‘Antithese of synthese?’ (4)

Samenvatting door: J. Bos

 

De Evangelische Alliantie.
‘Bovengeschetste vlucht voor reformatie èn noodlottige ontwikkelingsgang als gevolg daarvan, zien we sterk uitkomen bij de Evangelische Alliantie (Evangelical Alliance).
(…) deze organisatie [werd] in 1846 te Londen (…) in het leven geroepen. (…) De bedoeling van deze federatie van evangelische protestanten was een samenbundeling der afzonderlijke krachten te vormen, een Christelijke Internationale. De Evangelische Alliantie was geen verbond van kerken, maar van christenen, om in allerlei gemeenschappelijke zaken gezamenlijk op te treden (…)
Te Londen werd (…) ook een ‘basis-formule’ aangenomen. Het is opvallend, dat deze wel een orthodox karakter droeg, doch over de kerk zich zeer vaag uitte, enkel zei, dat er een kerkelijk ambt en bediening van sacramenten moest zijn, niet hoe de kerk zich moest institueren. Door deze grondslag werden zij, die in de kerk compromissen aangingen met modernen, en een institutaire eenheid met hen propageerden, of althans niet bestreden, als “broeders” en als “evangelischen” binnengehaald.
(…)
De nederlandse afdeling besloot (…) “met erkenning van het Evangelisch karakter der in ’t buitenland aangenomen formules, ons als Nederlanders te plaatsen op den bodem van de belijdenis der Ned. Hervormde Kerk, onze gehechtheid aan die belijdenis uitsprekend in haar nationaal en historisch karakter”.
(…) Aan het verlangen van sommigen om de Nederlandse Geloofsbelijdenis te noemen, werd toegegeven. Maar tevens werd door te spreken van de bodem der belijdenis – een ook heden nog gebezigde uitdrukking! – in plaats van de belijdenis zelf, enkel aangeduid, dat men deze koos als eerbiedwaardig historisch, nationaal en traditioneel uitgangspunt, van waaruit allerlei ethische of liberale escapades mogelijk waren.

De historie van de Evangelische Alliantie heeft bewezen, dat er van een handhaven der grondslag allerminst sprake is geweest, ja, dat de Alliantie medegewerkt heeft om valse profetie ingang te doen vinden.

We ontkennen niet, dat de Alliantie zich verdienstelijk heeft gemaakt voor het opkomen voor Zondagsheiliging, sociale zorg, zending en godsdienstvrijheid. Dankbaar moeten we ook memoreren de woorden, die Groen van Prinsterer op de vergadering te Amsterdam-1867 uitsprak. Hij wees er op, dat hij wèl veel lof gehoord had over de vrijheidsstrijd van Nederland, maar dat hij de vermelding van de geloofsstrijd, waaruit de nederlandse natie geboren was, veelal gemist had. (…)

Met waarlijk profetische scherpte schilderde hij de toenmalige liberale afval, die de naties wilde losrukken van het geloof, dat de eenheid schiep, om vervolgens hiervoor in de plaats te stellen het bloed, de bodem, de taal, die eenheid schept. Op deze wijze, zo riep Groen de filosofen en staatslieden van het moderne Europa toe, krijgt ge kleurloze volken, verzamelingen van atomen, rebellen heden, slaven morgen, een nieuwe barbarie te midden van een geraffineerde samenleving. Tegenover deze stroom van systematische goddeloosheid moet de werkelijk christelijke nationaliteit onder de volken versterkt. (…)’ (p. 29-31)

‘Hoewel de vergadering hem na afloop van zijn rede toezong, bleek Groen ook hier weer door zijn “vrienden” verlaten. Het zaad, dat hij zaaide, werd verstikt door het onkruid van valse ideeën over staat en kerk, dat door anderen uitgestrooid werd. Verschillenden verdedigden immers de liberale, neutrale staat en verklaarden zich een fèl tegenstander van de christelijke. (…) [Er] werd een “doorbraak” gepropageerd en een dolkstoot gegeven in de rug van hen, die de kerk opriepen om tegen de revolutionaire vrijheidsidealen te getuigen. Neen, de kerk moest “waardering” hebben voor de geest van de eeuw der vrijheid.

Ook over de kerk als zodanig werden gedachten verkondigd, die vloekten met het reformatorisch beginsel. Zo werd de stelling verdedigd door professor van Oosterzee, dat de evangelische kerk “in haar tegenwoordig overgangstijdperk niet met dictatoriaal gezag uit haar gemeenschap heeft te werpen, wat toch van zelf de zaden der ontbinding reeds in zich draagt”. De kerk is geduldig, omdat zij eeuwig is. Professor Brummelkamp merkte hiertegenover op, dat op de akker der wereld het onkruid moet rijpen, maar dat in de kerk uitgeroeid moet worden wat zich onverbeterlijk toont. Doch hij ontving van niemand bijval.’ (…) Een andere spreker verdedigde de stelling, dat “de belijdenissen van het verleden niet definitief zijn”, en dat “de band aan de kerk gevormd moet worden door een christelijk gevoel, en niet door een theologische formule”. Voorts werd geponeerd, dat daarom het vrijheidsbeginsel, niet alleen in de staat, maar ook in de kerk diende toegepast. Met beroep op de “toon” in verschillende vergaderingen der Evangelische Alliantie werd betoogd, dat de vorming van één evangelische kerk met enige fundamentele ideeën als basis, mogelijk was. Geen enkel “offer” hoefde gebracht. Als men elkaar wederzijds maar vrijheid liet. Schisma’s zouden zo voorkomen worden en herenigingen bewerkt. (…) “(…) Door die grote verwachting te verwerkelijken, zal de Alliantie krachtig bijdragen het christendom een positie te verlenen, die het dreigt te verliezen”.

