Beproef de geesten – een Schriftuurlijke opdracht!

Door: M.R. Vermeer

 

Het zal de lezers van deze website niet zijn ontgaan dat in De Gereformeerde Kerken (hersteld) moeiten zijn ontstaan. Hoe moeten deze moeiten worden getaxeerd? Wat is de juiste weg om hiermee om te gaan? In dit artikel letten we op onze positie als gelovigen, onze opdracht en de enige maatstaf die wij mogen hanteren.

 

Een mondige gemeente
De positie van waaruit wij mogen denken, spreken en handelen wordt ons schitterend voorgesteld in 1 Petr. 2:9: “Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap…”.

Een ‘uitverkoren geslacht’ – de uitverkiezing in Christus mag ons rust geven in de kerkelijke moeiten. De weldaad van de uitverkiezing mogen wij overdenken om ons “ernstig en voortdurend te oefenen in dankbaarheid en goede werken” (DL V.12).

Een ‘koninklijk priesterschap’ – wij zijn een koninkrijk van priesters, om de Here te dienen. Als leden van een mondige gemeente: gelovigen hebben immers de zalving met de Geest ontvangen en daarmee ook de gave van ‘discretie’, van onderscheidingsvermogen (Filip. 1:10)!

 

Beproef de geesten!
Als mondige gemeenteleden hebben wij de opdracht om ‘de geesten te beproeven’ (1 Joh. 4:1). Toen Johannes deze waarschuwing gaf, waren er valse profeten die een dwaalleer verkondigden: Jezus  Christus zou niet werkelijk in het vlees zijn gekomen, maar slechts met een schijnlichaam (het zgn. docetisme). Een leer die haar uitwerking in het concrete leven niet miste: waarom druk maken om naastenliefde als Jezus ons daarin niet werkelijk als mens is voorgegaan? Deze valse leer kwam dan ook tot uiting in een leven zonder rechtvaardigheid en naastenliefde (1 Joh. 3:10).

Nu mogen we deze opdracht tot ‘beproeving van de geesten’ niet beperken tot dwaalleer inzake de menselijke natuur van Jezus. Toen op de synode van Groningen (2014-2015) met deze tekst werd opgeroepen tot beproeving van interkerkelijke relaties werd dit door sommigen ter synode fel en verontwaardigd van de hand gewezen: dat gaat toch veel te ver, een tekst aanhalen die in verband staat met de ‘geest van de antichrist’ in relatie tot bijvoorbeeld buitenlandse kerken! Door een afgevaardigde predikant werd echter terecht verwezen naar de uitleg van Calvijn, die toch aangeeft dat deze opdracht voor allerlei leer geldt en wijst op een situatie waarin de kerk ‘met onenigheid en twist gekweld wordt’.[1]

Beproef de geesten – een opdracht tot voortdurende waakzaamheid.

 

Gods Woord de enige maatstaf
Voor een juiste taxatie van de kerkelijke situatie is Gods Woord de enige maatstaf. Gods Woord zoals wij dat belijden in art. 30-32 NGB. Gods Woord zoals een gereformeerde kerkregering daarin haar uitgangspunt vindt. Een kerkregering en kerkorde die werkelijk de vrede (1 Kor. 14:33) als einddoel heeft en geen ‘orde om de orde’[2] voorstaat.

De ‘koninklijke weg’ houdt dus in dat wij als koninklijk priesterdom een opdracht hebben om de geesten te beproeven, met Gods Woord als enige maatstaf.

 

Bemoediging voor bezwaarde broeders en zusters
Veel broeders en zusters van DGK bevinden zich momenteel in een moeilijke situatie. Door DGK Mariënberg e.o. is aan kerkenraden en leden van DGK een ‘oproep tot reformatie’ gedaan. Een ‘oproep tot reformatie’ die in sommige plaatsen dreigt terzijde te worden geschoven. Bezwaarde broeders en zusters nemen hun taak als levende, mondige leden van de kerk serieus, door brieven te schrijven en gesprekken aan te gaan. Soms krijgen zij het verwijt dat ze een ‘bemoeial’ zijn.

Hoe bemoedigend is het dan om als koninklijk priesterdom onze opdracht in het oog te houden: beproef de geesten!

Dit kan ook rust geven in deze strijd. We hoeven gelukkig niet in debat te gaan, waarbij de ‘beste prater’ of ‘snelste denker’ het wint. We hoeven ook niet in een moeras van allerlei details te verzanden. De ‘oproep tot reformatie’ heeft duidelijk en helder geklonken[3]:

  • De kerkregering is in geding (o.m. door art. 31 K.O. krachteloos te maken);
  • De kenmerken van de ware kerk zijn in geding (onzuivere sacramentsbediening en tucht);
  • De broederschap is in geding (o.m. door ongegronde beschuldigingen door een meerdere vergadering).

Keer terug tot het vaste fundament van de ware kerk!

 

[1] Een bespreking die gedeeltelijk is weergegeven in de Acta GS Groningen 2014-2015, p. 62 en p. 65.

[2] C. Bijl, Leren geloven. Een toelichting op de Nederlandse Geloofsbelijdenis (Barneveld: De Vuurbaak, 1999), p.  186.

[3] Deze ‘oproep tot reformatie’ kan door leden van DGK en de zusterkerk te Abbotsford worden opgevraagd bij de scriba van DGK Mariënberg e.o., zie op https://dgkmarienberg.nl/.

image_pdfimage_print