Pinksteren: uitstorting van de Geest

Door. H. Plaggenmars

 

De werkweek ligt bijna achter ons. In de komende dagen volgt het pinksterfeest.

Hemelvaartsdag. In de afgelopen dagen mocht er op Hemelvaartsdag worden stilgestaan bij de Hemelvaart van Christus en tegelijk de Troonsbestijging van de Messias Koning.

Pinksteren. Morgen en overmorgen staat de Kerk stil bij het evangelie van Pinksteren.

Morgen is het ook zondag. Een dag van rust en tegelijk ook een dag waarin wij ons opmaken om naar het Huis van de Heere te gaan. Want daar horen wij Zijn Woord (Ps.122).

En evenals op de tweede pinksterdag staan wij in de komende dagen in het bijzonder stil bij het evangelie van Pinksteren.

Ja, pinksterdagen zijn dagen van rust (Deut.5:14). Tegelijk zijn het bijzondere dagen waarop het Woord van de Heere opengaat bij het evangelie van Pinksteren.

 

Stilstaan bij het evangelie van Pinksteren
Stilstaan. De pinksterdagen zijn dagen waarop de Kerk stilstaat bij de uitstorting van de Heilige Geest op die bewuste pinksterdag na Zijn Hemelvaart (Hand. 2:1).

En tegelijk omvat de pinksterviering het stilstaan bij die bijzondere tekenen die daarbij zijn gehoord en gezien. Geluid als van een geweldige windvlaag (Hand. 2:2). Spreken in andere talen (Hand.2:4). En de tongen als van vuur die gezien werden (Hand. 2:3).

Ja, er was op die bewuste pinksterdag zelfs verwarring want een ieder hoorde hen in eigen taal spreken (Hand. 2:6). Het is de apostel Petrus die deze bijzondere tekenen op die bewuste pinksterdag verbindt aan de profetieën van Joël uit het Oude Testament (Hand. 2:17). Het is de apostel Petrus die in zijn toespraak die bijzondere tekenen die gehoord en gezien werden verbindt aan de verhoogde Jezus Christus die de belofte van de Heilige Geest ontvangen en uitgestort heeft (Hand. 2:33).

Overdenken. Het is goed om bij en rond de pinksterdagen het evangelie bij de hand te nemen en het evangelie van Pinksteren kort te overdenken (Ps.77:13).

De uitstorting van de Heilige Geest is immers beloofd. Het is geprofeteerd in het Oude Testament.

Het is door Christus aan Zijn discipelen beloofd bij Zijn Hemelvaart (Hand.1:8).

De uitstorting heeft plaatsgevonden op die bewuste pinksterdag. De dag waarop het pinksterfeest vervuld werd en allen eensgezind bijeenwaren (Hand.2:1).

In deze overdenking een korte bijdrage waarin kort iets genoemd zal worden over het feit dat Pinksteren is geprofeteerd en beloofd.

 

Pinksterdag
Eerst iets over die bewuste Pinksterdag. In Handelingen 2 vers 1 lezen wij daarvan: “En toen de dag van het Pinksterfeest vervuld werd”. Het eigenlijke woord zegt iets over het getal, hier de 50e dag (Pentékosté, Hand. 20:16).

Dat Pinksteren toen al een bijzondere dag was komt bijvoorbeeld naar voren in de eerste brief van de apostel Paulus aan de gemeente in Korinthe. In deze brief schrijft hij over zijn reisplannen en zijn verblijf in Efeze tot Pinksteren, de 50e dag.

De dag van het Pinksterfeest was voor de Joden al een bijzondere dag. Het was de dag van het laatste oogstfeest. Het feest van de 1e vruchten van het veld (Ex.23:16). Volgens de bepalingen in het boek Leviticus werd er geteld in 7 volle weken en moest men de Heere een nieuw graanoffer aanbieden (Lev. 23:15,16). En dat niet alleen. Twee broden moesten meegebracht worden voor een beweegoffer (Lev. 23:17) en dieren moesten aan de Heere aangeboden worden in de vorm van een brandoffer, een brandoffer voor de Heere (Lev. 23:18).

Volgens dr. Bavinck zou het hierbij gaan om het feest der weken (Gesch. der Godsopenb. NT Pag.498). Dit feest werd immers gevierd 7 weken na het Paasfeest. In het Bijbelboek Deuteronomium lezen wij daarvan het volgende: “Zeven weken moet u voor uzelf aftellen. U moet de zeven weken beginnen te tellen vanaf het moment dat men met de sikkel begint te oogsten in het staande koren” en “daarna moet u het wekenfeest houden voor de Heere, uw God. Wat u geven moet is een vrijwillige gave van uw hand” (Deut. 16:9,10).

