De boekrol – een overdenking rond Kerst en Jaarwisseling 2017/2018

Door: C.A. Teunis

 

Gedenken
Nog enkele dagen.
Dan hebben we het gedenken van de geboorte van onze Verlosser, Jezus Christus, de Zoon van God, en kort daarna oudejaarsavond 2017.
Dat geeft aanleiding tot nadenken.
Bij een korte terugblik zullen we zien dat we veel hebben meegemaakt.
Bij een vooruitblik zullen we ons afvragen wat we allemaal nog zullen gaan meemaken.
Bij beide geldt: Wij zijn in de hand van de Heere.
Dat geeft rust. Ondanks alle onzekerheid. Onze enige troost in leven en sterven is dat we het eigendom zijn van Jezus Christus. Hij heeft met zijn kostbaar bloed voor alle zonden van zijn kinderen  volkomen betaald. Hij bewaart hen zo dat zonder de wil van hun hemelse Vader geen haar van hun hoofd kan vallen. Ja, het is zelfs zo dat alles in dit leven moet dienen tot heil van zijn kinderen. Daarom geeft Hij hen door zijn Heilige Geest zekerheid van het eeuwige leven.
Ons wacht een leven in volmaaktheid waarin we altijd zullen blijven, zonder nog een wisseling van jaren vol onzekerheid mee te maken.

 

Volmaaktheid komt
De wereld zàl bevrijd worden van alle tekortkomingen en gebreken. Dat geldt óók voor allen die Jezus Christus in geloof aannemen. De komst van de Verzoener van al onze zonden werd al direct na onze val in zonde aangekondigd. En in Psalm 40:7-9 is reeds geopenbaard dat de schaduwen van de offerdienst in het Oude Testament zullen worden opgeheven. En dat daarvoor in de plaats komt het volmaakte offer van Christus. Want de HEERE God heeft geen vreugde in slachtoffers, graanoffers, brandoffers en zondoffers.
Sprekend door de psalmdichter sprak de Christus destijds al: “Toen zei Ik: Zie, Ik kom, in de boekrol is over Mij geschreven. Ik vind er vreugde in, Mijn God, om Uw welbehagen te doen; Uw wet draag Ik diep in Mijn binnenste.”
De definitieve redding geeft alleen Christus (Hebr. 5:9). Hij is Het Lam van God, Dat de zonde van de wereld wegneemt (Joh. 1:29). Alleen de kracht van de vergeving, die de zondaar rechtstreeks door God krijgt toebedeeld, heeft tot gevolg dat die mens van zijn schuld bevrijd wordt. Deze kracht van de vergeving schenkt hem het nieuwe begin van het leven met zijn God.
Want Gods wil ten opzichte van de mens was reeds in het Oude Testament, een leven in volle overeenstemming met God, in volledige gehoorzaamheid aan zijn Woord. Dat heeft alleen Christus in zijn leven in werkelijkheid gedaan. Het leven van Jezus op aarde is de letterlijke vervulling van de Psalmwoorden.

 

God wil onze redding
De boekrol die van het komen van Christus spreekt is in de Nieuwtestamentische betekenis, niet alleen de wet van Mozes (Ex. 24:4) of de Psalmen, maar het gehele Oude Testament (vgl. Luc. 24:27,44). In Psalm 40:9 is alleen Christus Degene Die de wil van God doet. Deze wil van God bevat het eeuwige heil, de redding van verloren mensen (Luc. 19:10), het offer van de eeuwige hogepriester tot vergeving van al onze zonden (vgl. 1 Tim. 2:4).
Daarom heet Jezus Christus ‘Het Lam’, Dat reeds voor de grondlegging van de wereld bekend was.
Daarom is in de boekrol over Hem geschreven (Hebr. 10:7).
Daarom lezen wij: die Hij van tevoren gekend heeft, heeft Hij er ook van tevoren toe bestemd om aan het beeld van Zijn Zoon gelijkvormig te zijn (Rom. 8:29, 2 Cor. 3:17-18).
Het offer van Jezus en de heiliging van ons leven behoren onscheidbaar bij elkaar.