Het oecumenisch verlangen dat vandaag gerealiseerd wordt, kwam dus in de Evangelische Alliantie reeds krachtig naar voren en wenste zich van haar te bedienen. Een “Unirte Kirche”. En zo de wereld winnen. Op de vergadering van New-York-1873 werden dergelijke klanken gehoord. Met een beroep op de verschillen van flora en fauna werd de pluriformiteit der kerk en haar eenheid desondanks verdedigd. (…) “(…) Onze Alliantie is profetie en waarborg van deze gouden eeuw, die niet achter, die vóór ons ligt, vóór ons reeds in de naaste toekomst. Dan zal de spraakverwarring der Babelverstrooiing en verwoesting overgaan in de gemeenschappelijke taal van de vrije gedachte der menschheid, en de Schibbolethsdialecten van godsdienstige geschillen wijken voor de nieuwe Pinkstertaal van het ééne geloof in Jezus Christus, den Heer”.

Aldus kwam de begeerte naar de éne Wereldstaat, de éne Wereldkerk, en de Gouden Eeuw, waarin deze gerealiseerd zouden worden, duidelijk tot uiting. De spreuken, waarvan de Evangelische Alliantie zich placht te bedienen, wezen in dezelfde richting: verschillend als de golven, één als de zee; één kudde en één Herder; één lichaam zijn we in Christus. Binnen de Evangelische Alliantie werd – al bleef deze een zeker conservatief karakter bewaren – samenwerking en verdoezeling der confessionele verschillen geléérd. Klaagzangen klonken over de stipte handhaving der belijdenis sinds de “davidische” strijd der Reformatie, het verlangen naar een “salomonische” eeuw van confessionele vrede. Zodoende werd de “evangelische” basis al meer ondermijnd door deze – in wezen onreformatorische en vrijzinnige – idealen.

Het modernisme kon daarom omstreeks de eeuwwisseling gemakkelijk de buit binnen halen. Enige tegen-organisaties werden in Amerika opgericht, waaruit tenslotte de Federale Raad in 1908 ontstond. De meeste Amerikaanse kerken sloten zich hierbij aan. De kracht der Evangelische Alliantie was nu gebroken, omdat zij slechts een organisatie van persónen, niet van kèrken was. De Federale Raad, die zich overigens het evangelie der libertijnen nooit geschaamd heeft, nam de werkzaamheden der amerikaanse afdeling der Alliantie feitelijk over. De orthodoxe cocon der Alliantie heeft zo de geboorte van de vrijzinnige eenheids-vlinder bevorderd. Het orthodoxe basis-omhulsel werd weggeworpen. Het had zijn dienst volbracht: aankweken der eenheid en bundelen van allerlei protestantse actie op het gebied van zending, barmhartigheid, enz.

Tegen haar oorspronkelijke opzet in is zo de Alliantie een der wortels geworden van de synthese-beweging: Evangelische Alliantie – Federale Raad van Kerken van Christus in Amerika – Wereldraad van Kerken. De wetten Gods betreffende de kerk en haar reformatie kunnen niet straffeloos uitgeschakeld worden. Wie niet vóór handhaving van deze wetten is, steunt de toleranten, die er tegen zijn.’ (p. 32-34)[1])


[1] De EA is tegenwoordig nog actief. De Nederlandse afdeling is in 1979 (her)opgericht. Deze is in 2013 gefuseerd met de Evangelische Zendingsalliantie. In 2015 werd de naam: MissieNederland. Website: https://www.missienederland.nl
Op de volgende internetpagina’s staat de geschiedenis vanuit het gezichtspunt van MN beschreven:
https://www.missienederland.nl/actueel/nieuwsartikel/2024/02/26/Aan-de-wieg-van-de-Evangelische-Alliantie
https://www.missienederland.nl/over/historie

 




‘Antithese of synthese?’ (3)

Samenvatting door: J. Bos

(De volgende paragraaf nemen we vrijwel geheel over, vanwege de ons inziens extra actuele betekenis ervan.)

Vlucht voor reformatie.

‘Tegenover het liberale modernisme, dat alom de kerken indrong, verhief zich gelukkig nog menige stem, in Duitsland (…), Zwitserland (…), Schotland (…), Nederland (het Reveil, de Afscheiding), en elders.

Toch heeft helaas veel verzet tegen de liberale onderdrukking een piëtistisch of individualistisch karakter gedragen. Vromen, vol bezwaren tegen de geest der eeuw zochten en steunden elkander, stichtten verenigingen en namen allerlei christelijke arbeid ter hand. Men beijverde zich voor de dienst der barmhartigheid; ook het werk der zending nam men ter hand. Op die wijze wilde men bouwen aan het koninkrijk Gods en de gemeenschap der heiligen beoefenen. Voortreffelijk werk is op deze wijze verricht door gelovigen van allerlei kerkverband, die aldus samenwerkten op sociaal gebied, ten aanzien van christelijke barmhartigheid, zondagsschoolarbeid, bijbelverspreiding, christelijk onderwijs.

Maar, – bij al die in reveil-enthousiasme aangevangen samenbundeling van christenen tot één gemeenschappelijk front, bleef veelal één onderdeel uit de openbaring des Heren buiten beschouwing: de kerk en de roeping tot reformatie der kerk, indien zij in vervallen staat is. De kerk-kwestie stelde men niet centraal of liet men liggen. Men vluchtte in “interkerkelijke” samenwerking en beleefde dáár “de gemeenschap der heiligen”. Och, zo werd geredeneerd, we zijn wel van ongelijksoortige kerken lid, we voelen voor een vrije kerk of we willen de verbasterde kerk nog niet verlaten, maar bij alle verscheidenheid mogen wij in onze nationale of internationale christelijke verenigingen over de kerkmuren heen elkaar de hand reiken, samenwerken en zo de gemeenschap der heiligen, ja de eenheid der kerk beleven. In de kerkelijke instituten is het verre van ideaal, maar hier, in onze verenigingsarbeid, hier wordt de rust geschonken, hier ’t vette van Gods huis gesmaakt, hier wordt gebouwd aan Gods koninkrijk.