Het Pinksterfeest was voor het volk Israël dus een bijzonder feest. Een oogst- en wekenfeest waarbij broden werden gebakken en als een dankoffer aan de Heere werden gewijd.

De uitstorting van de Heilige Geest had toen plaats namelijk op het moment dat de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, hier tegelijk een Joods wekenfeest (Hand. 2:1, Deut.16).

 

De uitstorting van de Heilige Geest is geprofeteerd
De uitstorting van de Heilige Geest is in het Oude Testament geprofeteerd.

Het is de apostel Petrus die na de gebeurtenissen op de pinksterdag zijn toehoorders wijst op de profetieën van Joël. Zijn toehoorders, de Joodse mannen en allen die in Jeruzalem woonachtig waren (Hand. 2:14).

De profetieën van Joël die ook wel bekend staan om de beschrijving van plagen door ongedierte (Joël 1:4,2:25), de voorzegging van de Dag van de Heere (Joël 1:15) en de oproep tot bekering (Joël 2:12,13).

Aan het einde van de 2e hoofdstuk van het Bijbelboek Joël vinden wij die bijzondere profetie over de uitstorting van de Heilige Geest. In Joël 2 lezen wij daarvan het volgende: “Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien” (Joël 2:28-32).

In de eerste hoofdstukken had Joël de Dag van de Heere geprofeteerd (Joël 1:15,2:1). Die grote en ontzagwekkende dag (Joël 2:31). Met deze profetie in het 2e hoofdstuk uit het Bijbelboek Joël wordt duidelijk dat een ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen zal ontkomen aan het gericht (Joël 2:32). Bij de verklaring van dit Bijbelgedeelte uit de profetieën naar Joël verwijst ook dr. Ridderbos naar het bekeerde volk dat weer deel zal krijgen aan het Heil van de Heere (Joël 2:32,KV pag.151).

 

Toespraak van Petrus
Apostel Petrus sprak de menigte toe met deze woorden uit de Profetieën van Joël (Hand.2:18-21).

De apostel Petrus besluit dit citaat uit de profetieën van Joël met de volgende woorden: “En het zal zo zijn dat ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zalig zal worden” (Hand.2:21).

In de profetie van Joël zoals deze door de apostel Petrus in zijn toespraak is aangehaald blijkt duidelijk dat de uitstorting van de Heilige Geest ten deel zou vallen aan jongen en ouden, aan mannen en vrouwen, aan slaven en vrijen. Deze profetische woorden zijn vervuld op de pinksterdag.

Bij het slotgedeelte van Handelingen 2 vers 21 kan worden opgemerkt dat deze in de toekomende tijd staat weergegeven. Immers; een ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden. In zijn verklaring bij dit vers wijst Dr. Grossheide erop dat de apostel Petrus zich vanaf vers 21 tot individuen richt en zo over Christus spreekt (KV.Pag.34). Daar de apostel Petrus in vers 14 van Handelingen 2 alle inwoners van Jeruzalem had aangesproken, spreekt Hij vanaf vers 22 de Israëlitische mannen aan. Deze Israëlitische mannen moeten weten dat God het is die Christus heeft doen opstaan en dat Hij is aan de rechterhand (Hand. 2: 24,25).

Daaruit is te concluderen dat de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag is geprofeteerd in het Oude Testament. Ook kan worden vastgesteld dat de voorzegging in de profetieën van het Oude Testament door de apostel Petrus in zijn toespraak na de gebeurtenissen op die pinksterdag is benoemd en geciteerd (Hand. 2:18).

 

De uitstorting van de Heilige Geest is beloofd
Pinksteren is niet alleen geprofeteerd maar tenslotte ook beloofd. En dat door Christus zelf vlak voor Zijn Hemelvaart.

Van deze belofte kunnen wij lezen in Handelingen 1 vers 8 alwaar de Heiland tot zijn discipelen het volgende had beloofd: “Maar U zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde” Hand. 1: 2,8). In dit vers staat niet: “De Heilige Geest zal over de apostelen komen”. Nee, de apostelen zullen de kracht van de Heilige Geest ontvangen. Het eigenlijke woord dat zowel op de kracht uit de hoogte (Luc. 24:49) als op de Kracht van de Heilige Geest kan zien (Hand. 10:38). De kracht om te getuigen, de kracht om het evangelie met vrucht te verkondigen. Maar ook kracht om door wonderen deze verkondiging te bevestigen. Zoals dat bij handelingen van de apostel Paulus in Efeze met de volgende woorden staat beschreven: “En God deed buitengewone krachten door de handen van Paulus” (Hand. 19:11).

