De Zon der gerechtigheid. Aan de drempel van een nieuw jaar. (2, slot)

Door: Henri Plaggenmars

 


Het getuigenis over de wederkomst des Heeren als de Zon der gerechtigheid naar Maleachi als volgt (SV):
Maleachi 4 vers 2: “Maar voor u die Mijn Naam vreest zal de Zon der Gerechtigheid opgaan”.
Maleachi 4 vers 6: “Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het art van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban zal slaan”.


 

Deel 2: De Dag des Heeren is een dag van oordeel

 

De coronacrisis is ook in dit nieuwe jaar actueel. Evenals vorig jaar stijgen de besmettingen in ons land.

Is er vooruitzicht voor de gelovigen in deze tijd?

In de brief aan de Hebreeën staat dit als volgt weergegeven: “Want: Nog een heel korte tijd en Hij Die komt, zal komen en niet uitblijven” (Hebr. 10:37). En de gelovigen hebben volharding en standvastigheid nodig opdat zij de vervulling van de belofte zullen verkrijgen (Hebr. 10: 36).

Het vooruitzicht wordt dus bepaald door de wederkomst van Christus. En dit vooruitzicht is niet alleen af te leiden uit het Nieuwe Testament. Maar ook in het laatste Bijbelboek van het Oude Testament wordt gesproken over de wederkomst als “de Dag van de Heere”. Een dag van oordeel die zal komen brandend als een oven. Maar voor de gelovigen en hen die de Heere oprecht vrezen zal de Zon der Gerechtigheid opgaan.

Ook voor dit nieuw begonnen jaar het vooruitzicht voor de Kerk van Christus.

 

De dag des Heeren
Wij bezien in deze profetie de dag van de wederkomst ook als de Dag van het oordeel.

Het onderscheid tussen de rechtvaardige en de goddeloze zal vooral naar voren komen bij de toekomstige dag van de Heere (Mal. 4: 1). In deze profetie wordt duidelijk gesproken over “de dag” en “die dag”. De term “dag” komt vier keer voor in dit laatste hoofdstuk van het Oude Testament.

In het eerste vers duidt die dag de komst van de Heere aan. Volgens ds. Nieuwenhuis duidt deze dag op de grote dag van de Heere waarop God komt tot Zijn volk met zegen of met gericht, de grote dag die is aangebroken met de komst van Christus op aarde en dat uitloopt op de dag van Zijn wederkomst.

En die dag spreekt ook over de toorn van God. Een dag van oordeel en straf. Immers die dag komt brandend  als een oven en zo met oordeel over de goddeloosheid die zelfs in vlam gezet wordt.

Goddelozen zullen als schuldigen en de trotsen zullen als overmoedigen in vlam gezet worden zodat ze verschroeien. Een vlam dat verbrandt en verteert (Jes. 10: 17). Een vlam dus als uitwerking van straf en toorn. Zoals de mens als straf uit het paradijs verdreven is met een vlammend zwaard dat heen en weer bewoog (Gen. 3: 24). En vuur van Zijn aangezicht die de tegenstanders in vlam zet (Ps. 97:3).

En dat met het beeld van een brandende oven. Dr. Ridderbos wijst in de Korte Verklaring bij dit vers ook naar de rokende oven die Abraham te zien kreeg als teken van het verbond (Gen. 15: 17).

En de goddelozen zullen worden als stoppels. Stoppels kunnen vergeleken worden met kort stro of stengels die in oude tijden gebruikt werd voor de vulling van bijvoorbeeld tichelstenen. Dat stoppels zo een alternatief kunnen zijn voor stro is terug te lezen in Exodus 5 vers 12. Daar wordt vermeld dat in Egypte in die tijd stoppels werden verzameld in plaats van stro, met de volgende woorden: “Toen verspreidde het volk zich over heel het land Egypte om stoppels te verzamelen in plaats van stro”.

De dag van de toekomst is dus een dag van oordeel en gericht voor hoogmoedigen en goddelozen.

 

Zon der Gerechtigheid
Maar voor hen die de Heere vrezen zal de Zon der Gerechtigheid opgaan, vers 2.

De Heere vrezen door eerbied te tonen voor de Naam van de Heere. Vrezen als het eerbiedig dienen van de Heere in gehoorzaamheid aan Zijn geboden en in onderwerping aan Zijn stem. Zoals dit ook duidelijk naar voren komt in Deuteronomium 13 vers 4: “Hem moet u vrezen, Zijn geboden moet u in acht nemen en Zijn stem gehoorzamen”. Voor een ieder die dat doet zal de Zon der Gerechtigheid opgaan. De Zon van het recht die heil tot stand zal brengen, die alle duisternis verdrijft door haar licht (KV, p. 228).

