De uitvoering van de finale

Onderstaand een Schriftoverdenking van ds. Francke over ‘de finale’, als vervolg op de voorgaande overdenking.[1]


En wanneer de duizend jaren voleindigd zijn, zal de satan uit zijn gevangenis worden losgelaten, en hij zal uitgaan om de volkeren aan de vier hoeken der aarde te verleiden, Gog en Magog, om hen tot de oorlog te verzamelen, en hun getal is als het zand der zee.

En zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad; en vuur daalde neder uit de hemel en verslond hen, en de duivel, die hen verleidde, werd geworpen in de poel van vuur en zwavel, waar ook het beest en de valse profeet zijn, en zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheden.

Openbaring 20:7-10

 

Wanneer de “duizend jaren” voleindigd zijn … dat betekent: wanneer in deze nieuwtestamentische bedeling de periode vanaf de hemelvaart tot kort vóór de laatste dag is volgemaakt, volgemaakt door de Christus met zijn oecumenische kerkvergadering en wanneer Hij voor de niet-christelijke volken de wereld heeft opengelegd (de weg naar Har-Mágedon), viert de engel (op Christus’ bevel) de ketting van de duivel, om hem in de volkerenwereld nog een poosje “vrij spel” te geven.

Eerst gaat het Evangelie naar de grenzen der aarde en pas daarna mag satan aan de vier hoeken der aarde (dat is: uit alle windstreken) zijn oecumenische volkenverzameling houden. Ook dit schepsel (want dat is de duivel!) krijgt op Gods tijd wat hij wil. Hij krijgt gelegenheid zijn zonde op aarde vol te maken. Christus beheerst vanuit de troon van de hemelse Vader alles, ook satan. Geen krachten van beneden, geen aards-politieke, geen menselijk-maatschappelijke, geen berekenbare economische factoren zullen de “verenigde naties” van de eindtijd samensmeden tot de satanische volkenbond. Neen, de Heere Christus bepaalt dag en uur en biedt satan ruimte en gelegenheid daartoe. Christus wijst satan zijn spitsuur in de historie. Satan waant misschien dat zijn V-dag is gekomen. Maar dat zal hem lelijk opbreken (vers 10).

Hoe satan het aanlegt en hoe het toegaat bij die saambundeling der volken, wordt niet verteld. In voorgaande hoofdstukken is trouwens genoeg gezegd over de satanische middelen en methoden.

In ieder geval is duidelijk dat satan verzamelen blaast. Daarmee is hij vandaag al druk bezig. Volkenblokken rijzen op voor ons oog.

 

Nu wordt de satanische volkenconcentratie uitdrukkelijk benoemd. En wel met de naam “Gog en Magog”.

Die namen zijn ontleend aan de oudtestamentische profetieën van Ezechiël. Daar is echter niet sprake van “Gog en Magog”, maar van “Gog, het land van Magog” (hoofdstuk 38:2); van “Gog de hoofdvorst van Mesech en Tubal” (38:3; 39:1) of van “Gog” zonder meer (38:14;16,18; 39:1,11,15).

Zeer waarschijnlijk richt Gods oordeelsaankondiging zich tegen Gog, de vorst van het land Magog, een volksstam uit Jafet geboortig, zie Genesis 10:2, wonend ten Noorden van Israël. Gog heet ook hoofdvorst van Mesech en Tubal, wellicht ook vèr-verwijderde volken. Het zijn dus naties, die aan de rand van de bewoonde wereld leefden en samengetrokken werden om tegen Gods volk te strijden (Ezechiël 38:18,23; 39:23).

De meeste uitleggers denken aan historische gebeurtenissen ten tijde van het joodse volk, met name aan de nederlaag van de Seleucidische (Syrische) macht ten tijde van koning Antiochus IV Epifanes.