Volgens de verklaring bij dit beloftewoord door dr. Ridderbos had Christus de apostelen uitgekozen en onderricht en de Heilige Geest geeft hun kracht. Zo kunnen de apostelen met de kracht uit de hoogte spreken. Zo kunnen de apostelen getuigen door te prediken over wat zij gehoord en gezien hebben.

En door het getuigenis van de apostelen werden er dagelijks mensen toegevoegd aan de gemeente (Hand. 2:47). Zij immers loofden God en vonden genade bij het volk.

 

Beloftewoord
Zo komt het pinksterevangelie ook met een beloftewoord voor vandaag. Het is Christus door Zijn Geest die kracht schenkt voor de getuigenis en de verkondiging van het evangelie.

Het beloftewoord kunnen wij lezen in Handelingen 2 vers 39, waar staat: “Want voor u is de belofte en voor uw kinderen en voor allen die veraf zijn, zovelen als de Heere, onze God, ertoe roepen zal”.

Deze belofte is immers voor Abraham en zijn zaad (Gen. 17:7).

En Joël sprak immers over een uitstorting op alle vlees (KV.Pag.44). Volgens dr. Grosheide is hier niet alleen de Jood maar ook heiden bedoeld. Daarbij kan ook verwezen worden naar hetgeen de apostel Paulus schrijft aan de gemeente te Rome, Romeinen 1 vers 16: “Want ik schaam mij niet voor het Evangelie van Christus, want het is een kracht van God tot Zaligheid voor ieder die gelooft, eerst voor de Jood, en ook voor de Griek”.

Voor de gelovigen is het evangelie een Kracht van God tot zaligheid.

Het is de Heilige Geest die de gelovigen door een waar geloof deel geeft aan Christus en al Zijn weldaden (HC Zondag 20). De Heilige Geest die dit ware geloof in de mens werkt door het horen van het Woord van God (NGB art. 24). De Heilige Geest die de gelovigen troost (HC Zondag 20).

 

Enkele bronnen en referenties
Dr. J.H. Bavinck Geschiedenis der Godsopenbaring NT (Kok, 2e druk)
Ds. L. Doekes Een heilige natie (Kampen, 1980)
Dr. Grosheide Korte verklaring der Heilige Schrift over Handelingen (Kok, 1966)
Dr. A.N. Hendriks Die in de waarheid leidt (H3) (Groen, 2001)
Prof. B. Holwerda De Wijsheid die Behoudt (Oosterbaan, 1957)
Dr. Ridderbos Korte verklaring der Heilige Schrift over Joël (Kok, 1966)
Dr. C. Trimp De Geest van Pinksteren in De Opgang v/h heil (1971)

                                         

 

 

 




Hemelvaart: Troonsbestijging van de Messias Koning

Door. H. Plaggenmars

 

Hemelvaartsdag ligt inmiddels weer achter ons. Het zal voor velen een dag zijn geweest van rust en ontspanning. Een moment om te genieten van het buitenleven, van de natuur en van het gezin.

Hemelvaartsdag is een Christelijke dag. Het was dan ook vooral een dag waarin het Woord van God openging en verkondigd werd.

Veertig dagen vóór deze dag mocht het Woord van de Heere opengaan over het paasevangelie, de opstanding van Christus (Hand. 1:3). De Christus triomfeert en is waarlijk op die paasmorgen opgestaan. Christus heeft immers de dood  tenietgedaan, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht (2 Tim. 1:10).

Hemelvaartsdag, veertig dagen na Pasen. Jaarlijks een dag waarop het Woord van de Heere opengaat over de Hemelvaart van Christus, zijn troonsbestijging. En Hij is, aldus het evangelie naar Marcus, opgenomen in de Hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God (Marcus 16:19).

 

Tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren
Het is dan ook goed om, zo tussen Hemelvaartsdag en Pinksteren, het evangelie bij de hand te nemen. Het Evangelie, Gods Woord, dat spreekt over Zijn Hemelvaart, over Zijn troonsbestijging.

Maar niet zonder vooruitzicht voor de Kerk hier op aarde. Hij zal immers op dezelfde wijze terugkomen als Hij ten Hemel is opgevaren (Hand. 1:11).