Door dergelijke theorieën in praktijk te brengen, werd de “gemeenschap der heiligen” losgemaakt van de “heilige algemene christelijke kerk”. In de twaalf artikelen volgt de belijdenis over “de gemeenschap der heiligen” na die inzake “de kerk”. Wanneer de kerk ook waarachtig algemeen, christelijk, dat is Christus erkennende als de enige Bisschop, en heilig is, dat is zich telkens afscheidende van de zonde, dàn kan daarbinnen ook de gemeenschap der heiligen beleefd worden. De heiligen, gewijd aan Gods dienst, zullen zich daarom ook steeds moeten beijveren om tegen de zonde der onheiligheid te strijden. De gemeenschap der heiligen draagt dus steeds een uitsluitend, reformatorisch karakter. De gemeenschap der heiligen wordt dáár ervaren, waar gevochten wordt, met het leven als inzet, tégen de deformatie der kerk en vóór de heiligheid der kerk, haar afzondering van de wereld. Wanneer men de verloochening van Christus in de kerk als het enige Hoofd en het toelaten van ketterij in de dienst des Woords, nu ja, wel erg vindt, maar toch eigenlijk een organisatorische kwestie acht, en dan buiten het kerkelijk instituut, met terzijdestelling of verzwijging der kerknood, zich schadeloos gaat stellen door eenheid te zoeken met anderen van dezelfde kleur om zo de gemeenschap der heiligen te beleven, – dan heeft men daardoor zichzelf juist beróófd van de gemeenschap der heiligen.

Al het dwepen met de Una Sancta is toch feitelijk niets anders dan een proclameren van een eenheid boven geloofsverdeeldheid of boven kerkelijke verdeeldheid. Wie zich beijveren wil om de erfenis der Reformatie te bewaren, de kerk volgens Christus’ gebod te institueren en de gemeenschap der heiligen te beoefenen, ga strijden voor de heiligheid der kerk en de constante reformatie. (…)

Het is tragisch om te zien, hoe telkens en telkens weer in de historie der kerk blijkt, dat, wanneer “de gemeenschap der heiligen” beleefd wordt als een soort tegenhanger van de kerkelijke instituering en, met voorbijgang aan wetten des Heren betreffende de kerk, gevlucht wordt in een alles verdoezelend handen-reiken-over-de-kerkmuren-heen, de Here deze eigenwillige godsdienst stràft. We zien er in de negentiende eeuw verschillende voorbeelden van. Met de beste bedoelingen gelovigen van welke “denominatie” ook, opgeroepen tot de strijd tegen een of anderen filistijn, een vrijzinnigen of een roomsen. Maar daarbij vergeten, dat strijd tegen het slangenzaad tevens eist: strijd vóór de zuiverheid der kerk, onze moeder, die het vrouwenzaad baart. Wanneer zó niet, volgens het door den Here Zelf ontworpen plan-van-actie gevochten wordt, is de strijd bij voorbaat met vruchteloosheid geslagen. Indien immers de mening heerst, dat men gemeenschap der heiligen beoefenen en tegen grote vijanden kan strijden met ieder die “protestant” of “evangelisch” is, dan kan het niet uitblijven, of de poorten worden zo opengezet voor vijanden en vervalsers der kerk. Een “vijfde kolonne” nestelt zich tussen de gelederen, die antithese willen. Allengs bezet deze de sleutelposities, gebruik makend van de wet van vrijheid, gelijkheid en broederschap binnen “de gemeenschap der heiligen”, geabstraheerd als deze is van het kerk-vergaderend werk van Jezus Christus. En zo wordt het laatste erger dan het eerste. Want het leger, dat een vreemden vijand denkt te bestrijden, heeft in een “vriend” een nabijen vijand binnengehaald. En deze vijand bewerkt langzaam, maar zeker, dat het gebod tot reformatie der kerk vergeten en het vermogen om te onderscheiden tussen goed en kwaad afgestompt wordt. Men wil strijden tegen een valse kerk (Rome), of een valse, vrijzinnige leer. Maar door propagandisten der tolerante, dus der valse kerk als bondgenoten te begroeten, levert men zich over aan het gevaar zèlf aangestoken te worden door de geest der synthese.

Slechts Reformatie, Afscheiding kan met vrucht de antithese voortzetten. Want de Here bindt de strijd tegen het slangenzaad aan door middel van het vrouwenzaad. Wie de kerk als moeder negeert en zo strijden gaat, de broederhand reikende aan allerlei bestrijders van zijn moeder, dreigt te verliezen hetgeen hij gearbeid heeft. Is de kerk een moeder, – waar is haar eer? Wil de Here haar gebruiken – zou Hij dan de vlucht voor reformatie niet straffen?’ (p. 26-28)




‘Antithese of synthese?’ (2)

Samenvatting door: J. Bos

 

Hoofdstuk II
De wortels van de oecumenische beweging

In het voor-leden ligt het heden.
‘Wanneer we over de huidige oecumenische beweging willen gaan spreken, met name zoals deze zich presenteert in de Wereldraad van Kerken, dan zal bedacht moeten worden, dat deze jonge beweging een historie heeft.’ (p. 15)

‘Drie organisaties en bewegingen hebben vooral de Wereldraad het aanzijn gegeven:

  1. De beweging voor Praktisch Christendom of Leven en Werk (Life and Work). Eerste conferentie in 1925.
  2. De beweging van Geloof en Kerkorde (Faith and Order). Eerste conferentie in 1927.
  3. De Internationale Zendingsraad. Opgericht in 1927.’ (p. 15)

(Voordat de historie van deze organisaties en bewegingen wordt behandeld, wordt er eerst aandacht besteed aan de voorgeschiedenis ervan.)

