De bezwaarde, die maar niet gehoorzaam werd

Voor u ligt een Schriftoverdenking van dr. K. Schilder, geschreven in augustus 1945.[1] Over een gedeelte uit 1 Koningen 13 wordt nagedacht.

Bezwaard zijn als in de kerk van de Heere dwalingen worden toegelaten: Wat staat Gods kind dan te doen. Onderstaande Schriftoverdenking geeft antwoord.

Voor de goede orde merk ik op dat enkele taalkundige aanpassingen zijn gedaan, i.v.m. inmiddels verouderd taalgebruik, en paragraaf-omschrijvingen zijn toegevoegd.

C.A. Teunis

 


11. Nu woonde er in Bethel een oude profeet. Zijn zoon kwam en vertelde hem alles wat die man Gods die dag in Bethel had gedaan ……….

14a. Toen ging hij de man Gods achterna ……….

18. Toen zei hij tegen hem: Ik ben ook een profeet, zoals u, en een engel heeft door het woord van de HEERE tot mij gesproken: Laat hem met u terugkeren naar uw huis, en laat hij brood eten en water drinken. Hij loog echter tegen hem.

19a. Toen keerde hij met hem terug.

1 Koningen 13: 11, 14a, 18,19a

 

Bethel → Beth-Aven
Bethel.

De naam betekent: huis van God.

Maar het was Beth-Aven geworden (Hosea 4:15 enz.), d.w.z. een huis van de afgod.

 

Eigenwilligheid
Koning Jerobeam had, hoofdzakelijk ter bewaring van zijn machtspositie, er een hiërarchie ingevoerd, een machtsapparaat, dat de zonen van Abraham knechtte, en had, met een algehele verkrachting van de uitdrukkelijke bevelen van de Heere, te Bethel de stier-kalverdienst ingericht. De openbaring van de Heere met betrekking tot de eredienst derhalve in de wind geslagen. De mensen afgetrokken van Jeruzalem, d.w.z. afgetrokken van de goede kerkenordening; en op die manier de eigenwilligheid ten top gevoerd.

Het was heel erg mis.

Hij zondigde en DEED ook Israël zondigen. Iedereen moest zich feitelijk conformeren: de wil was zó.
Dat het mis was begrepen duizenden mensen. Ze waren bezwaard. Geen wonder: ze waren heel anders grootgebracht. Ze hadden het honderdmaal anders geleerd, en ook anders gezegd.

 

Ruimte voor bezwaarden
Maar tussen bezwaard-zijn en gehoorzaam-zijn ligt vaak een lange afstand.

Jerobeams kerk-formatie duldde wel de bezwaarden: de koning was veel te slim, dan dat hij het bezwaard-zijn niet met veel “begrip” zou tegentreden. Maar al was er in “zijn” kerkformatie plaats voor bezwaarden, er was geen plaats voor gehoorzamen.

Bevel was bevel. Wil was wil. De “orde”- dáár tegen mocht niemand “feitelijk” ingaan. Ook niet, als hij vond, dat de orde van Jahwe anders beval dan de orde van de koning. De hiërarchie bediende de machtsapparatuur. En dat het ménens was met die macht, dat liet de koning terdege voelen. De koning liet zelf een groot feest aanrichten, het feest van de N.E.E., de Nationale Eigen Eredienst. Zelf zou Zijne Majesteit het altaar bestijgen, d.w.z. optreden als N.E.E.-hogepriester, als pontifex maximus.

(Toevoeging van C.A. T.: Pontifex heetten in het oude Rome de leden van het hoge priesterlijk college, waaraan de zorg voor de godsdienstzaken was toevertrouwd. Pontifex maximus, opperpriester, was oorspronkelijk de voorzitter van het college, later was dit de keizer. Deze titel Pontifex maximus is daarna ook aan de paus gegeven).   

 

Overwon Jerobeam snel de bezwaarden?

O neen. Er bleven vele bezwaarden.

Hij moest zelfs aanvankelijk voor de N.E.E. zich behelpen met priesters „die hij gemaakt had”; natuurlijk had hij liever levieten gehad, evenals Micha de Efraïmiet (Richteren 17). Maar de beter gezinden onder hen wilden toch van Jerobeams kalverendienst niets weten.