 

Wachten op de definitieve bekroning
Christus heeft Zich nadat Hij Zijn heilswerk voor alle mensen volbracht had, gezet aan de rechterhand van God (Marc. 16:19) en de heerschappij op Zich genomen, die God Hem gegeven heeft.
Daarmee is de geschiedenis van God met de mensheid niet afgesloten. Volgend op de, voor ons onzichtbare, machtsaanvaarding van Christus moet ook zijn heerlijkheid openbaar worden.
Hij wacht op het tijdstip dat Zijn vijanden tot een voetbank voor Zijn voeten gemaakt worden (Hebr. 10:13). De laatste, voor de gehele wereld zichtbare bevestiging van de volkomenheid van de offerdood van Jezus Christus, zal God geven als alle vijanden van Zijn Zoon aan zijn voeten gelegd worden.
Christus wacht daarop.

 

Ook de gemeente wacht volhardend
Daarom wil Hij dat Zijn gemeente ook een wachtende gemeente is, die nu hun lijden (Matth. 24:9-14) volhardend zullen kunnen doorstaan.
De mensen die Jezus Christus Zich tot eigendom verworven heeft, weten door het getuigenis van de Heilige Geest dat voor hen het eeuwige heil, de bekroning van de gelovigen, in de heerlijkheid van God gegarandeerd is (2 Tim. 4:7-8, Openb. 22:3-5).

 

De toegang tot God is geopend
Maar, hoe zal het gaan met het geloofsleven als er benauwdheid en vervolging komt?
Zullen Gods kinderen dan aan hun belijden van het geloof vasthouden?
Is hun geestelijk leven zo sterk dat ze in alle stormen standvastig kunnen blijven?
Dat hopen wij. Want we weten ook dat de toegenomen kennis en inzicht in Gods Woord bij onstandvastigheid in het gericht zal komen, als deze meerdere kennis het leven van de christen niet verandert overeenkomstig Gods Woord. Want wij weten nu dat we vrijmoedigheid hebben om in te gaan in het heiligdom door het bloed van Jezus (Hebr. 10:19).
Jezus Christus heeft voor ons de toegang geopend, langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door zijn vlees (Hebr. 10:20). Geloven betekent het leven in de gemeenschap met de opgestane Heer en onder Zijn leiding.
Dit nieuwe leven heeft Jezus voor ons mogelijk gemaakt. Hij heeft de weg vrij gemaakt. Hij heeft als de Eerste ons de toegang tot het allerheiligste mogelijk gemaakt. Hij is onze Voorloper geworden (Hebr. 6:19-20).
Wij hebben nu de mogelijkheid om door het geloof tot God te naderen en zullen eenmaal in Zijn nabijheid zijn.

 

Drie oproepen tot geloofstrouw
Jezus heeft alles voor ons klaar gemaakt. Het is nu onze verantwoordelijkheid dat we de weg van het geloof gaan.
De Schrift geeft ons drie dringende oproepen.

Ten eerste, om tot God te naderen als nieuwe mensen die vergeving van hun schuld verlangen (Hebr. 10:22).
Het Woord van God in de kracht van de Heilige Geest reinigt en heiligt ons leven.
Zo mogen we de woorden van Jezus in Zijn afscheidswoorden begrijpen: U bent al rein vanwege het woord dat Ik tot u gesproken heb (Joh. 15:3). Zoals ook Petrus van de heidenen gezegd heeft die de gemeente gevonden hebben: God heeft hun hart door het geloof gereinigd (Hand. 15:9).

Ten tweede, om de belijdenis van de hoop onwrikbaar vast te houden (Hebr.10:23).
Want Hij Die het beloofd heeft is getrouw. Immers in Sion is een hoeksteen gegrondvest die uitverkoren en kostbaar is; en iedereen die in Hem gelooft zal niet beschaamd worden (1 Petr. 2:6).
De vooruitblik van de gelovige naar de toekomst is de wederkomst van Christus.
Dat vooruitzicht mag niet vertroebeld worden.
Het gaat ons niet alleen om een goed begin van het geloofsleven, maar ook om het volharden op de geloofsweg.
Wat de Heere aan zijn gemeente als belijdenis gegeven heeft mogen we nooit meer prijs geven.
De gelovige behoeft dus door niets van zijn stuk te raken, omdat hij een houvast heeft, namelijk: Gods stellige beloften.