Wel zijn de tijden en gelegenheden in Zijn macht gesteld (Hand. 1:7). Maar toch: voor Zijn Hemelvaart sprak Hij Zijn leerlingen toe en gaf Hij de belofte van de Heilige Geest. Aldus Hand. 1 vers 8: maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal. Deze belofte is in vervulling gegaan op Pinksterdag, de dag waarop zij allen bijeen waren (Hand. 2). Daarbij staat de Kerk in de komende Pinksterdagen stil.

Hemelvaartsdag en Pinksteren. Het is goed om beide gebeurtenissen, beide Heilsfeiten, aan de hand van het Evangelie te overdenken.  In deze bijdrage en overdenking eerst aandacht voor de Hemelvaart van Christus. Het wonder van Zijn opgenomen worden in de Hemel aan de hand van de beschrijving daarvan in het evangelie naar Marcus (Marcus 16:19).

 

Troonsbestijging
Stilstaan bij het evangelie over de Hemelvaart van Christus, Zijn troonsbestijging.

De Hemelvaart van Christus wordt door Lucas beschreven aan het slot van zijn evangelie, het evangelie naar Lucas (Lucas 24:50-53) en in het Bijbelboek Handelingen en vooral het eerste hoofdstuk van dit Bijbelboek (Hand. 1:4-11). Ook de evangelist Marcus biedt een korte beschrijving over de Hemelvaart van Christus. Door commentaren ook wel een ‘excerpt’ genoemd, een beknopte weergave. Van de Hemelvaart van Christus noemt Marcus twee feiten.

In de eerste plaats het feit dat Hij is opgenomen in de Hemel.

En in de tweede plaats dat Hij Zich gezet heeft aan de rechterhand van God. Zijn troonsbestijging.

 

Opgenomen
Christus is opgenomen in de Hemel. In het kort het feit van Zijn Hemelvaart. Of letterlijk: Hij werd opgenomen. Dat is het eerste wat evangelist Marcus over de Hemelvaart van Christus beschrijft. Volgens het evangelie naar Johannes zou Jezus hebben aangekondigd dat Hij tot Zijn Vader zou opvaren.

Wij lezen dat in Johannes 20 vers 17 alwaar de Heiland na Zijn opstanding in gesprek komt met Maria  Magdalena (Joh. 20:1). Jezus maakt zich na Zijn opstanding aan haar bekend en spreekt haar nadrukkelijk aan, eerst met ‘vrouw’ en daarna met Maria (Joh. 20:15,16). Op deze woorden keert zij zich dan om en spreekt de Heiland aan als Meester.  Vervolgens spreekt Jezus tot haar over zijn Hemelvaart met de volgende woorden: “Houd mij niet vast, want ik ben nog niet opgevaren naar Mijn Vader” en daarop vervolgt Hij met de woorden: “Ik vaar op naar Mijn Vader en uw Vader, en naar Mijn God en uw God”.

Hij zal opvaren naar de Hemel. Letterlijk: Hij gaat op tot Hem, die is Mijn Vader en uw Vader. Bij Johannes 20 wijst dr. Bouma in zijn commentaar op de blijvende toestand van Zijn Hemelvaart (KV p.198). In zijn commentaar op het evangelie naar Johannes 20 wijst Hij op de terugkeer tot het Huis van de Vader, met de woorden: ‘Jezus zou ten behoeve van de Zijnen terugkeren tot het Huis van God, nu voor hen het Vaderhuis’. 

Na Zijn opstanding op de paasmorgen heeft Christus Zijn Hemelvaart aangekondigd. Daarmee heeft Hij ook Zijn opgaan tot Zijn Vader aangekondigd en voorzegt (Joh. 20).

 

Rechterhand van de kracht
Hij heeft Zich gezet aan de rechterhand of rechterzijde van God. Deze formulering treffen wij ook aan in de Belijdenisgeschriften, de geloofsbelijdenis. Hij ontving een ereplaats, de troon.

Zittend aan de rechterhand van de macht en de kracht. Dit heeft Christus zo aangekondigd. Daarvan lezen wij in het evangelie naar Mattheus.

Volgens het evangelie naar Mattheus getuigde Christus van Zijn troonsbestijging en van Zijn macht tegenover het sanhedrin en tijdens zijn verhoor door de hogepriester Kajafas (Matth. 26:57,62).  Jezus sprak tot deze hogepriester met de volgende woorden: “Maar Ik zeg u: van nu aan zult u de Zoon des mensen zien zitten aan de rechterhand van de kracht van God” (Matth. 26:64). Hier is de kracht’ ook te vertalen met de macht van God’.