Het gaat dan in Openbaring om nog niet gekerstende of ook ontkerstende volken, wilde en onbeschaafde volken, die in het laatst der dagen van alle kant opkomen tegen Christus’ kerk, die hier heet: de geliefde stad. De profetieën van Ezechiël hebben in dezen dus een eerste of aanvankelijke vervulling (in de tijd tussen Maleachi en Mattheüs) èn een algehele vervulling in het laatste der dagen. Een eerste vervulling was er in de vernietiging van koning Antioches Epifanes door de Makkabeeërs en de laatste en volle vervulling komt, wanneer het wereldleger van satan in de pan gehakt wordt, door de Christus. Christus leert ons hier minstens twee dingen. In de eerste plaats dat al de eeuwen door, tot het einde der wereld, in de niet-christelijke en niet-kerkelijke volken de energie van satan de wils- en drijfkracht is tot het anti-christelijke en anti-kerkelijke. Waar de volken en hun vorsten niet buigen voor koning Christus, is de satanische verleiding en verlokking tot zonde oppermachtig. Vandaar dat wij goed dienen te onderscheiden tussen de vrienden en de vijanden van de ware kerk van Christus.

Een humanistische president van de Verenigde Staten van Noord-Amerika is niet minder geestelijk gevaarlijk dan een communistische dictator in Rusland en China. Een afvallige Wereldraad van kerken kan evengoed een Magog-volk worden als een Mohammedaanse Liga.

En in de tweede plaats leert de Heiland ons, dat in deze wereld tot het einde de antithese (geestelijke tegenstelling) en dientengevolge de antichristelijke strijd blijven. Vandaar dat Gods getrouwe kerk zich niet mag vergezelschappen met een Magog-volk, van welke humanistische staat en kwaliteit het ook is, van welke schijn-christelijke hoedanigheid het ook is. We kunnen als kerk van Christus het debat over de vraag, of de West-Europese eenheid en het streven der Verenigde Naties wel zal lukken, gerust staken, want uiteindelijk lukt dat zeker. Doch veel ingrijpender is de vraag, hoe ons gedrag als christenen tegenover dat alles moet zijn. Afstand nemen èn tegelijk trouw getuigen – is het antwoord.

 

Het samenspel der volken onder leiding van de satan wordt het tegenspel tegen de ware kerk van Christus: “en zij kwamen op over de breedte der aarde en omsingelden de legerplaats der heiligen en de geliefde stad”, vers 9. In deze ene zin vinden we drieërlei zegswijzen uit het Oude Testament terug. De eerste vinden wij terug in Ezechiël 38:12: daar lezen we dat Gog en Magog optrekken tegen een natie (dat is Israël), die op de navel der aarde woont. Kanaän was inderdaad het geografisch centrum en middelpunt van de toenmaals bewoonde en bekende wereld. En tegen Israël hebben de volken gestreden. De oorlogen concentreerden zich vaak rondom de oudtestamentische kerk. Men hoort ook wel in onze kring de waarschuwing voor doperse mijding: niet met een boekje in een hoekje! Maar waar de kerk ware en getrouwe kerk is krijgt zij van de kant van de wereld de kans niet, nl. om zich ergens in een hoek neer te zetten. Wanneer de kerk en de kerkleden godvruchtig willen leven in deze wereld, is er de vervolging van de zijde der wereld, 2 Timoteüs 3:12. Het evangelie van het kruis en het getrouwe getuigenis der profetie zijn immers een aanstoot en een struikelblok voor de wereld en voor het schijnchristendom. Zo is de kerk de middelpuntzoekende kracht voor Gods vijanden. De ware kerk heet hier de legerplaats der heiligen. En “heiligen” zijn in de Schrift zij, die tot ergernis van de wereld zich ver houden van de zonden en hun leven toewijden aan de HEERE.

De oven van de haat der wereld tegen God en diens gemeente wordt in het laatst der dagen zevenmaal heter gestookt dan ooit tevoren. De antithese wordt absoluut. Met de halfslachtigheid en de (vaak hooggeroemde) “neutraliteit” is het dan gedaan.

Zijn de ware gelovigen dan op één plaats samengedrongen? In hoofdstuk 16 is sprake van Har-Mágedon, als het éne legerkamp der anti-christelijke volken. En het gaat verder om de kerk als legerplaats in de woestijn (Openb. 12:6) – de tweede oudtestamentische zegswijze in 20:9. In de kerkplaats van deze wereldwoestijn is de gemeente het staande leger van Christus. Tot de laatste dag paraat. En als “de geliefde stad” (derde oudtestamentische zegswijze) is de HEERE haar tot een vurige muur rondom. Dat is ook wel nodig, want het wordt de grootste verdrukking van alle kerktijden, vergelijk Matteüs 24:21.