Ten derde, om op elkaar te letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken (Hebr. 10:24).
De liefde tot de Heere Christus en tot de naaste moet altijd de helpende hand tot uitwerking hebben, die niet alleen materiële of psychische moeite verzacht maar tegelijkertijd ook de ander in het geloofsleven verder helpt. Dat kan alleen in een gemeenschappelijk geestelijk leven werkelijkheid worden.
Daarom leert Gods Woord ons om de onderlinge bijeenkomst niet te verzuimen en laten we elkaar aansporen. De gemeenschap betekent een sterke en bewarende factor voor het geloof. Daarom de oproep om elkaar des te meer aan te sporen als we de grote dag zien naderen (Hebr. 10:25).

 

Grote verantwoordelijkheid
Immers het opzettelijk zondigen en zich afkeren van de verlossing door Jezus Christus zal zwaarder gestraft worden bij degenen die het Woord van God gekend hebben (vgl. Matth. 12:43-45) dan bij degenen die niet door het bloed van het verbond zijn geheiligd geweest (Hebr. 10:29).
De dringende oproepen die Gods Woord ons geven zijn voor Gods volk aansporingen om getrouw een uit geloof levende en wachtende gemeente te zijn, die uitziet naar de dag van de wederkomst van Jezus Christus.

Deze dag staat ook in de boekrol die Jezus Christus ontvouwt. Dan zal alles en iedereen geoordeeld worden naar datgene wat ieder ontvangen heeft en gedaan heeft.

 

Vreugde en Verdriet
Dat oordeel zal ook gaan over de geschiedenis van onze gemeenten in 2017.
Er waren vele verheugende gebeurtenissen, en ook die ene verdrietige gebeurtenis.
Een gemeente scheurde. Dan komt onmiddellijk de vraag op hoeveel lichamen Jezus heeft.
Is Christus gedeeld?
Neen! Hij heeft één lichaam.
Gods Woord leert ons dat er geen scheuringen mogen zijn en dat we allen hecht aaneengesmeed moeten zijn, één van denken en één van gevoelen (1 Cor. 1: 10).
We weten waar het goud verdonkerd wordt. Daar zijn onlangs twee hoofdartikelen aan besteed om dat aan te wijzen (De Bazuin nr. 17 en 18, van 6 en 20 september). Dat is in overeenstemming met de Schrift, want de Schrift leert ons, dat er afwijkingen in leer en leven onder ons zullen komen (Hand. 20:30). En dat er scheuringen zullen zijn, opdat wie beproefd blijken te zijn, in ons midden openbaar worden (1 Cor. 11:19). Zoals het kaf van het koren door de wan gescheiden wordt (Matth. 3:12), dat is een pijnlijk proces.
Op het moment van dit schrijven heeft de synode al een besluit genomen en een mededeling gedaan. Laat ons gebed zijn dat al Gods kinderen de gave van de Heere krijgen om Het Lam  te blijven volgen in het juiste spoor in een waar geloof, waar Hij ook gaat.

 

Bescherming van de kerk
De apostel Paulus nam in het beschermen van de gemeente zelf het voortouw.
Toen er in Corinthe verzet kwam tegen de belijdenis dat Jezus de Christus is, vertrok hij en zette zijn werk voort vanuit het huis van Justus, wiens huis aan de synagoge grensde (Hand. 18:5-7).
In Efeze kwam er verzet tegen de belijdenis van de weg van de Heere. Toen zonderde Paulus de discipelen af en sprak dagelijks in de school van een zekere Tyrannus (Hand. 19:8,9).
Dit was in geding: God is Koning in Jezus Christus, de Redder van de wereld.
Paulus beschermde de gemeenten door ze af te zonderen van dwaling.
Wee degene door wie er een struikelblok komt (Matth. 18:7; Openb. 22:18,19).