‘Juist wanneer we het omvangrijke wortelstelsel enigszins hebben leren kennen, zullen wij ook des te beter verstaan, hoe het mogelijk was dat de oecumenische wonderboom zo spoedig opschieten en zijn takken naar alle kanten uitbreiden kon. Vanzelfsprekend zal ook tevens gelet worden op de bodem, waarin deze wortels aardden.’ (p. 16)

 

Ongeloof en revolutie.
(De wortels van de huidige kerkelijke eenheidsbeweging treffen we aan in de tijd na de Franse Revolutie, de eeuw van de autonome mens.)

‘Groen van Prinsterer heeft het scherp gezien, dat deze Revolutie in verband tot de wereldhistorie in omgekeerde zin hetzelfde betekende als de Reformatie voor de christenheid. Zoals de Reformatie Europa redde uit het bijgeloof, zo heeft de Omwenteling de beschaafde wereld in de afgrond van het ongeloof geworpen. Gelijk de Reformatie, strekt de Revolutie zich over alle gebied van praktijk en wetenschap uit. Bij de Reformatie is onderwerping aan God, bij de Revolutie opstand tegen God het beginsel. De Reformatie ging uit van het Woord, de Revolutie van de rede, de souvereiniteit van de mens. De Omwenteling proclameert de vrijheid van denken en handelen, de oppermacht van verstand en wil. De mens is uit zichzelf goed. De oorsprong van het kwaad ligt slechts in verkeerde vormen en gemis aan inzicht.

Enerzijds geeft deze eeuw te zien een reusachtige groei van de cultuur. De moderne beschaving komt op. De mens gaat de wereldschatten voor zich ontsluiten. (…) Een optimistisch vuur bezielt de volken, na de bevrijding van Napoleon’s juk.

Doch anderzijds moet geconstateerd: deze culturele ontwikkeling draagt typische trekken van ongeloof. Ze gelijkt op de cultuur van Kaïn, Lamech, Jabal, Jubal, Tubal-Kaïn.

Deze eeuw vertoont het beeld van een ontzaglijke afval van God. Al consequenter worden op alle terreinen de vruchten der Reformatie uitgedelgd. Daarentegen rijpt in deze eeuw vol ontwikkeling het alom kwistig uitgestrooide zaad van de revolutionaire leer.

Da Costa heeft in zijn “Bezwaren tegen den Geest der Eeuw” ongelofelijk scherp zijn tijd verkend en getypeerd:

(hierop volgt een vrij lang citaat uit dat boek.)

…, hier is de kern aangewezen: de trotse negentiende eeuw schaamde zich voor de wijsheid der hervormers, de wijsheid van Jezus Christus. Het Woord des kruises was ook haar een dwaasheid.’ (p. 16-18)

 

Verraad aan de confessies.
‘De oorzaak van bovengeschetste achteruitgang moet gezocht in de ontaarding der kerk. Langzamerhand waren de belijdenissen in Nederland, maar elders evenzeer, eerbiedwaardige documenten geworden. De verlichting had via de universiteiten haar tienduizenden verslagen. Schriftcritiek had haar intrede gedaan. Nieuwmodische filosofieën hadden epidemisch de belijdenistrouw verwoest. En tegenover dit veldwinnend modernisme, dat vanaf de kansels zijn dwalingen propageerde, werden geen sleutelen des hemelrijks gehanteerd.’ (p. 18)

‘Zo is het een droef beeld, dat ons van de kerken in het begin der vorige eeuw getoond wordt. Leervrijheid is de kerken binnen gedrongen.
(…)
De belijdenis-wallen, voorheen de kerkstad beschuttend, zijn aardige plantsoentjes geworden. Hier en daar staat nog een brok muur of een poort, als curiositeit. Maar de vijand is allang in de veste, vrij, onverveerd.’ (p. 19)

 

Verdraagzaamheid.
‘Wanneer de tucht bewust wordt afgeschaft, wanneer de vijand des Heren in de kerk wordt toegelaten, wanneer de ketterij onweersproken zich van de kansels mag uiten, – dan is het tijdperk der tolerantie, der verdraagzaamheid aangebroken. Alom roept men “vrede, vrede”. In naam van “Jezus”, Die toch gebood liefde te betonen, roept men op tot vredelievendheid, irenische houding.

Juist de vrijzinnigen hebben in alle landen steeds het luidst het tijdperk der vredelievendheid geproclameerd. Dat is niet te verwonderen. Onverschilling waren ze ten aanzien van de belijdenissen. En dank zij de tolerantie was het hun mogelijk langzamerhand de sleutelposities in te nemen.

En merkwaardigerwijze: zij die enerzijds in partijdige verdraagzaamheid gaarne alles over het hoofd zagen, wat Gods Woord en waarheid, Christus’ kruis en Christus’ heerlijkheid te na kwam, konden anderzijds uiterst streng zijn tegen klagers over de treurige afval, twijfelaars aan het gezag hunner menselijke geboden.

In deze tijd van verdraagzaamheid was het mogelijk, dat officieel de binding aan de belijdenis werd afgeschaft, en dat van hogerhand kerkunies gevormd werden.’ (p. 19-20)

‘In Nederland werd in 1816 de hervormde kerk gezegend met een reorganisatie, reeds onder het franse bewind voorbereid en door koning Willem I ingevoerd. De nieuwe reglementen maakten niet alleen de kerk tot een genootschap, maar maakten ook de band aan Schrift en belijdenis los. De kerkbesturen zagen zich “de bewaring van orde en eendracht, en de aankweeking van liefde voor Koning en Vaderland” tot taak gesteld.