Speciaal te Bethel moest Jerobeam zich met niet-Levietische priesters behelpen.

De bezwaarden waren zelfs georganiseerd geweest. En hadden zelfs publiek geprotesteerd. Flink?

Ja. De stukken waren er afgevlogen. Ze hadden de hiërarchie goed de waarheid gezegd; soms zelfs iets gedaan.

Uit alle delen van Israël trokken de priesters en Levieten naar Judea; blijkbaar wilden zij aan Jerobeams heiligdommen niet dienen (uitzonderingen daargelaten).

Maar niet alle bezwaarden worden gehoorzaam.

Het blijven-protesteren loopt vanzelf ten einde. Het bij-protesteren-blijven ook.

Zo was het ook met die man, die, hoewel “godsman”, in Bethel woonde.

 

Degeneratie
Waarschijnlijk was hij voortgekomen uit de profetische kringen, die zich sedert Samuëls dagen zeer hadden uitgebreid ……. .. en waartoe ook Ahia de Siloniet behoorde. Maar niet alle profeten uit deze kringen stonden zo pal voor de zuivere dienst van de Heere als Ahia ……

Er was een degeneratie ingetreden, waardoor de opkomst werd voorbereid van een beweging, die wij kortweg „valse profetie” kunnen noemen.

Een degeneratie, die zich openbaarde in slapheid tegenover Jerobeams beeldendienst.

De oude Betheliet is nu echt zo’n gedegenereerd profeet. Zijn enige protest tegen de stiercultus is, dat hij zelf er niet heengaat. Verder zou hij vermoedelijk alles op zijn beloop hebben gelaten, wanneer de man uit Juda niet was opgetreden.

„De man uit ]uda”?

Ja.

 

Prediking
Op het juiste moment d.w.z. juist op de dag, dat Zijne Majesteit publiek zal paraderen als Opperpriester van de N.E.E., als eerste lid van het Rijks-moderamen van de H.C., de Hiërarchische Cultus, komt daar ineens in Bethel, dat voor de gelegenheid feestelijk is uitgedost, een profeet uit Juda binnenstormen.

Uit Juda.

Niet uit het tienstammenrijk dus van Jerobeam, maar uit het twee-stammen-rijk, waarvan Jeruzalem met zijn wettige Eredienst het centrum was.

Deze profeet slingert zijn banvloek tegen het altaar van de N.E.E. van Jerobeams politieke grootheid. En dadelijk nadat hij zijn opdracht heeft uitgevoerd, trekt hij zich terug, gaat, zonder ergens te logeren, zonder een restaurant zelfs binnen te lopen, die goddeloze omgeving verlaten.

Ook dat immers behoorde tot zijn prediking.

Hij moét van de Heere zo haastig vertrekken. Die zinnebeeldige handeling behoort tot z’n opdracht; met woorden, maar ook met de illustratieve dáád moet hij preken.

Dit vertrek-in-ijltempo wil zo kras mogelijk zeggen: een goed bezwaarde houdt het hier niet langer uit; van bezwaard-zijn moet het komen tot gehoorzaamheids-betoon.

Met deze hiërarchie kan een trouwe knecht van God zich niet associëren; hij moet het tafellaken doorsnijden.

Wie het tafellaken doorsnijdt tegenover degenen, die – als Jerobeam – het tafellaken doorsneden tegenover de getrouwen, die herstelt de tafelgemeenschap met en van de getrouwen.

Jerobeam, u bent schismatiek: u hebt de scheur gebracht; u hebt de geboden van de Heere verworpen; u hebt de afspraken geschonden.

Als ik – profeet uit ]uda – dus met u en uw stad en uw N.E.E.-apparaat geen gemeenschap onderhoud, ben ik: niet schismatiek, maar dan is mijn weigering-van-samenwoning met u een positieve daad van kerkelijke eenheid met hen, die de wet van de Heere getrouw bewaren.

 

Wel/geen compromis
Natuurlijk voélde de oude man uit Bethel die zweepslag.