 

De Heiland openbaart ons in dit alles, dat het in elke machtsconcentratie van humanisten en heidenen uiteindelijk gaat tegen de ware kerk. Men spiegelt ons voor dat het doel is: vrede, welvaart, weelde. Maar je moet er met de bril van de profetie doorheenzien.

Wij weten dat koning Christus, zolang het spitsuur van satan niet heeft geslagen, zich van iedere federatievorming, het streven naar wereldeenheid en concrete volkenblokken kan bedienen als middelen om gedurende de “duizend jaren” van satans binding tijd en ruimte voor de afbouw van zijn kerk te winnen. Het is ook goed mogelijk dat binnen het kader van Christus’ werkprogram de organisatie van volken tot volkenblokken het levensniveau tijdelijk verbreedt en verhoogt. En het is ook niet uitgesloten dat b.v. een West-Europese Federatie voor een tijd het oosters communisme keert. Daarin kan dan voor Christus’ kerk een verzoeking schuilen. Deze, dat tijdelijke “successen” ons de ogen verblinden voor de ware intenties en uiteindelijke satanische bedoelingen, daarin verborgen. Doch laat ons ook op het slot van het satanisch drama letten.

Kort en sober vertelt vers 10, dat de satan in de hel gesmeten wordt, nadat het vuur van Gods toorn de gehele volkenconcentratie heeft “verslonden” (verteert). De belegering der kerk wordt door Gods ingrijpen opgebroken, en dat voor goed!

De mededeling is zeer kort. In de voorgaande hoofdstukken werd de ondergang van het satanisch wereldrijk en de antichristelijke wereldstad (staat) breed geschilderd, zie vooral hoofdstuk 19:17 v.v. over de grote slachting. Daar blijkt (in hoofdstuk 19) dat de HEERE aan het einde van deze bedeling twee avondmaalstafels dekt: die van de bruiloft des Lams èn die van het avondmaal der roofvogels. In laatstgenoemd avondmaal is het kernelement het vuur van Gods gericht. Maar het eerstgenoemde avondmaal zal nooit meer eindigen en het is vol van Gods glanzende genade.

Zalig zijn zij, die genodigd zijn tot het bruiloftsmaal van het Lam! En die ook komen tot het feest.

Dit zijn waarachtige woorden van God (19:9).

[1] Overgenomen uit: Leven tot in eeuwigheid, Schriftoverdenkingen in de gang der heilshistorie (Enschede: Drukkerij Uitgeverij J. Boersma, 1973), pp. 234-237.




De voorbereiding van de finale

Onderstaande Schriftoverdenking is van de hand van ds. Joh. Francke.[1]


En de zesde (engel) goot zijn schaal uit op de grote rivier, de Eufraat, en zijn water droogde op, zodat de weg bereid werd voor de koningen, die van de opgang der zon komen.

En ik zag uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de mond van de valse profeet drie onreine geesten komen, als kikvorsen; want het zijn geesten van duivelen, die tekenen doen, welke uitgaan naar de koningen der gehele wereld, om hen te verzamelen tot de oorlog op de grote dag van de almachtige God. Zie, ik kom als een dief. Zalig hij die waakt en zijn klederen bewaart, opdat hij niet naakt wandele en zijn schaamte niet gezien worde.
En hij verzamelde hen op de plaats, die in het hebreeuws genoemd wordt Harmágedon.

Openbaring 16:12-16

 

In Openbaring 20:7-9 horen wij de profetie over de uitvoering van de finale der “verenigde naties”. Aan uitvoering gaat echter voorbereiding vooraf. Daarvan lezen we in Openbaring 16:12-16.

We herinneren eerst aan het verband, waarin het laatstgenoemde Schriftgedeelte is gevat. In hoofdstuk 15 lezen we dat Johannes op Patmos zeven gerichtsengelen zag met de zeven laatste plagen of oordelen over deze afvallige wereld. Wanneer alle zeven schalen leeggegoten zijn, zal er het einde van deze wereld zijn.

Met hoofdstuk 16:1 begint dan de uitgieting van Gods toorn over de aarde. Wat er dus gebeurt op aarde bij de uitgieting van de zeven schalen is uitwerking van Gods toorn.