 

Het algemeen geloof
Het verkondigen van dwalingen gaat alsmaar door.
Geprobeerd is om gelovigen van de discussie af te helpen of de wereld nu in zeven dagen of in vier en een half miljard jaar is ontstaan. Omdat niet zozeer de vraag is hoe het allemaal begonnen is, maar waar het om begonnen is. Deze opvatting is het relativeren van het Woord van God in Genesis 1. Levensgevaarlijk.
Beweerd is dat de dood er al was voor de zondeval van Adam en Eva. Dat is lijnrecht in tegenspraak met Romeinen 5:12.
Gedogen van dwalingen maakt de ware kerk tot een valse kerk.
Het algemene geloof is daar, waar er aan het woord van God niets wordt toegedaan en niets wordt afgedaan (Deut. 4:2). Alleen door waar geloof geeft de Heilige Geest ons deel aan de weldaden van Christus (HC-v/a 53, 54).
De katholiciteit van de kerk is daar, waar men zich richt naar het zuivere woord van God, alles wat daarmee in strijd is verwerpt en Jezus Christus erkent als het enige Hoofd (NGB art. 29).

 

Oordelen?
Mogen we oordelen?
Onze medemens mogen we niet oordelen, want er is maar één Kenner van de harten. Wij kennen immers Hem Die gezegd heeft: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden (Hebr. 10:30). De Heere doet wat Hij gezegd heeft in Zijn belofte èn in Zijn dreiging.
De zaak waarover het gaat mogen we wel oordelen. We worden zelfs opgeroepen om op onze hoede te zijn. Ja, we behoren te onderscheiden waarop het aan komt (Matth. 7:13-15). Bij laksheid in het geloof komt verslapping (Openb. 3:15,16). Voor ons behoud geeft de Heere de juiste adviezen (Openb. 3:17-19).
De Heere is genadig en barmhartig en heeft veel geduld. Maar dat raakt een keer op. De tien stammen zijn weggevoerd en kwamen, op enkelingen na (Lucas 2:36), niet terug.
De twee stammen keerden wel terug. Gedecimeerd. Want van de ballingen kozen velen voor het gemak van de welvaart en keerden niet terug. En toen bleek Gods grote trouw aan zijn eenmaal gegeven belofte. Desondanks bewaarde Hij zijn volk.
Natuurlijk!
Jezus Christus zou gaan roepen: Het is volbracht. En Hij is werkelijk het hemels heiligdom van het huis van Zijn Vader binnen gegaan.

 

God is getrouw
We weten dat Gods trouwe kinderen moeiten en verdrukking staan te wachten.
We weten dat de kerk zeer klein zal worden (Matth. 24:22; NGB art. 27).
We weten ook dat de Goede Herder trouw Zijn schapen vergadert (Joh. 10:1-21) en dat niet één schaap boven vermogen verzocht zal worden. We hebben geen bovenmenselijke verzoeking te doorstaan. Dat staat God niet toe. Hij zal met de verzoeking ook de uitkomst geven om die te kunnen doorstaan (1 Cor. 10:13; 2 Cor. 1:8-10).
God is getrouw, Zijn plannen falen niet.
God geeft op het gebed alles (Jac. 1:5-8).
Niemand zal ook maar één schaap uit Gods Vaderhand rukken (Joh. 10:29).

 

De boekrol wordt verder afgerold
Gods boekrol is aan beide kanten beschreven. Deze boekrol bevat het plan van God tot heil (Openb. 5:1). Alles wat gebeuren zou, gebeurd is, gebeuren zal, is tot in alle bijzonderheden beschreven. Toeval is er niet. De HEERE God voert zijn Raad uit.
Wie kan de wereld, die arme en moe geslagen en o zo zondige wereld naar een heerlijk einde brengen (Openb. 5:2)? Dat kan alleen door Het Lam van God.

 

Troost = Houvast = Zekerheid
In 2018 zetten we weer een stap voorwaarts naar de definitieve verlossing van zonde van Gods kinderen en de schepping.
Als Christus weer komt, blijft er niets op zijn plaats. Het oude en bekende verschrikt en verdwijnt. Alles moet nieuw worden.
Het offer van Jezus Christus bewerkt vergeving, heiliging en volmaaktheid.
Naar die dag zien we uit met reikhalzend verlangen in de zekerheid van het geloof.
Dan is de boekrol afgerold.
In die boekrol staan ook de namen van de 144.000. Dat zijn zij, die het eigendom zijn van Jezus Christus.
Dat is onze enige troost in leven en sterven. In 2017 en ook in 2018.

image_pdfimage_print