Deze collega-godsman snijdt alle compromis openlijk af; maar hij zelf heeft praktisch van het compromis geleefd …. ..

Hij voelt de zweepslag.

 

Maar hij bekeert zich niet.

Hij wordt het typisch voorbeeld van alle bezwaarden, die, eenmaal geplaatst voor de keus van radicale gehoorzaamheid-met-de-daad, ja of neen, de moed missen voor de keuze van het ja, en daarna – ze willen zich een houding geven – de felste opponenten worden: ze zijn wel bezwaard, máár: „men moet niet breken”.

Ze bedoelen: niet breken met de omgeving.

En om dit onschriftuurlijk advies te kunnen volhouden, zeggen ze straks óók: niet breken met de zonde.

Wel bezwaard zijn, maar – als ‘t er op aankomt – niet met-de-daad-gehoorzaam worden.

En om dát onschriftuurlíjk advies te kunnen volhouden, redeneren ze straks zó: het radicaal-breken-met-de-zonde is zelf ongehoorzaam; het ís: breken-met-het-gebod, het gebod van de eenheid. Ze vergeten, dat de eenheid zaak van gehoorzaamheid is. En ze stellen zich aan, alsof God het momentele gegeven getal van hen, die ergens samen-wonen stelt boven de acute gehoorzaamheid.

Zo ontsteekt Satan in het hart van den ouden Betheliet het vuur van de valse profetie. Hij laat inspannen, rijdt de Judese collega achterna en zegt tot hem: ga maar gerust mee met mij, om toch in Bethel te logeren, want de Heere heeft zijn aan u gegeven verbod-van-logíes-aldaar in een gesprek met mij gewijzigd: het anti-verbroederingsverbod is opgeheven, ga mee.

 

De boodschap
Het eind van de historie is, dat de Judese godsman zich laat bepraten. Hij gaat mee. Ze gaan samen de maaltijd gebruiken. En dan werpt de Geest Gods z’n vlammen tegen hem: omdat u dit gedaan hebt, en uw mooie preek hebt krachteloos gemaakt, en door uw ongehoorzaamheid uw bezwaren-inbrengen hebt ontkracht, daarom wordt u niet bij uw vaderen begraven.

Spoedig is dat oordeel ook voltrokken.

Op de terugweg verslaat een leeuw hem, die hem evenwel niet verslindt. Zijn lijk wordt door de Heere publiek tentoongesteld, opdat ieder zal weten, dat God uit dode profeten nog de preekstof weet te halen, die de levenden hebben veronachtzaamd en dat Hij het heel erg geméénd heeft met zijn anti-verbroederings-gebod.

Het gebeente van de Judese profeet komt dan ook daarná  nogmaals ter sprake ten dage van de reformatie van Josía (2 Kon. 23 : 18). Het treedt dan aan het licht, dat de Heere zijn anti-verbroederings-gebod gered heeft uit de nivelleringspogíngen van zijn zwakke knechten. En dat Hij het na vele jaren nog herhaalt en accentueert.

 

En dit is dan één van de vele bijbelse gegevens met betrekking tot bezwaarden, die niet voortvaren tot de gehoorzaamheid;
-protesterenden, die niet komen tot de vrijmaking van zonden, die hen meeslepen;
-die om het getál in de hand te houden ook maar de zonde aan de hand houden.

Laat zulk een dwang voor u niet nodig wezen.

Vrijmaking schept de ware eenheid, en redt het verband.

 

[1] K. Schilder, Schriftoverdenkingen deel 3 (Goes: Oosterbaan & Le Cointre N.V., 1958), pp. 20-23.

 

 

 

 




Het huwelijk tussen man en vrouw in Christus (1)

Door: G.H. Plaggenmars (Laar, Dld.)

 

Waarom deze titel, en wat heeft Christus met jouw huwelijk te maken? Is het huwelijk niet iets tussen man en vrouw, iets wat binnen de muren van je huis besproken dient te worden? Moet je daar niet samen uit komen? Nee, beslist niet! Nooit kan of mag je Christus weglaten uit je huwelijk; zonder Hem is of gaat het huwelijk kapot! Eenheid in het geloof is eenheid in het huwelijk.