Zoals de profeet Jesaja geprofeteerd heeft van heil en gerechtigheid, in Jes. 46 vers 13 waar staat: “Ik breng Mijn gerechtigheid nabij, zij zal niet ver zijn, en Mijn heil zal niet uit blijven”.

En de gerechtigheid en het heil is in Christus samengevat (KV, p. 228).  Ja, God wordt in de psalmen vergeleken met zon en schild. De kerk zingt dit vandaag zelfs met de woorden van Psalm 84: 12: “Want God, de Heere, is een zon en een schild” (vers 6 berijmd).

En de Heere is een eeuwig Licht (Jes. 60: 19). Hij is immers het waarachtige Licht dat de mens verlicht (Joh. 1: 9). Zoals later Zacharias kon uitspreken dat de Opgang uit de hoogte verscheen aan hen die gezeten zijn in de duisternis (Luc. 1: 78-79).

En onder Zijn vleugelen is genezing. Genezing als herstel van kwaal en leed (KV, p. 228). Herstel dat tot vreugde zal leiden voor een ieder die Hem vreest en zo gehoorzaam is aan Zijn geboden. Vreugde zoals kalveren uit de stal losgelaten worden en springen van vreugde, blijdschap over de verlossing van alle druk.

 

Gehoorzamen
Voor wie weigert te gehoorzamen is de dag des Heeren een brandende fakkel, die alles zal verteren. Maar voor wie naar God zal luisteren en daadwerkelijk gehoorzamen is, is er herstel, genezing en heil. Daarmee kan het voorafgaande worden samengevat.

Maar het oordeel over de goddelozen is groter. De goddelozen zullen tot stof onder de voetzolen worden (Mal. 4:3). Sterker nog, de goddelozen zullen vertrapt worden omdat zij onder de onderkant van de voetzolen terechtkomen.

In het Nieuwe Testament zien wij het gebruik terug dat het stof van de voeten moest worden afgeschut. En dat gebeurde als de discipelen met het Woord van God niet werden ontvangen en niet naar hen werd geluisterd. Als een getuigenis dat tegen hen gericht was moesten de discipelen later de stof afschudden die onder de voeten zit (Marc. 6:11). Het vertreden van het goddelozen als stof onder de voeten geeft het oordeel aan over hen die God niet vrezen en hen die Hem niet gehoorzaam zijn.

Dat leidt dan ook tot vermaning om de wet van Mozes te gedenken. Het grondwoord in dit vers duidt op de leer en het onderwijs van Mozes. Volgens dr. Ridderbos (KV) is daarbij te denken aan de zedelijke eis. En daarmee het vasthouden van het verbond door naar zijn geboden, voorschriften en bepalingen te wandelen.

 

De profeet Elia zal komen
De profeet Elia zal komen voordat de dag van de Heere komt.

De profeet Elia is immers ten Hemel opgevaren (2 Kon. 2). Joden hebben dan ook gemeend dat hij opnieuw op de aarde zou verschijnen (Matth. 17: 10). En daarbij moet genoemd worden dat de profeet Elia ook verschenen is op de berg der verheerlijking (Matth. 17: 3). Maar klopt dit met wat door Maleachi is geprofeteerd? Van de profeet Elia wordt immers vanaf vers 4 gesproken dat Hij het hart van de vaders tot de kinderen zal terugbrengen en de het hart van de kinderen tot de vaders.

Ook de komst van Johannes de Doper wordt in verband gebracht met Elia. Wanneer de Engel later aan Zacharias verschijnt en hem de geboorte van Johannes de Doper aankondigt lezen wij immers: “En Hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaderen te bekeren tot de kinderen” (Luc. 1: 17).

Van Johannes de Doper getuigt Christus ook Zelf dat hij Elia is die komen zou (Matth. 11: 14).

Volgens Ds. Vreugdenhil zou in Johannes de Doper de ware Elia terug zijn gekomen. Hij kwam immers in de geest van Elia met dezelfde ijver en met dezelfde vuur. En Hij kwam in de kracht van Elia, in en door hem was er wel het betonen van de grote kracht van de Heere. In het evangelie naar Mattheüs staat immers opgetekend dat hij met kracht sprak over het Koninkrijk der Hemelen en de komende toorn (Matth. 3). Hij riep onder het volk op om vruchten voort te brengen in overeenstemming met de bekering (Luc. 3:8). Het volk kwam er zelfs toe om te vragen of deze Johannes niet de Christus zelf was (Luc. 3: 15).