Zijn macht wordt genoemd in de Nederlandse Geloofsbelijdenis, in het bijzonder in de belijdenis naar artikel 26 die handelt over Christus als onze enige voorspraak. In NGB artikel 26 staat dit als volgt weergegeven: “En als wij iemand moesten zoeken die macht en aanzien heeft, wie is zo machtig en aanzienlijk als Hij die gezeten is aan de rechterhand van zijn Vader en die alle macht heeft in hemel en op aarde” (NGB artikel 26 – citaat uit het Ger. Kerkboek).

En Hij zit aan de rechterhand van de troon. Deze aanduiding lezen wij in de brief aan de Hebreeën. In het bijzonder in hoofdstuk 8 van deze brief waarin wordt benadrukt dat Hij de enige hogepriester is die Zich gezet heeft aan de rechterhand van de troon van de Majesteit in de Hemelen (Hebr. 8:1). En Hij is tot in eeuwigheid gezeten aan de rechterhand van God.

 

Priesterkoning (zie NGB-artikel 26)
De Hemelvaart van Christus betekent zijn opgenomen worden in de Hemel. Het betekent tegelijk Zijn troonsbestijging, Hij heeft Zich gezet aan de rechterhand van God.

Het betekent ook zijn verhoging. Daarvan getuigt de apostel in zijn brief aan de Filippenzen met de volgende woorden: “daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam” (Fil. 2:9). Dr. Bavink voegt daaraan toe: “Zijn oneindige verhoging. Als Koning keerde Hij weer tot zijn hemels paleis en werd gekroond met een heerlijkheid, die alle beschrijving te boven gaat” (Gesch. der Godsopenbaring, p. 489)

En tegelijk is Hij priester in eeuwigheid naar de ordening van Melchizedek (Hebr. 5:6). Melchizedek was koning van Salem, een priester van de allerhoogste God (Hebr. 7:1).

Wie is deze koning van Salem? Van deze koning van Salem wordt in het eerste Bijbelboek Genesis een melding gemaakt (Gen. 14). Deze geschiedenis begint met een bericht over de gevangenschap van Lot, broeder van Abraham (Gen. 14:14). Toen Abraham dit hoorde heeft hij met zijn manschappen de koningen achtervolgt, onder wie ook Kedor-Laomer met zijn koningen. Zo bracht hij Lot en zijn bezittingen in veiligheid (Gen. 14:16). Daarna bracht de koning van Salem hem brood en wijn (Gen. 14:18).

 

Christus is voor eeuwig Priesterkoning
Christus heeft immers een priesterschap dat op geen ander kan overgaan; daarom kan Hij ook volkomen behouden wie door Hem tot God gaan (Hebr. 7).  Daar is Hij om voor hen te pleiten (NGB-artikel 26).

En wat hebben wij dan nog meer nodig?

Christus heeft namelijk van Zichzelf nadrukkelijk getuigd: “Ik ben de weg en de waarheid en het leven; niemand komt tot de Vader dan door mij” (Joh. 14).

Hij heeft Zijn rust aan de gelovigen belooft met de woorden: “Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven” (Matth. 11:28).

 

Enkele bronnen
Ds. Van Riet, De slagen opnemen. Predicatie over Marcus 16 (1973)
Dr. J.A.C. van Leeuwen, Korte verklaring der Heilige Schrift over Marcus (Kok, 1935)
Dr. C. Bouma, Korte verklaring der Heilige Schrift over Johannes (Kok, 1974)
Ds. D.K. Wielenga JDzn. De Hemelvaart van de Heere Jezus Christus (Rotterdam: Kok, 1964)
Dr. J. H. Bavinck, Geschiedenis der Godsopenbaring NT (Kok 2e druk)




Opgewacht! (5)