Hoe denken veel mensen over deze triangel (Christus – man – vrouw) en wat is zo’n huwelijk? Houdt dat in dat er op gezette tijden gebeden en gelezen wordt, als het past in de planning? Waar de jeugd naar de bijbelschool gaat, of naar catechisatie en vereniging? Waar men het liefst naar een christelijke school gaat als het niet teveel moeite kost, en als er tijd is twee keer per zondag naar de kerk wordt gegaan? Is dit het huwelijk wat we moeten nastreven, of is dit slechts het begin ervan? Ik zou zeggen: dit is het begin ervan. Wat ik noem zijn zichtbare dingen, maar het christelijke huwelijk gaat toch dieper.

 

Moeilijkheden…
Hoe werkt het huwelijk in Christus praktisch uit wanneer er moeilijkheden zijn? In elke relatie zijn er immers weleens moeilijkheden. Dit werkt tot versterking of tot verwijdering van elkaar. Christus is voor ons de bindende factor in ons huwelijk: met de Bijbel in de handen kunnen we elkaar altijd weer vinden. Dus in Christus! Dan buig je je hoofd, of slik je een keer en praat je verder, want je wilt samen in Christus verder, je huwelijk is voor God en door God gezegend, zoals het huwelijksformulier zegt:

Het huwelijk is niet bedacht door mensen, maar ingesteld door God zelf. Dat blijkt direct aan het begin van de geschiedenis van de mensheid, zoals die wordt beschreven in het boek Genesis. Nadat God hemel en aarde had geschapen, vormde hij de mens als man en vrouw. Hij schiep hen naar zijn beeld en gaf hun samen de opdracht de aarde te beheren en in cultuur te brengen. God had eerst de man geschapen en liet hem ervaren dat het niet goed was alleen te zijn. Onder de levende schepselen trof Adam er niet één aan die bij hem paste. Hij miste iemand met wie hij het leven kon delen.  Daarom liet God een diepe slaap over de man komen en bouwde uit een van zijn ribben een vrouw.

Je zult hier misschien tegenwerpen: ‘Ja, het is makkelijk te zeggen: ‘In Christus komen jullie er wel uit. Jij kent mijn problemen of verdriet niet!’’ Maar heb je dan de triangel goed voor ogen? Jij, je echtgenoot/echtgenote en Christus? Je staat altijd tegenover twee! Ik zeg niet dat je ongelijk hebt, je echtgenoot of echtgenote kan ook ongelijk hebben. Daarom kan je met de Bijbel in de hand, met Gods Woord, elkaar weer vinden. Elke keer opnieuw.

Dit teruggaan naar de ‘basis’ is dan ook heel belangrijk, maar dan moeten jullie het beiden willen en doen. Gaat dit fout, dan is dat altijd als je de triangel weggenomen hebt. Dit kan door één van beiden gebeuren, ook al reken je zelf wel met Christus.

Hoe moet je verder wanneer bijvoorbeeld binnen het huwelijk de kerkkeuze moeilijk ligt?  In deze tijd van onrust binnen onze kerk zie je ook binnen de gezinnen de discussie weer aangewakkerd worden. Mensen van buiten de ware kerk komen met ‘bijna waarheden’ soms een heel eind. Het is dan juist zo belangrijk het gesprek samen aan te gaan, en ook zelf te onderzoeken wat er gevraagd wordt, of misschien niet gevraagd wordt. Je hoeft niet na te apen wat een ander zegt, maar mag en moet zelf onderzoeken wat er van je gevraagd wordt (je geestelijke wapenrusting aantrekken). Natuurlijk mag je getuigen, maar overtuigen kan je als mens niet, dat moet je in je hart gegeven worden. Je wordt er verdrietig van als je je echtgenoot of echtgenote achter moet laten in een andere kerk. Maar juist dan blijft jouw getuigenis over! En dan zul je moeten vechten voor je huwelijk (en eventuele kinderen) en steeds opnieuw blijven getuigen!