Verschillende plagen, in dit hoofdstuk genoemd, herinneren aan de plagen over Egypte, toen Gods volk uit de wereld werd gehaald (Exodus 7 v.v.). Die oordelen waren toen typen, voorafbeelding, van de laatste plagen over de gehele wereld.

In hoofdstuk 16:12 giet dan de zesde gerichtsengel de schaal van Gods toorn uit, opdat voor de satanische volkenverzameling de weg naar Harmágedon zal worden gebaand. Gevolg is dat de rivierbedding wordt drooggelegd. Gods toornevuur likt al het rivierwater op en brandt de bedding leeg. Blijkbaar was de Eufraat (in het tegenwoordige Mesopotamië, nader in Irak en Syrië) voor de satanische volken een beletsel om er goed en voor goed over heen te komen. In “het laatst der dagen” wordt door God zelf die hindernis weggenomen door Gods toornevuur.

Waarom wordt hier juist de Eufraat genoemd? We kunnen daarop wellicht een goed antwoord vinden, wanneer we er op letten dat de Eufraat in het Oude Testament een strategisch punt is. In oorlogscommuniqué’s worden steeds weer strategische punten genoemd: die markeren het veldtochtsplan en het verloop van de strijd. Zo werden in de heen en weer golvende strijd in Vietnam telkens weer dezelfde plaatsen en rivieren genoemd.

Zo is het ook in de bijbel. Naast andere namen vinden we ook de rivier de Eufraat en wel op de eerste en op de laatste bladzij van de Schrift.

Genesis 2:14 bericht immers dat de Eufraat (kortweg: Frat) één van de vier paradijsrivieren is. In de buurt daarvan lag dus het paradijs, waar de strijd der zonde en de worsteling om de wereld als erfenis is begonnen. Daar kwam God Adam en Mannin zoeken, toen ze in zonde waren gevallen. Daar sprak God “de moederbelofte”, belovend zijn Zoon. Daar stelde God de geestelijke antithese tussen Christus en satan, tussen kerk en wereld, tussen rechtvaardigen en goddelozen. Daar begon dus de heilige oorlog, die tot de jongste dag de wereldhistorie zou beheersen. Welnu, God laat niet alleen in de eerste fase van die oorlog doch ook in de laatste étappe de Eufraat een strategische rol spelen.

We kunnen vragen: Zal de eindstrijd tussen Christus en satan eens werkelijk in het Morgenland, in Mesopotamië worden beslist?

Het is nodig, nu even op de rol van de Eufraat in de oude historie te letten. Zoals de Jordaan het heilige land (Kanaän) verdeelde in Oost- en West-Jordaanland, zo verdeelde de Eufraat de oude, toenmaals bekende wereld in twee delen, die we Oost- en West-Eufratië kunnen noemen. In Oost-Eufratië (ten Oosten van de rivier) woonden Soemeriërs, Assyriërs, Babyloniërs, de Meden en Perzen; later ook de Parten, die voortdurend het Romeinse rijk met invasie bedreigden. Verder Oostwaarts woonden nog meer volken, vreemde volken in Voor-Indië, Achter-Indië, China, Japan; volken die in de oude geschiedenis geen politieke rol speelden.

Ten Westen van de Eufraat heeft Israël in Kanaän gewoond, eeuwenlang. Verder Westwaarts lag Egypte aan de Nijl.

Eertijds waren rivieren niet alleen natuurlijke grenzen voor een rijk maar ook beschermende water- en vestingslinies. En nu heeft God eeuwenlang de massa’s heidenvolken ten Oosten van de Frat voor een goed deel achter die rivier gehouden. Tot op heden hebben wij als kerk van God in West-Europa iets soortgelijks. Men spreekt heden immers van drie werelden. De eerste wereld is de vrije wereld van West-Europa, Noord-Amerika enz. De tweede wereld is die van het communisme, Rusland, China en wat daarbij behoort. De derde wereld is die van het onontwikkelde landen en arme volken in Zuid-Oost-Azië, Afrika en Zuid-Amerika. God houdt die werelden vandaag nog vrijwel gescheiden, zodat b.v. heidendom (3e wereld) en communisme (2e wereld) de “christelijke” wereld van West-Europa (1e wereld) nog niet overspoelen. Doch, zo lezen we hier, de dag komt dat zulks wel het geval zal zijn. In zijn toorn over de zonden van de gehele wereld wordt die wereld helemaal opengelegd voor westers humanisme, oosters communisme, annex zuidelijk heidendom. Vandaag zien wij concreet de opschuivingen van Oost en Zuid naar West en de onderlinge overschuivingen.

