diotrefes uit 3 Joh. 1 en eenieder die voor deze zaak opkomt ook. Een dergelijke prediking is een aanslag op de kerk als volksvergadering van het rijk van God, dat ook het rijk van Christus is. Een predikant hoort te staan in de dienst van de Opperherder: Christus regeert, dáár hebben zij belofte van afgelegd. Zij mogen nooit vanuit een eigen visie prediken.

Het lijkt er dan ook erg op dat er een andere geest rond gaat, een geest met andere belangen en die is niet uit Christus!  Maar ook het handelen van ambtsdragers waardoor wij en anderen uit geestelijke nood niet de eigen erediensten konden bijwonen, ja dit was met veel verdriet. Door Christus niet te laten regeren komt de gemeenschap der heiligen in geding, de zaak wordt niet met herderlijke ambtszorg aangepakt omdat zij gelijk met verwijten komen als scheurmakerij en geen enkele schriftelijke onderbouwing willen geven op onze onderbouwde vragen. De weg van Mattheüs 18 is hierin ook ver te zoeken, dit is ontrouw naar onze broeders en zusters die God op onze weg heeft geplaatst, een verscheuren van de kerk. De NGB art. 27-29 zijn in geding en zo ook H.C. Zondag 31 als het gaat om de tucht. Ons hart moet beheerst worden door de waarheid, dat de kerk het bijzonder eigendom is van de Heere Jezus Christus! Kortom, de fundamenten zijn hier niet zichtbaar meer.

 

Kerk blijven
Dit is voor ons dan ook een reden om ons vrij te maken van de zonde, 1 Thess. 5:21: “Beproef alle dingen, behoud het goede. Onthoud u van elke vorm van kwaad.” Zo hebben wij ons op 1 maart jl. vrijgemaakt van DGK Dalfsen. Omdat wij niet in deze zonden mogen blijven en deze zonden heeft de kerkenraad willen laten begaan. De classis en de synode hebben zich duidelijk bezondigd aan de uitspraken door hun gedaan. Mariënberg (de Ark) is de weg naar art. 31 K.O. ontnomen, zij is ons daarin voorgegaan en mocht ook de weg naar art. 31 K.O. niet bewandelen. De kerkenraad van Dalfsen heeft in het aanvaarden van de synode- en classisbesluiten en handelingen zich hierin verhard en voert de hiërarchie ook onder haar leden uit, tot het onrechtmatig buiten de kerk plaatsen toe als het hun uitkomt, het is buigen of barsten. Zo ver hebben wij het niet laten komen. Wij kunnen alleen trouw blijven aan Christus (art. 7 NGB). Wij hebben ‘ja’ gezegd tegen Gods Woord en tegen dat Woord alléén, ‘ja’ gezegd tegen Christus.

Persoonlijke geloofsworsteling om de goede keuze te maken is geen gemakkelijke weg, om zo te blijven op de weg van Christus. Toch wijst Christus ons de weg, de persoonlijke geloofsstrijd kunnen wij niet uit onszelf gaan, daar hebben we Zijn Geest voor nodig, daar moeten we voor bidden, maar ook bidden voor hen die achter blijven. Laten wij gaan de vaste en geheiligde weg, tot gehoorzaamheid!

 

[1] Joh. Francke, De kerk en het sociale vraagstuk (Haarlem: Uitgave van de vereniging “Mannenbond op Gereformeerden Grondslag”, 1949), pp. 262-263, omgezet naar hedendaagse spelling en taalgebruik.

image_pdfimage_print