Bewaring van orde en eendracht! Dat typeert de liberale tolerantie uit die dagen. Onverschillig was men ten opzichte van de belijdenis. Het nieuwe ondertekeningsformulier voor dienaren des Woords liet daarom opzettelijk ruimte voor hen, die de gereformeerde leer verwierpen.’ (p. 20-21)

(Citaat van dr. B. Wielenga:) “Het lag in de bedoeling van de leidende mannen, het tijdperk van de Dordtse Synode af te sluiten, en een nieuw tijdperk te beginnen. De Gereformeerde Kerk moest van nu voortaan zijn een algemeen Protestantsche Kerk, waarin ook plaats zou wezen voor andere gezindten. Een Christendom boven geloofsverdeeldheid!” (p. 21)

‘En zo was het alom in de wereld sinds Napoleon’s val. Eenheid, verdraagzaamheid, samenwerking. Geen antithese, maar naar Hegel’s romantisch recept een synthese, een samenstemming van vroeger elkaar bekampende partijen met behoud van hun eigenaardigheden. Eenheid, boven geloofsverdeeldheid! Geen theologische scherpslijperij of dordtse bekrompenheid, want de eendracht onder het volk en het welzijn van de natie vordert dat de kerk als godsdienstig genootschap zoveel mogelijk richtingen samenbundelt.

Al het roepen om eenheid in de kerk en verdraagzaamheid tussen de kerken werd geboren uit nationalistische motieven.

Niet het Woord Gods, dat tot strijd voor de waarheid oproept, regelde de gehoorzaamheid. Toen in Nederland de Afscheiding in 1834 begon, voelde men dat niet alleen als een aanslag op de vaderlandse kerk, maar ook op de natie.’ (p. 22)

‘Het is goed (…) reeds nu te concluderen, dat de eenheidsbeweging (…) voortsproot uit:

1e. onverschilligheid t.a. van Schrift en belijdenis;
2e. nationalisme;
3e. optimistisch geloof in de vooruitschrijding der beschaving, die de bekrompen strijd tussen de christelijke “afdelingen” deed ophouden door toenemende verlichting en een uiteindelijke synthese bracht.

De grote nationale volkskerken, die de binding aan de belijdenis opgeheven hadden, waren kweekscholen geworden voor de eenheidsmentaliteit. Men leerde in die grote instituten elkaar verdragen, waarderen. En ook al was er richtingsstrijd, er was gesprek en samenwerking mogelijk binnen het ene, nationale instituut. Men was tenslotte toch lid van één kerk.

De vraag zal overwogen moeten worden, of de huidige oecumenische beweging niet enkel maar internationaal gemaakt heeft, wat reeds lang nationaal aanwezig was. Het verschil zou dan alleen zijn, dat er vroeger in een tijd van nationalisme gestreefd werd naar een alles omvattende landskerk (het ideaal van koning Willem I der Nederlanden) en thans, in een tijd van internationalisme, naar een aan allen plaats biedende wereldkerk met een grootste-gemene-deler-grondslag.’ (p. 22-23)

 

Praktisch “christendom”.
(Door de verschillende stelsels die in de 19e eeuw hebben geheerst, werd het accent gelegd op het gevoel, op de rede c.q. op de wil van en het zedelijke in de mens.)

‘Al deze theologische richtingen zochten hun centrum in de mens, Zij zijn niets anders geweest dan vormen van het heidendom, dat de kerk binnendrong.

De gevolgen zijn ruïneus geweest. In deze eeuw van ontwikkeling en wetenschappelijke progressie ontwikkelde de schriftcritiek in ontstellende mate. (…) De leer over duivel, zondeval, verzoening, opstanding, hemelvaart, wederkomst en oordeel van Christus werd als niet behorend tot de kern van het christendom verworpen.

Wat die kern dan wel was volgens de liberale theologen? De liefde! Het christendom van de daad, van de filantropie, van de deugd, van de moraal.

Aangezien men niet geloofde in de zondige aard des mensen, was men de gedachte toegedaan, dat het brengen van beschaving en de zede-prediking in de maatschappij veel veranderen zou.’ (p. 23-24).

Zelfs de zending rekenden velen tot de filantropie onder de arme heidenen. Aan alle mensen moest verkondigd, dat God een Vader van allen is, en allen moesten beseffen, dat zij kinderen van één Vader waren, allen broeders. Als die verlichte wetenschap tot rijk en arm zou doordringen, dan zou de Liefde het aanschijn van de maatschappij wel veranderen. Alle Menschen werden Brüder.

(De vrijzinnigen) ‘… meenden, dat het “christendom” enkel spreekt van een God, die steeds liefde is. Van een God, Die ook oordeelt en Zijn wetten handhaaft, wilden zij krachtens hun liberaal beginsel niet weten. (…)

Met name in de angelsaksische landen, met hun praktische inslag, ging in de inclusivistische kerken (kerken, die niet optreden tegen modernen) het christendom-van-de-daad almeer het christendom-volgens-het-Woord verdringen. (…)

In feite was heel dit naar voren brengen van het praktisch christendom een devaluering van het woord “christendom”. Want wat betekent Christus, het Woord, als men in Hem enkel een groots voorbeeld ziet en Hem losmaakt van Zijn eigen Woord in Oud en Nieuw Testament?’ (p. 24-25)

‘Slechts wat op Christus als fundament gebouwd is, is christelijk en zedelijk. Juist dáárom komt hier de vraag naar voren: Is hier weer niet een treffende parallel met de huidige oecumenische beweging? (…) In de vorige, de prae-oecumenische, eeuw hief men de leuze aan: Geen leerstelsel maakt zalig, op het leven komt het aan! In déze oecumenische eeuw brengt men de slagzin van den oecumenischen voortrekker Söderblom in praktijk: Leer scheidt, dienst verenigt!’ (p. 25)




‘Antithese of synthese?’ (1)

Samenvatting door: J. Bos

 