De eerste mislukking 

Het is dan zover. Die schitterende vrouw in nood en pijn baart ‘een zoon, een mannelijk wezen’. Men heeft met deze uitdrukking enige moeite gehad. De één spreekt van pleonasme; de ander van een eigenaardige tautologie, waarvoor men zo nog geen verklaring heeft. Maar één zaak is duidelijk, en deze is precies voldoende. De wonderlijk aandoende uitdrukking is weergave van een hebreeuwse zegswijze (ben zakar), die we behalve in ander geschrift ook in de bijbel kunnen vinden (Jer. 20:15). In het boek Openbaring, ook in hoofdstuk 12, komen meer hebraïsmen voor. In de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap lezen we in dit laatste geval (Jer. 20), dat ‘een jongen’ is geboren; in de Statenvertaling: ‘een jonge zoon’. Het is de aanduiding voor een kind van het mannelijk geslacht. Deze zóón is waar het om gaat. Hij komt in de plaats van de eerste Adam en zal de laatste Adam zijn. (1 Cor. 15:14, 22; verg. Rom. 12:14). We horen immers tegelijk van zijn werkopdracht. Het is bestemd om met een ijzeren staf alle volken te hoeden. Hij is niet enkel de jonge zoon die de vrouw gebaard heeft. Hij is ook Gods zoon, d.w.z. de aangewezen gezalfde tot een bepaalde taak. Hij zal heersen; zal de koning zijn. De volken worden zijn erfdeel. De einden van de aarde zijn bezit. Het is opdracht, maar ook profetie. Hij heeft het maar voor het zeggen en de aarde valt aan zijn voeten.

Psalm 2 is een lied dat zingt van de dreigingen over de kerk. Maar tegelijk het lied van de macht van de Verlosser, van de laatste Adam. De kerk in nood mag vóór alles weten wie Jezus Christus is. Hij hééft als Johannes schrijft die macht ontvangen. Hij hééft die beschikking erkend. Hij hééft in die dagen waarin men het boek Openbaring opslaat ‘gevraagd’ (Psalm 2:7), en God hééft Hem gegeven alle macht in de hemel over de aarde. Hij werd rechtmatig bezitter van die woelige en almeer onstuimige wereld. En als de machten niet vrijwillig aan Hem zich onderwerpen, zal Hij hen verbrijzelen, zoals men met aardewerk dat doet. De machtige volken zijn breekbaar. De stèrke instrumenten van de draak zijn broze maaksels in de hand van Hem. De scepter van de koning, die gestyleerde knots, spéélt er eenvoudig mee. En wat die pottebakkersvaten aangaat: in de wereld van die tijd bekend. In Egypte bestond een gewoonte om de namen van de vijanden op vaatwerk te schrijven en dat vaatwerk in scherven te slaan. Stel ze maar gelijk met zulke vaten, die tegenstanders van Hem en dus van de vrouw! De draak grijpt er naast. Het kind van de vrouw ‘werd plotseling weggevoerd tot God en zijn troon’. Met de geboorte van de Heiland begint zijn hemelvaart. De draak kan naar Hem grijpen om Hem te ‘verslinden’ in Bethlehem, maar hij grijpt ernaast. De draak kan alles doen om te verhinderen, dat Hij als paaslam wordt geslacht (‘niet op het feest’, Marc. 14:2), maar hij grijpt ernaast. De draak kan naar Hem grijpen door Judas te gebruiken, maar hij grijpt ernaast: het kruis wordt de wereldverlossing en de werving van de troon. Het lijden en sterven van Christus is niet de ondergang van Hèm maar de nederlaag van de dráák. Het kruis is overwinning.

Met de woorden ‘haar kind werd plotseling weggerukt tot God en zijn troon’ wordt als in telegramstijl heel het werk van de Verlosser in zijn rechtsstrijd getekend. Hij vraagt en krijgt bevoegdheid. Want de verzoening is bewerkt. De vrouw is dan ook veilig. Het wordt nu aangeduid. Straks wordt het uitgewerkt. Het mag al even worden genoemd.

Als er verzoening is is God vóór haar. Hij heeft haar plaats bereid onder zijn bescherming. Het wordt ontzaglijk zwaar. De woestijntijd wordt getekend naar het aantal dágen: twaalfhonderdzestig. Wat duurt het lang! Nóg is het einde niet. De dagen worden afgeteld. Maar het zijn ook de dagen, gedurende welke geprofeteerd wordt (11:3). Dit is al eerder gezegd. De kerk in de woestijn staat midden in het volle leven. Ze vlucht niet weg uit de wereld. Dat komt in het vervolg duidelijk uit. Maar in de wereld is haar vluchten een zich toevertrouwen aan God. Met al zijn scheppersmajesteit moet hij voor haar zorgen. De tijd van het Nieuwe Testament is gekomen. Maar éér die tijd kan worden verstaan moet iets anders aan de orde komen.