De wereld wordt een groot dorp, waarin alles over alles heentuimelt en allen onderling zich vermengen.

 

En dan is daar het uur van satans concentratie van de volken in Hamágedon, 16:13,14. Uit de bek van de draak en uit de bek van het beest en uit de bek van de valse profeet komen drie kikvorsen als geesten van duivelen te voorschijn.

De draak is satan. Het beest is de aanduiding van de politieke organisatie van de volken, dus de totalitaire staatsmacht, die een beestachtig karakter heeft. De valse profeet is de voorstelling van het wetenschappelijk propaganda-apparaat in dienst van de draak en het beest. De drie boze geesten worden voorgesteld als kikkers. Daarbij denken we terecht aan de kikvorsenplaag in Egypte, Exodus 8. Toen drongen ze overal door in de huizen van de mensen. Het land stonk ervan! In Egypte werd van ouds de kikvors godsdienstig vereerd. Er waren zelfs een god en een godin, die met een kikkerkop werden afgebeeld. De farao werd dus door de HEERE, de God van Israël gestraft met zijn eigen goden!

In 16:13,14 wordt nu gezegd dat de geesten der duivelen het menselijk denken vergiftigen. Ze dringen binnen in de parlementen der volken, in de kamers van de geleerden, in de geesten der mensen, in afvallige wijsbegeerte en wetenschap en staatkunde en politiek. Zodat in “het laatste der dagen” God de mensen slaat met hun eigen goden. Overal zien we de groei van de macht der onreine geesten, gestimuleerd door de valse, dat is: de aan Gods Woord ontrouwe kerken, die al meer ingepalmd worden door de geest van Schriftkritiek e.d.

 

Satan verzamelt dan de volken tegen God en diens Gezalfde in de plaats, die in het hebreeuws heet Harmágedon. In de Statenvertaling: Armagèddon. Over die volkenverzameling in Harmágedon is al veel gefantaseerd.

Juist omdat er staat dat de hebreeuwse naam is Harmágeddon, is er wel geen twijfel aan dat daarmee is aangeduid de berg of hoogte (Har) van Megiddo (Mágedon). Het gaat ook hier, evenals bij de Eufraat, om een strategisch punt in de strijd tussen Christus en satan. Megiddo lag in Kanaän, in het stamgebied van Manasse, aan de grens van de vlakte van Jizreël. In die vlakte botsten de volken van Oost en West op elkaar, telkens weer, zie b.v. 2 Kronieken 35. In die vlakte botsten ook kerk en wereld op elkaar, zie b.v. Richteren 5 en 8, 1 Koningen 20.

Megiddo was dus kampplaats der heidense volken in de strijd om Kanaän, om de erfenis van Gods volk. Op het erf der kerk heeft de wereld de kerk haar erfenis willen ontroven. Doch ook dáár heeft Gods volk gestreden om die erfenis te behouden. Kanaän was immers de oudtestamentische afschaduwing van de hemelse erfenis: het hemelse Kanaän van de nieuwe aarde. Welnu, in de grote strijd der eeuwen tussen Christus en satan, tussen kerk en wereld gaat het nog steeds om die erfenis. Wij behoeven dus bij Openbaring 16:16 niet aan het geografisch Megiddo te denken als het slagveld van de eindstrijd. Ja, dat Megiddo zal als Harmágedon werkelijk ergens op het erf der ware kerk zijn gelegen. Wanneer het uur der beslissing daar is, zal de HEERE ons laten zien, wáár zijn Megiddo op aarde ligt.

 

Naar het lijkt is er alle reden om de kerk van het laatste der dagen te condoleren. Doch de Christus feliciteert waar wij condoleren. Hij doet het echter voorwaardelijk: Zalig is hij, die zijn wachtpost betrekt en niet verlaat! Zalig is hij die in dat uur van groot alarm zijn kleren aanhoudt en niet uittrekt! Hij zal dan niet naakt wandelen en zijn schaamte zal niet gezien worden; (vers 15).