Johannes de  Doper verkondigde met klem de doop der bekering tot vergeving van de zonden.  Zo maakte hij de weg van de Heere gereed (Luc. 3:3).  Zelfs de overheid en de machthebber werd door hem terechtgewezen om de slechte dingen die hij deed (Luc.3:19)

Maar als het volk zich bekeert tot de gehoorzaamheid aan God en de vreze des Heeren is er heil en herstel.

Dan zal men de zaligheid zien die van God komt (Luc. 3:6).

 

De laatste kans
De oproep tot bekering kan gezien worden als de laatste kans. De laatste kans voor het volk om terug te keren tot de ware leer en het onderwijs van Mozes en dan te gaan luisteren naar de oproep tot bekering zoals gesproken door de profeet Elia.

Aldus vers 6: “En Hij zal het hart van de vaderen tot de kinderen wederbrengen en het hart van de kinderen tot de vaderen” (Mal. 4:6). In de tijd van de profeet Elia was er onderlinge verdeeldheid in de huisgezinnen. Vaderen en kinderen stonden tegenover elkaar. In de tijd van Elia hadden de Israëlieten immers het verbond verlaten, de altaren omvergehaald en de profeten gedood (1 Kon. 19: 10).

Volgens dr. Ridderbos zou dat een typerende trek zijn dat het volksleven in de tijd van de profeet Elia godsdienstig en zedelijk verdorven was onder het volk (KV, p. 231). En ook in de tijd van Maleachi kwamen gemengde huwelijken voor waarbij zelfs zonen een andere god vereerden dan de vaders (Mal. 2: 10-12). En volgens ds. Nieuwenhuis duidt de kloof tussen de ouders en de kinderen op geestelijk verval. Dit geestelijk verval zou er op wijzen dat het volk de wet van de Heere verlaten had en daardoor een kloof tussen de ouders en de kinderen is ontstaan.

Kort samengevat is er dus deformatie en verval in de dagen van Elia maar niet minder in de dagen van Maleachi (Mal. 3: 7). Het kan dus niet anders of de profeet Maleachi moet de toorn van de Heere prediken. Die grote en vreselijke dag van de Heere.

Ds. Vreugdenhil vat deze slotprofetie van het Oude Testament dan ook samen als “de laatste kans”.  De laatste kans om ontdekt te worden aan de ellende van het volksbestaan. De laatste kans om in gehoorzaamheid terug te keren tot ootmoed voor de Wet en het geschreven Woord van God.

 

Dag van gericht
De dag des Heeren is een dag van gericht.  Immers, zo luidt het slot van vers 6: “Opdat Ik niet zal komen en de aarde met de ban sla”. Het grondwoord overigens duidt op “banvloek”, de totale uitroeiing. In Leviticus 27 wordt de banvloek dan ook in verband gebracht met de dood (Lev. 27: 29). Dat de Heere de aarde met de ban zal slaan duidt op de manier waarop de Heere zal komen. Hij zal komen ten gerichte.

Maar het is tegelijk ook geen afgesneden zaak. Volgens ds. Nieuwenhuis worstelt de Heere in dit vers om het volk tot bekering te brengen. Er is een tijd van genade, een tijd van bekering. En volgens dr. Ridderbos is hieruit de bedoeling af te leiden dat de Dag des Heeren heil brengt en niet de banvloek als er de vrucht van bekering wordt gevonden (KV, p. 231).  Naar Zijn recht gerekend moet God komen met Zijn oordelen.

Zo ziet ook dit slot van het Oude Testament naar de wegbereider Johannes de Doper en diens oproep tot bekering, de wegbereider voor de komst van de Messias. En als er gehoor gegeven wordt aan Gods Woord en het evangelie in Jezus Christus dan treft de ban hem niet. Hij is immers de weg, de waarheid en het leven (Joh. 14: 6).

 

Vooruitzicht
Wat is nu het vooruitzicht voor de gelovigen ook in dit nieuw begonnen jaar?  Is dat een medische uitweg uit de pandemie? Zijn het onze eigen plannen en idealen?

Nee, allereerst is dat het besef dat de dag van de Heere een dag van oordeel is (Mal. 4:1).