Overgenomen uit: Komende in de wereld, diverse auteurs, onder redactie van ds. G. Zomer, Oosterbaan & Le Cointre B.V. – 1975, pag. 233-256

 

 




Werelddiaconaat (2)

Door: J. Bos

 

De vorige keer hebben we gezien dat de vereniging Prisma op haar website meldt dat ze actief deelneemt aan diverse netwerken. Het eerste netwerk dat wordt genoemd is de belangenvereniging voor ontwikkelingssamenwerking Partos. We bekijken deze vereniging wat nader.

Van het in 2004 met 60 leden begonnen Partos zijn inmiddels 106 organisaties lid. Deze hebben diverse ideologische achtergronden, ‘humanistische’ en ‘christelijke’ organisaties zijn hier verenigd. Het zijn er te veel om ze allemaal op te noemen; daarom noteren we slechts enkele min of meer ‘bekende’ namen om een indruk te geven: Amref Flying Doctors, CNV Internationaal, Cordaid, Edukans, Kerk in Actie, Kinderpostzegels, Liliane Fonds, Milieudefensie, Mondiaal FNV, Oxfam Novib, PAX, Rode Kruis, Rutgers, Solidaridad, SOS Kinderdorpen, Terre des Hommes, Unicef, Vastenactie, Warchild, WWF, Wilde Ganzen.

Naast Prisma zelf zijn de volgende leden van Prisma ook afzonderlijk lid van Partos: Dorcas, IJM, Leger des Heils, Leprazending, Red een Kind, SeeYou, Tearfund, Woord en Daad, World Vision, ZOA.[1] Om aan te tonen waarmee de ‘christelijke’ organisaties vervlochten zijn en welk gedachtegoed ze zodoende mede onderschrijven, hebben we een aantal gegevens verzameld van de website van Partos.

Op de beginpagina van de website[2] staat:
Partos. Samen Werkt.
Partos is de branchevereniging voor ontwikkelingssamenwerking. Partos zet zich in voor de belangen van haar leden, zodat zij zo succesvol mogelijk een rechtvaardige en duurzame wereld kunnen creëren voor iedereen. De focus ligt hierbij op de armste en meest kwetsbare groepen en gebieden wereldwijd.’

Op de pagina ‘Over Partos’[3] wordt dit nog wat uitgebreider omschreven:
Samen Werkt.
In onderling vertrouwen verbindt, versterkt, vernieuwt en vertegenwoordigt Partos haar leden voor impactvolle ontwikkelingssamenwerking. Het doel van deze samenwerking is een inclusieve, vreedzame, rechtvaardige en duurzame samenleving voor iedereen, met de focus op de armste en meest kwetsbare groepen en gebieden wereldwijd. De Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) vormen hierbij een alomvattende rode draad.’

Het lidmaatschap van Partos biedt een aantal voordelen, waarvan we de beschrijving overnemen van de betreffende internetpagina (met weglating van tussenkopjes):[4]
7 voordelen voor leden
In onderling vertrouwen verbindt, versterkt, vernieuwt en vertegenwoordigt Partos haar leden voor effectieve ontwikkelingssamenwerking. Hoe? Lees hieronder op welke manieren je van het Partos lidmaatschap profiteert.
1. Partos vertegenwoordigt jouw organisatie op verschillende fora. Je belangen worden actief behartigd; in politiek Den Haag, in Europese kringen en in de media.
2. Partos faciliteert leden in een vertrouwde omgeving voor kennisuitwisseling en voor gezamenlijke innovatie en biedt leden de mogelijkheid om via Partos 9001 hun kwaliteitsbeheer zodanig in te richten dat het Ministerie van Buitenlandse Zaken hen vrijstelling geeft van de organisatietoets bij subsidieaanvragen.
3. Als lid van Partos heb je toegang tot een divers aanbod aan trainingen, bijeenkomsten, cursussen en netwerkgelegenheden, waar je door middel van kennisdeling en ondersteuning verder professionaliseert. Bekijk ons aanbod in de Partos agenda.
4. Door een gezamenlijke belangenbehartiging en/ of beleidsbeïnvloeding te voeren richting publiek, de private sector, politiek en overheid, is de slagkracht van gedeelde initiatieven groter en voorkomen we tegelijkertijd versnippering van de boodschap van de ontwikkelingssector.
5. Een goede beeldvorming van ontwikkelingssamenwerking is van groot belang en heeft automatisch ook effect op je eigen organisatie. Leren van elkaar en gezamenlijke campagnes versterken de beeldvorming.
6. Met meer dan honderd leden (en de duizenden mensen die er werken) maak je deel uit van een grote vereniging. Dit netwerk geeft toegang tot onder andere vele internationale partnerorganisaties, bedrijven en overheden. Je komt elkaar tegen op een van de vele (digitale) bijeenkomsten. Hier worden contacten gelegd, kennis gedeeld en oplossingen gezocht.
7. Van dienstreizen tot politieke monitoring tot vaste telefonie. Als lid van Partos kan je organisatie profiteren van onze Shared Services. Een waaier aan diensten tegen zeer gunstige voorwaarden, waarmee je tijd en geld bespaart.’

