Deputatenbericht (3)

Door: J. Bos

 

Zoals vermeld, bevat de rapportage van het deputaatschap EGB aan de synode van de GKN een Bijlage 1, met de titel ‘Vertrekpunt’ (Acta, p. 11-13). In het bericht dat eind april 2021 door de deputaatschappen ACOBB van DGK en EGB van de GKN is gepubliceerd, wordt uit die bijlage geciteerd. Het vorige artikel in deze serie had betrekking op het eerste gedeelte van dat citaat.[1] We sloten af met de woorden: ‘Uit wat tot nog toe door de deputaten naar buiten is gebracht, kunnen we opmaken dat zij hun uitgangspunt nemen in een geestelijke eenheid die ze onderling ervaren. Daarover hopen we een volgende keer meer te schrijven.’ Voordat we daaraan toekomen, willen we eerst nóg iets opmerkelijks uit het citaat nader bezien.

 

Voor de duidelijkheid noteren we de tekst van het tweede gedeelte in z’n geheel. Nadat ‘de macht van Jezus Christus’ is aangewezen, volgt:

Wat dat betreft moet de volgende vraag dan ook zijn: wat wil Hij nu, dat we vervolgens doen? Dan blijven we namelijk dichtbij Hem, in plaats van dichtbij instructies en spitsvondige redeneringen over herkennen en erkennen. We bouwen samen de zaak niet of wel. We mogen samen bouwen aan de zaak van Jezus Christus. Dat doen we niet naar onze orde. Dat doen we naar Zijn orde. Hij heeft in de Schrift toch duidelijk aanwijzingen gegeven, hoe Hij wil dat het in Zijn huis toegaat.’

In verband daarmee kijken we alvast een stukje verderop in de bijlage, en citeren we ook iets wat dáár staat, namelijk: ‘Kortom, ik wil er graag positief en gelovig in kunnen staan, niet als een kerkelijk ambtenaar om het volgende instructiepunt van een synode af te ronden. En ik meen, dat we als predikanten juist hierin ook een taak hebben: we voeren de kudde in en naar de weide van Jezus Christus, transparant, pastoraal en daadkrachtig. Daarbij hebben we dan alleen iets te zeggen, wanneer Hij het zegt.’ (Acta, p.13)

Wat hier beweerd wordt ten aanzien van synode-instructies, is toch wel zeer merkwaardig, en beslist af te wijzen. Als alle deputaatschappen zo zouden werken, was het einde zoek. De orde van Jezus Christus is immers dat we ons houden aan Zijn geboden, ook aan het 5e gebod. ‘Hij heeft in de Schrift toch duidelijk aanwijzingen gegeven, hoe Hij wil dat het in Zijn huis toegaat.’ Inderdaad, dus als ‘een’ synode een instructie opstelt, zal een deputaatschap die loyaal moeten uitvoeren, ook al bestaat het uit nog zoveel predikanten. Maar voor déze deputaatschappen lijkt een ‘hogere orde’ te gelden, waardoor zij zelf menen te mogen beoordelen in hoeverre hun opdracht al dan niet relevant is. En er is niets tegenin te brengen, want ze blijven ‘dichtbij Hem, in plaats van dichtbij instructies’, en ze hebben ‘alleen iets te zeggen, wanneer Hij het zegt’. Daarnaast worden deputaatschappen die ernaar streven hun instructie nauwkeurig uit te voeren, impliciet als ‘kerkelijke ambtenaren’ gekarikaturiseerd.

 

Dit uitgangspunt stond voorheen niet op papier, en is weliswaar afkomstig van GKN-zijde, maar achteraf gezien blijkt het deputaatschap ACOBB van DGK in het verleden in feite ook al op deze manier te werk te zijn gegaan. Wellicht zijn er lezers die zich herinneren hoe er tijdens de GS Groningen 2013-2014 gebakkeleid is om in de instructie van het deputaatschap het woordje ‘kunnen’ veranderd te krijgen in ‘zullen’. Dit betrof ‘zaken die aan de orde zullen komen’ in de loop van de gesprekken met de GKN. Maar het maakte niet uit dat het ‘zullen’ werd, want toen deputaten dat goeddacht, deden ze in de praktijk alsof er ‘kunnen’ staat, zoals onder meer is gebleken bij de ‘scheuringen en schorsingen’ en ‘de rechtmatigheid van de Vrijmaking van 2003’. Verder hebben we de afgelopen tijd meer voorbeelden genoemd van eigenmachtig optreden door dit deputaatschap, en aangetoond dat er deputatocratisch gehandeld werd.[2][3][4][5][6]