Tot de belangrijkste boeken die in de vorige eeuw zijn verschenen, kan wat ons betreft ‘Antithese of synthese?’ van ds. C. van der Waal worden gerekend.[1][2] We hebben het al eerder diverse keren genoemd in voorgaande artikelen. In dat boek worden de fundamenten blootgelegd van de wereldwijde oecumenische beweging en de geestelijke invloed die zij uitoefent, welke een groot gevaar is voor de kerk. Het boek stamt uit 1951, maar het bestuderen ervan is ook in onze tijd nog zeer belangrijk. Sindsdien heeft deze beweging op steeds grotere schaal gezegevierd en het gedachtegoed ervan is in vele ‘algemeen-christelijke’ organisaties geïnfiltreerd.[3] Zodoende is het gevaar in feite alleen maar groter en sterker geworden. Om daarvoor te waarschuwen willen we graag een samenvatting geven van het boek. We doen dat zo veel mogelijk in de vorm van een uittreksel met meer of minder uitgebreide citaten.[4]


Hoofdstuk I
Toetsing der oecumenische beweging noodzakelijk

De oecumenische eeuw der kerk afgekondigd.

(De paragraaf begint met een citaat van een theoloog, waarin deze een typering geeft van de oecumenische beweging.[5] Na een plastische beschrijving van de hopeloze na-oorlogse toestand in de wereld stelt hij onder meer:)

‘… ons wachten catastrophen van kosmische afmeting en van apocalyptische aard. En we weten het!

Door die fundamenteel gespleten en hopeloos verdeelde wereld gaat thans een duidelijke roep, sterk en luide. (…) ‘Het is de roep om de Una Sancta, de roep om de Eenheid van de Kerk van Christus.’ (p. 9)

(Van der Waal vat het citaat als volgt samen:)

‘Aldus typeert een deskundige de oecumenische beweging. Hij ziet haar als een nieuwe lente, die de kerken tot een nieuw geluid, een nieuw belijden gaat samenbrengen. Hij ziet haar als een onweerstaanbare vloed, die de kerken binnen stroomt en bekwaamt tot nieuwe dienst aan de wereld. Hij ziet de oecumenische, dat wil zeggen wereldwijde, eeuw aangebroken. Ja, het is, alsof de messiaanse eeuw kerken en zending, jeugd en samenleving uitdrijft tot de laatste kruistocht. God wil het!’ (p. 10)

(Sinds de oprichting van de Wereldraad van Kerken in 1948 is er sprake van een ‘respectabele reuzenorganisatie’, die samen met haar neven-organisaties een niet te onderschatten invloed heeft.)

‘…, hier staan we voor een lichaam, dat door zijn spreken en handelen alle levensverbanden in de wereld zal bestrijken. Er is geen kwader ding dan in vermetele struisvogelpolitiek de werkelijkheid te ontvluchten en de kracht der oecumenische organisaties te miskennen.’ (p. 10)

‘… met een ongeëvenaarde kracht en overtuiging dragen duizenden oecumenische profeten hun geloof, hoop en liefde in de wereld uit. God wil het! De Una Sancta is in zicht! De kerk gaat in oecumenisch verband haar laatste aanval doen op de wereld!’ (p. 10)

 

Beproeft de geesten!
‘Indien ooit, dan dient thans Christus’ Woord gehoor te vinden: Hetgeen Ik u zeg, dat zeg ik allen: wáákt! (Marc. 13:37). Want Christus’ grote tegenstander gaat tot het einde der wereld rond met schone leuzen. Hij is de componist van talloze slaapliederen. Hij heeft in zijn dienst profeten, die zachte dingen spreken.’ (p. 10-11)

(De satan kan afleidingstaktieken gebruiken. Daarbij concentreert hij de aandacht op één zwakke plek in de muur, worden niet alle bressen verdedigd, en sluipt de vijand via een onverdedigd punt naar binnen.)

‘…, de kerk zal de oude belijdenis zó moeten naspreken, dat ze paraat is om nieuwe aanslagen op Gods Woord te onderkennen.

Handhaven van de belijdenis betekent niet rusten op de door de voorvaderen verworven lauweren, maar er op bedacht zijn, dat de satan uit de ongeloofsschat oude en nieuwe dingen naar voren brengt.’ (p. 11)

‘Ten aanzien van de huidige oecumenische beweging betekent dit, dat gevraagd zal moeten worden: Is deze uit God òf uit de mensen?

Indien deze uit God is, zal deze beweging moeten delen in onze volle steun en sympathie. We vinden dan hier een muur, waaraan we moeten bouwen. De verdediging van Jeruzalem eist het.

Maar indien deze beweging uit de mensen is, zullen we haar moeten bestrijden, zonder aanzien des persoons. Dan zullen wij, juist omdat wij de belijdenis willen handhaven, ook al zou het voor ons lijden medebrengen, onze stem hiertegen moeten verheffen. De verdediging van de muren van Sion eist dit. God wil het!

Nooit zullen we zonder meer de oecumenische beweging mogen accepteren, omdat misschien enkele leuzen ons bekoren. Want de grote vraag, die ons steeds beheersen moet is: Is hier de goede Herder aan het woord òf spreekt hier een wolf in schaapskleren?’ (p. 11-12)

 

De enige toetssteen.
(In deze paragraaf wordt de vraag gesteld: hoe kunnen wij weten of de oecumenische beweging wel of niet goed is?)

‘Het enige antwoord hierop moet zijn: het Woord van God doet ons vandaag klaar zien wat uit de hemel en wat uit de mensen is. De Schrift helpt de kerk te waken.’ (p. 12)

‘Het Woord van God zal ons dus moeten zeggen, of we in de gelederen der huidige eenheidsbeweging mee zullen moeten strijden, òf dat we deze oecumenische kruistocht moeten haten en vlieden.’ (p. 13)

 

Obediëren inder gherechticheyt.
‘Het zou kunnen zijn, dat, wanneer we ons uitgangspunt nemen in Gods Woord, men ons eraan herinnert, dat we met ootmoedigheid bekleed moeten zijn en dat God in Zijn Woord van ons eist, dat we nooit tot een scherpe afwijzing van wat vele mede-christenen willen, mogen komen.’ (p. 13)

‘Tegenover hen, die vandaag klaar staan om belijdenis-trouw “triomfantelijke hoogmoed” te noemen, moet op grond van des Heren Woord uitgesproken worden, dat Hij arme, nederige zondaren oproept om gedurig en gehoorzaam te WAKEN. Dat zij tot dit heerlijke ambt van wachter geroepen worden, is grote genade in Christus.