Het bestuur van Partos heeft zeven leden, en bestaat naast een onafhankelijke voorzitter uit vertegenwoordigers van ZOA, VSO, SNV, RNW Media, CHOICE for Youth & Sexuality, Woord en Daad.[5]

In de gedragscode die door Partos wordt gehanteerd[6], zijn behalve kwaliteitseisen die aan organisatorische zaken worden gesteld, ook enkele gegevens te vinden die de ideologische identiteit van de vereniging demonstreren. Daarvan geven we de volgende opsomming.

In de inleiding (pag. 3) staat onder meer:
‘Om de door de lidorganisaties zelf geformuleerde doelen optimaal na te streven, willen zij hun organisaties (in)richten naar gezamenlijk benoemde waarden.’
‘De gedragscode omvat die waarden volgens welke de lidorganisaties van Partos willen handelen.’
‘De bepalingen in de Partos Gedragscode geven die normen en gedeelde waarden weer die door Partos leden worden onderschreven als basis voor het handelen van de lidorganisaties.’

Onder het kopje ‘Duurzame positieve verandering’ (pag. 4):
‘De leden van Partos:
e. Houden zich aan de rechten van de mens zoals die zijn vastgelegd in de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens en hebben mede in het kader daarvan bijzondere aandacht voor de kwetsbaren en kansarmen in de gebieden waar zij actief zijn;
f. Hebben gendergelijkheid en de rechten van vrouwen en meisjes als belangrijk uitgangspunt bij het maken en uitvoeren van beleid;
g. Houden in hun activiteiten rekening met ecologische duurzaamheid.’

Onder het kopje ‘Parnerschappen’ (pag. 4):
‘De leden van Partos streven ernaar dat:
a. Partnerrelaties zijn gebaseerd op gedeelde waarden zoals gelijkwaardigheid, complementariteit, wederzijds respect, vertrouwen, autonomie van de organisatie en gezamenlijke lange termijn doelen, solidariteit en mondiaal burgerschap; (noot bij ‘mondiaal burgerschap’: ‘Mondiaal burgerschap uit zich in gedrag dat recht doet aan de principes van wederzijdse afhankelijkheid in de wereld, de gelijkwaardigheid van mensen en de gedeelde verantwoordelijkheid voor het oplossen van mondiale vraagstukken.’)

Onder het kopje ‘Verantwoorde fondsenwervingsmethoden’ (pag. 8):
‘De leden van Partos:
f. Maken hun beleid en daaruit voortvloeiende keuze voor beelden en berichten op basis van de onderstaande principes:
1. Respect voor de menselijke waardigheid van de betrokken personen;
2. Gelijkwaardigheid van alle mensen;
3. Acceptatie van de noodzaak om solidariteit en rechtvaardigheid te bevorderen.’

Partos is geen ‘neutrale’ vereniging. Uit de geciteerde teksten blijkt duidelijk dat ze ‘humanistisch’ van aard is. Kennelijk vormt dit voor de ‘christelijke’ organisaties geen belemmering om zich aan haar identiteit te conformeren.

In een later te schrijven artikel hopen we nog een aantal gegevens met betrekking tot de activiteiten van Partos naar voren halen. Maar voordat het zover is, willen we de volgende keer eerst aandacht vragen voor de ‘Universele Verklaring van de Rechten van de Mens’ en de ‘Sustainable Development Goals (SDG’s)’, die hierboven worden genoemd. Dat zijn namelijk koersbepalende leidraden voor het handelen van Partos en haar leden.

 

[1] https://www.partos.nl/leden/onze-leden/
[2] https://www.partos.nl/ (website geraadpleegd eind april 2023)
[3] https://www.partos.nl/over-partos/
[4] https://www.partos.nl/leden/7-voordelen-voor-leden/
[5] https://www.partos.nl/over-partos/medewerkers-en-bestuur/
[6] https://www.partos.nl/wp-content/uploads/2021/05/Partos_Gedragscode_april_2019_.pdf