Dat belijdt de kerk ook met artikel 37 van de Nederlandse Geloofsbelijdenis. In het laatste artikel van deze geloofsbelijdenis wordt immers beleden: “Tenslotte geloven wij in overeenstemming met Gods Woord, dat als de Heere bepaalde tijd, die aan de schepselen onbekend is, gekomen en het getal van de uitverkorenen vol zal zijn, onze Heere Jezus Christus uit de hemel zal komen” waarbij de kerk dan tegelijk ook het oordeel belijdt met de woorden: “Hij zal Zich openbaren als Rechter over levenden en doden”.

Over het vooruitzicht en de opdracht voor de gelovigen en de kerk van het Nieuwe Testament brengt de Apostel Paulus dit als volgt onder woorden in zijn brief aan Timotheüs: “Ik bezweer u, ten overstaan van God en de Heere Jezus Christus, Die levenden en doden zal oordelen bij Zijn verschijning en in Zijn koninkrijk: predik het Woord, Volhard daarin, gelegen of ongelegen. Weerleg, bestraf, vermaan en dat met alle geduld en onderricht” (2 Tim. 4: 1-2).

 

Troost
Is er vooruitzicht in deze bijzondere tijd? Is er vooruitzicht voor de kerk?

Ja, het Koninkrijk der Hemelen is nabij. Zo mogen wij ook in het komende jaar leven in de verwachting van de komst van Christus als Rechter op de jongste dag. Leven in het reikhalzend verlangen tot het openbaar worden van de kinderen van God (Rom. 8:19).

Reikhalzend verlangen ook in een tijd van moeite en crisis, in een tijd waarin de kerk moeite ervaart en klein is geworden. Zoals de apostel Paulus dat verlangen tot uitdrukking heeft gebracht in zijn brief aan de Romeinen. Een brief waar de apostel ook schrijft over slavernij en over verdrukking (Rom. 8). Zo schrijft de apostel Paulus van zijn eigen overtuiging in Romeinen 8 vers 18: “want ik ben ervan overtuigd dat het lijden van de tegenwoordige tijd niet opweegt tegen de heerlijkheid die aan ons geopenbaard zal worden”.

De moeite en verdrukking in deze tijd weegt niet op tegen het vooruitzicht die de kerk ook dit jaar heeft. Want, schrijft de apostel: “ik ben ervan overtuigd dat noch dood, noch leven, noch engelen, noch overheden, noch krachten, noch tegenwoordige, noch toekomstige dingen, nog hoogte, noch diepte, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de liefde van God in Christus Jezus, onze Heere” (Rom. 8: 38).

Een vooruitzicht met troost voor de gelovigen die deze toekomst met volharding verwachten (Rom. 8:25).

 

Maranatha
Een vooruitzicht dus met troost voor de kerk vandaag. Maar ook met vermaning. Immers, de grote en geduchte dag van de Heere komt. En deze dag komt met oordeel.

Leef daarom ook in dit nieuw begonnen jaar in het besef van Zijn wederkomst, de jongste dag. In het besef dat dit een dag van oordeel is. Want het Koninkrijk der Hemelen is nabij gekomen (Math. 3).

Neem het evangelie ter harte. Met de prediking van Johannes de Doper aldus: “Bekeer u, want het Koninkrijk der Hemelen is nabijgekomen!” (Math. 3:1).

Bekeert u zich en geloof in Hem. Weest waakzaam en sta vast in het geloof (1 Kor. 16: 1). Ook het komende jaar.

Met de woorden van de Apostel Paulus (1 Kor. 16): Maranatha; onze Heer, kom!

En Hij komt spoedig! (Op. 22:20).

 

Bronnen
Bakker, dr. F. L. Geschiedenis der Godsopenbaring: Oude Testament, Kampen, JH Kok
Bavinck, dr. J. H. Geschiedenis der Godsopenbaring: Nieuwe Testament, Kampen, JH Kok
Lok, ds. P. De Kleine Profeten, Groningen (Vuurbaak) 1984
Nieuwenhuis, Ds. D. De profeet Elia als voorloper op de dag des Heeren, Vlaardingen 1953
Ridderbos, dr. J. Korte verklaring van de Kleine Profeten, Kok Kampen 1974
Vreugdenhil, Ds. D. Over de laatste kans, Zwolle 1946
Waal, dr. C. van der Sola Scriptura, Wegwijzer bij het Bijbellezen, Goes (Oosterbaan) 1967