Indien blijken mocht, dat de eenheidsbeweging onder de kerken tegen Gods Woord ingaat, en we zouden zwijgen, dan zou dat geen nederigheid van ons, maar schandelijke hoogmoed zijn. Indien de wachter gevaar ziet naderen, en hij blaast niet op de bazuin, dan gaat hij vermetel in tegen zijn hoogsten Superieur. En bovendien: het bloed van de verlorenen zal van zijn hand geëist worden (Ez. 33:6,8).

Wanneer wij dan ook de oecumenische beweging gaan toetsen, zetten we ons niet tot de behandeling van een slechts academische kwestie of een interessant probleem. Maar we willen gehoorzaam onze houding bepalen ten opzichte van een wereldbeweging, die àller aandacht opeist. Niemand mag hier toeschouwer blijven! Waken, toetsen eist Gods orde en der tijden nood.’ (p. 14)


[1] C. van der Waal, Antithese of synthese? De oecumenische beweging beschreven en getoetst. Enschede, J. Boersma, 1951.
[2] Een pdf van het boek is te vinden via: https://reformata.nl/#Theologie%2FZonder%20categorie
[3] Zie bijvoorbeeld de artikelen Werelddiaconaat (1-8) op deze website.
[4] De citaten worden niet zoals gebruikelijk cursief geplaatst, maar alleen tussen hoge komma’s. Waar we een eigen tekst als samenvatting geven, staat deze tussen haakjes.
[5] dr. H. v.d. Linde, in Rome en de Una Sancta (Nijkerk, 1947)




Werelddiaconaat (8, slot)

Door: J. Bos

 

Behalve aan Partos neemt de vereniging Prisma ook actief deel aan de netwerken WO=MEN en WCC EEA, en wordt er samengewerkt met het netwerk EU Cord. Om te laten zien waar deze organisaties voor staan, zetten we enkele gegevens op een rijtje, zoals die zijn te vinden op de respectievelijke websites.

 

WO=MEN[1]
‘WO=MEN komt namens Nederland op voor gendergelijkheid’
‘Gendergelijkheid en empowerment van vrouwen en meisjes is één van de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen (SDG’s) van de Verenigde Naties. WO=MEN coördineert de Nederlandse implementatie van dit ontwikkelingsdoel in nationaal en internationaal beleid.’
‘Gendergelijkheid is een recht, geen luxe’
‘WO=MEN*, strijdt voor gelijke machtsverhoudingen tussen vrouwen, mannen en gender non-conforme personen. Dat doen we wereldwijd en ook in Nederland. Want seksuele oriëntatie en genderidentiteit mogen nergens leiden tot ongelijke behandeling.
WO=MEN is het grootste genderplatform in Europa. Zo’n 50 organisaties en 125 professionals zijn verbonden aan WO=MEN: ontwikkelings- en vredesorganisaties, vrouwen- en genderrechtenorganisaties, diaspora, vakbonden, politie, journalisten, kennisinstituten, academici, militairen, ondernemers, studenten en opiniemakers. Samen werken we aan een rechtvaardige wereld waarin gendergelijkheid en de rechten van vrouwen en meisjes worden gerespecteerd. *WO=MEN – women equals men’

Onder de ruim vijftig leden bevinden zich naast Prisma ook meer of minder ‘bekende’ organisaties als: Amref Flying Doctors, Choice for Youth and Sexuality, CNV International, COC Nederland, Cordaid, Hivos, Koninklijk Instituut voor de Tropen, Oxfam Novib, Partos, Pax Nederland, Rutgers, Simavi, Stem op een Vrouw.[2]

 

WCC EEA (Wereldraad van Kerken Oecumenische Belangenbehartigings Alliantie)[3]
‘De World Council of Churches Ecumenical Advocacy Alliance is een wereldwijd netwerk van kerken en aanverwante organisaties die zich inzetten om samen campagne te voeren vanwege gemeenschappelijke zorgen voor gerechtigheid en menselijke waardigheid.
Huidige campagnekwesties zijn HIV en AIDS, en voedselzekerheid en duurzame landbouw.
De Ecumenical Advocacy Alliance werd in 2000 opgericht volgens het principe dat hoe meer we samen kunnen spreken en handelen, hoe sterker onze impact voor gerechtigheid zal zijn.
De WCC Ecumenical Advocacy Alliance brengt een breed netwerk van deelnemende organisaties samen, met een breed scala van kerkfamilies (Rooms-Katholiek, Evangelisch, Orthodox en tradities stammend uit de Reformatie) en soorten organisatie (kerkgebaseerde humanitaire hulp- en ontwikkelingsagentschappen, kerk-gebaseerde belangenbehartigingsorganisaties, kerken, nationale en regionale raden van kerken, religieuze ordes, en andere groepen).’[4]

De deelname van Prisma aan dit netwerk betekent dat er een rechtstreekse band is met de Wereldraad van Kerken, waarbinnen de WCC EEA tot het programmagebied Diakonia behoort.[5]

 