Er had misschien nog gehoopt kunnen worden, dat de deputaten het zelf niet meteen in de gaten hebben gehad, maar dat ze zich alleen wat al te enthousiast hebben vergaloppeerd. Nú wordt echter duidelijk dat er een gedachte achter zit. We constateren dat hier sprake is van deputatocratie die zichzelf legitimeert, iets wat we als ‘deputatocratisme’ willen betitelen. Aangezien men zich laat voorstaan op het predikant-zijn, kunnen we er ook ‘dominodeputatocratisme’ van maken.

 

Overigens kwamen we bij het voorbereiden van dit artikel een interessante tekst betreffende de GS Ede 2014 van de GKv tegen, die we zonder meer op de huidige situatie in DGK/GKN kunnen betrekken:

Opnieuw spreken we er onze verbazing over uit hoe groot de rol van deputaten en adviseurs is die ze krijgen en zich aanmeten. (…)

Er lijkt een deputatocratie te ontstaan die de kennis en navenante macht in de kerken heeft en zijn invloed massief uitoefent, ook tussen de synoden in. De synode daarentegen heeft het moeilijk om in alle rust en bezonnenheid haar eigen spoor te trekken. Zij is min of meer een ad hoc vergadering waarvan de samenstelling veelal niet wordt geselecteerd op hoge kennis van materie en kundigheid in besturen maar op beschikbaarheid. Nu is dat op zichzelf niet erg, misschien zelfs wel goed, als ze tenminste de kans krijgt om intern ongehinderd en onbeïnvloed haar werk te doen.[7]

Opvallend genoeg lijkt op de website waar we deze passage aantroffen, de tegenwóórdige deputatocratie niet te worden onderkend. Er werd althans zonder blijk van enige verbazing daaromtrent over het deputatenbericht gemeld:

Met grote blijdschap geven we het volgende bericht door van gesprekken tussen de gezamenlijke deputaatschappen van ACOBB (DGK) en EGB (GKN).[8]

 

Tot nog toe hebben wij ons beperkt tot wat er is op te maken uit de tekst van twee citaten uit de genoemde bijlage. Er is echter meer aan de hand, want deze citaten blijken in een breder verband te staan. In de rapportage staat over Bijlage 1 het volgende:

‘(…) op 2 september hebben de beide deputaatschappen weer verder kunnen spreken. Bij dit vervolg hebben deputaten elkaar ook gevonden in de geestelijke gezindheid als vertrekpunt waarin de gesprekken in het kader van de weg naar eenwording mogen en dienen te worden gevoerd. Graag maken wij u door middel van bijlage 1 (vertrekpunt) deelgenoot van die insteek.’ (p.10)

En ergens in de bijlage zelf wordt gemeld:

‘Deze bijlage is opgesteld in de ‘ik’ vorm, en is oorspronkelijk opgesteld door één van de predikanten. Omdat beide deputaten zich herkennen in de strekking van dit schrijven is door wederzijdse deputaten besloten om dit schrijven in de samensprekingen telkens voor ogen te houden en vanuit deze gezindheid ons werk te doen.’ (p.12)

In dit ‘vertrekpunt’ is de eerder aangeduide ‘geestelijke eenheid die de deputaten onderling ervaren’ onder woorden gebracht. We zijn van plan er de volgende keer verder over te schrijven.

 

[1] https://semper-reformanda.nl/deputatenbericht-2/
[2] https://semper-reformanda.nl/het-bestaansrecht-van-dgk-2/
[3] https://semper-reformanda.nl/deputatocratie/
[4] https://semper-reformanda.nl/gespreksdocument-1/
[5] https://semper-reformanda.nl/gespreksdocument-8/
[6] https://semper-reformanda.nl/gespreksdocument-9/
[7] http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=7&item=985
[8] http://eeninwaarheid.info/index.php?rub=12&item=2028