En Christus voegt er aan toe, ja, Hij stelt voorop: “Zie, Ik kom als een dief!”. Dat betekent hier niet dat Hij spoedig wederkomt, wederkomt op de jongste dag. Neen, Hij wil zeggen dat Hij zijn trouwe kerk snel en onverwacht zal komen bijstaan. Als die kerk maar waakt en bidt en in de kleren blijft. Dit laatste zal betekenen: de kleren des heils aannemen en aanhouden.

Hier wordt weer teruggegrepen naar het paradijs. Nadat de HEERE God zijn oorlogsverklaring en eerste oorlogscommuniqué had uitgegeven (Gen. 3:15), heeft Hij Adam en Eva rokken van vellen aangetrokken (Gen. 3:21). Daarmee wilde de HEERE heenwijzen naar de klederen des heils, de mantel van gerechtigheid en heiligheid, die de Heere Christus voor hen en voor hun kinderen op Golgota zou werven en weven.

Voor de kerk is dus het parool: In de kleren blijven! Het einde aller dingen is nabij!

 

[1] Overgenomen uit: Leven tot in eeuwigheid, Schriftoverdenkingen in de gang der heilshistorie (Enschede: Drukkerij Uitgeverij J. Boersma, 1973), pp. 230-233.




Jaargang 7 (2022)

In onderstaand overzicht staan alle artikelen van jaargang 7 (2022). Artikelen die zijn geschreven ten behoeve van semper-reformanda.nl zijn herkenbaar aan een sterretje achter de naam van de auteur, de overige artikelen zijn herpublicaties.

Bijbelstudie
Van vreugde tot vreugde Wielenga, D.K. 26/12/2022
Christus uit het huis van David Plaggenmars, H. (*) 26/12/2022
Psalm 23: De HERE is mijn Herder Nomen Nescio (*) 29/10/2022
De verbondsbelofte van de Pinkstergeest Doekes, L. 11/06/2022
Paasevangelie roept op tot waar geloof Plaggenmars, H. (*) 18/04/2022
Uw redelijke godsdienst: Romeinen 12 (deel 2, slot) Hoorn, R. (*) 19/02/2022
Uw redelijke godsdienst: Romeinen 12 (deel 1) Hoorn, R. (*) 05/02/2022
De Zon der gerechtigheid. Aan de drempel van een nieuw jaar. (2, slot) Plaggenmars, H. (*) 22/01/2022
De Zon der gerechtigheid. Aan de drempel van een nieuw jaar. (1) Plaggenmars, H. (*) 22/01/2022
Psalm 121 – De Here is uw Bewaarder Vermeer, M.R. (*) 15/01/2022
Christelijke leer
Gebod of gebed? (8, slot) Schilder, H.J. 10/09/2022
Gebod of gebed? (7) Schilder, H.J. 10/09/2022
Gebod of gebed? (6) Schilder, H.J. 27/08/2022
Gebod of gebed? (5) Schilder, H.J. 13/08/2022
Gebod of gebed? (4) Schilder, H.J. 30/07/2022
Gebod of gebed? (3) Schilder, H.J. 16/07/2022
Gebod of gebed? (1) Schilder, H.J. 02/07/2022
Gebod of gebed? (2) Schilder, H.J. 02/07/2022
Engelen (3,slot) Vermeer-de Weerdt, C.E. (*) 21/05/2022
Engelen (2) Vermeer-de Weerdt, C.E. (*) 29/04/2022
Engelen (1) Vermeer-de Weerdt, C.E. (*) 09/04/2022
Boekrecensies
Kerk en krant (12) Bos, J. (*) 10/12/2022
Kerk en krant (11) Bos, J. (*) 26/11/2022
Kerk en krant (10) Bos, J. (*) 12/11/2022
Kerk en krant (9) Bos, J. (*) 15/10/2022
Kerk en krant (8) Bos, J. (*) 24/09/2022
Kerk en krant (7) Bos, J. (*) 30/07/2022
Kerk en krant (6) Bos, J. (*) 25/06/2022
Kerk en krant (5) Bos, J. (*) 21/05/2022
Kerk en krant (4) Bos, J. (*) 29/04/2022
Kerk en krant (3) Bos, J. (*) 09/04/2022
Kerk en krant (2) Bos, J. (*) 26/03/2022
Kerk en krant (1) Bos, J. (*) 05/03/2022