EU Cord[6]
‘Als individuele organisaties (en als netwerk) zijn wij een interkerkelijke groepering van christelijke hulp- en ontwikkelingsorganisaties, geïnspireerd door christelijke waarden om ons werk te volbrengen. Als zodanig zijn wij onafhankelijk van welke politieke, sociale of religieuze autoriteit dan ook.’[7][8]
‘We zijn een divers netwerk van 26 NGO’s uit 12 Europese landen die in 87 landen werken met meer dan 800 nationale tegenhangers van het maatschappelijk middenveld verenigd in onze missie als ‘Christelijke organisaties die samenwerken voor een getransformeerd, rechtvaardig en gelijk werk’. Samen werken we aan meerdere thema’s in humanitaire en ontwikkelingsinstellingen en gebruiken we deze ervaring om de belangenbehartiging te stimuleren die ten grondslag ligt aan echt transformerende verandering.’[9][10]

Prisma werkt samen met EU Cord. De vereniging zelf is er geen lid van, maar enkele leden van Prisma zijn dat op hun beurt wel, namelijk: Dorcas, SeeYou, Red een Kind, Tearfund, Woord en Daad, ZOA, alsmede participant IJM.[11]

Ook in de bovenstaande gegevens kan de vervlechting van ‘algemeen-christelijk’ en ‘humanistisch’ in organisatie en/of doelstelling worden opgemerkt. Op de diverse websites is veel informatie voorhanden over de activiteiten van deze netwerken. Het lijkt ons niet nodig om er uitgebreid op in te gaan. Uiteindelijk geldt hier namelijk hetzelfde als met betrekking tot het lidmaatschap van Partos: geen antithese, maar synthese.

In het eerste artikel van deze serie schreven we:
‘In enkele artikelen willen we laten zien waarom ‘algemeen-christelijke’ organisaties als Woord en Daad, ZOA, Red een Kind, MAF, Open Doors moeten worden gerekend tot de richting die door Van der Waal wordt getypeerd als ‘een diaconie-op-drift, een aan het huidige schema van deze eeuw aangepaste diaconie’. We noemen speciaal deze namen, omdat het ons is opgevallen dat het in kringen van hen die sinds 2003 uit de GKv zijn vertrokken in toenemende mate voorkomt dat er giften voor deze organisaties worden ingezameld. Hoewel al of niet doneren aan zogeheten ‘goede doelen’ in wezen onder de individuele verantwoordelijkheid van de gemeenteleden valt, gebeurt het inzamelen zelfs wel ‘als gemeente’, bijvoorbeeld door middel van een collecte tijdens of een deurcollecte na een dienst. Naar aanleiding van deze feiten willen we ter bezinning weergeven waar deze organisaties voor staan en waarmee ze vervlochten zijn.’[12]

We hebben aangewezen waarom de ‘algemeen-christelijke’ organisaties die gelieerd zijn aan de vereniging Prisma, inderdaad moeten worden gerekend tot de richting die door dr. C. van der Waal wordt getypeerd als ‘een diaconie-op-drift, een aan het huidige schema van deze eeuw aangepaste diaconie’, waarin het recht van Jezus Christus is vervangen door ‘rechten van de mens’. Verder kunnen we stellen dat door middel van collectes voor deze organisaties, hoe goed bedoeld ook, mede wordt bijgedragen aan het totalitaire streven van de Verenigde Naties en de Wereldraad van Kerken.

We sluiten deze serie af met een citaat uit het boek ‘Leven tot in eeuwigheid’ van ds. Joh. Francke. Het betreft een gedeelte van een Schriftoverdenking die al eerder op deze website is geplaatst, en die handelt over Openbaring 20:7-10[13].
‘Christus leert ons hier minstens twee dingen. In de eerste plaats dat al de eeuwen door, tot het einde der wereld, in de niet-christelijke en niet-kerkelijke volken de energie van satan de wils- en drijfkracht is tot het anti-christelijke en anti-kerkelijke. Waar de volken en hun vorsten niet buigen voor koning Christus, is de satanische verleiding en verlokking tot zonde oppermachtig. Vandaar dat wij goed dienen te onderscheiden tussen de vrienden en de vijanden van de ware kerk van Christus.
Een humanistische president van de Verenigde Staten van Noord-Amerika is niet minder geestelijk gevaarlijk dan een communistische dictator in Rusland en China. Een afvallige Wereldraad van kerken kan evengoed een Magog-volk worden als een Mohammedaanse Liga.
En in de tweede plaats leert de Heiland ons, dat in deze wereld tot het einde de antithese (geestelijke tegenstelling) en dientengevolge de antichristelijke strijd blijven. Vandaar dat Gods getrouwe kerk zich niet mag vergezelschappen met een Magog-volk, van welke humanistische staat en kwaliteit het ook is, van welke schijn-christelijke hoedanigheid het ook is. We kunnen als kerk van Christus het debat over de vraag, of de West-Europese eenheid en het streven der Verenigde Naties wel zal lukken, gerust staken, want uiteindelijk lukt dat zeker. Doch veel ingrijpender is de vraag, hoe ons gedrag als christenen tegenover dat alles moet zijn. Afstand nemen èn tegelijk trouw getuigen – is het antwoord.’[14]

 

[1] https://www.wo-men.nl/ (alle links geraadpleegd eind augustus 2023)
[2] https://www.wo-men.nl/overzicht-leden
[3] https://www.oikoumene.org/programme-activity/ecumenical-advocacy-alliance
[4] vertaling uit het Engels met behulp van Google Translate
[5] zie de link ‘Diakonia’ op: https://www.oikoumene.org/what-we-do
[6] https://www.eu-cord.org/
[7] https://www.eu-cord.org/about-us/
[8] zie voetnoot 4
[9] https://www.eu-cord.org/about-us/members/
[10] zie voetnoot 4
[11] zie voetnoot 9
[12] https://semper-reformanda.nl/werelddiaconaat-1/
[13] https://semper-reformanda.nl/de-uitvoering-van-de-finale/
[14] ds. Joh. Francke, Leven tot in eeuwigheid, Schriftoverdenkingen in de gang der heilshistorie, Enschede, Drukkerij Uitgeverij J. Boersma, 1973, pag. 235-236