Dan lijkt het vaak eenzaam of heb je misschien het gevoel dat je tekort hebt geschoten. Dan mag je zien op Christus: Hij staat naast je en helpt je bij elke stap. Dit is misschien ‘makkelijk gezegd’ en hoe eenvoudig struikelen we niet hierin, vaak zelfs over dezelfde rotsblokken. Elke avond moeten we het hoofd weer buigen. Doe dit dan samen! Geef toe dat je zondig bent tegenover elkaar en ook tegenover je kinderen; bid persoonlijk aan tafel en neem je dagelijkse beslommeringen mee in het gebed; bid voor de kerk aan tafel voor je ouderling en diaken en de kerkenraad; bid voor de overheid. Laat zien waar je hart vol van is: dan zul je elkaar weer vinden. Maar dan moet Christus wel jullie bindende factor zijn.

 

Het huwelijk in Christus en kinderen
Het huwelijk in Christus zal ook zijn uitwerking hebben op de verhoudingen in een gezin met kind(eren). Een vader kan soms boos zijn op zijn kind en straf uitdelen en achteraf toch moeten erkennen dat dit onterecht was. Dit valt niet mee tegenover opgroeiende kinderen: ze noemen je vader, zoals ze ook de Hemelse Vader mogen noemen. Dan moeten we sorry zeggen en toegeven maar een zwak en zondig iemand te zijn ten opzichte van onze Hemelse Vader. Als ‘aardse vader’ kun je dit dan goed maken en eventueel samen met je kind (naast een kus en een knuffel) bidden tot de Hemelse Vader – Hij heeft het wél goed gezien en ik als aardse vader niet, dan gaan we met onze Vader praten!

Ook kan ik me voorstellen dat als je ouders bent met kinderen die gestudeerd hebben, je het gevoel hebt dat je snel uit gepraat bent. Maar wereldse kennis waar mensen op afgerekend worden, is dat hetzelfde als geloven in onze Vader? Nu stel ik hem scherper: is iemand met een handicap minder qua geloof dan iemand met een master opleiding? Ja, dit is een rare vraag en je gevoel zegt nu: nee, dat kan niet zo zijn. En inderdaad, dat kan niet zo zijn. Daarom: in je huwelijk en ook in het gezin ben je één in Christus, als het goed is. Dan sta je niet bóven elkaar, maar ben je elkaar tot hand en voet! Dan probeer je dienend te zijn in je huwelijk en gezin en probeer je elkaar te helpen in Christus!

 

Het kinderloze huwelijk
Kinderen zijn voor velen een deel van het huwelijk. Maar is het anders als God ze niet geschonken heeft? Opnieuw een vraag waarvan je gevoel zegt: nee, en opnieuw klopt dat. Al werd er in het verleden wel eens zo, verbazingwekkend genoeg, naar gekeken. Ook de afgelopen jaren hoorde je wel eens van die opmerkingen: ‘Daar zal wel wat zijn, want ze hebben geen kinderen’, of: ‘Die man of vrouw zal wel wat gedaan hebben, want God heeft hun of hem zo gestraft’. Broeders en zusters, ik kan hier met een paar korte opmerkingen op reageren.

We zijn samen één lichaam: de één kan niet zonder de ander, we hebben allemaal onze taak. Gemis zal er zijn wanneer het huwelijk kinderloos blijft, dat is zeker, maar doordat we samen één lichaam zijn, mogen we samen onze kinderen opvoeden! Dat is een taak van alle gelovigen in de kerk! Kritiek geven is het makkelijkste wat er is. Onze tong is onze grootste vijand! Vergeet niet dat de Bijbel ons leert elkaar niet makkelijk te verwerpen: “De steen, die de bouwers verworpen hadden, is tot een hoeksteen geworden” (Ps. 118:22).

 

Triangel
Het huwelijk in Christus zal zijn uitwerking hebben op ons gehele leven. Veel zou genoemd kunnen worden, zoals het gebruik van televisie, smartphones, internet, etc. Kunnen we dat precies voor een ander bepalen? Het lijkt me niet, maar voorzichtigheid is wel geboden. En daarin op elkaar toezien en aanspreken mag en moet kunnen.

Beslissend is steeds de triangel, het huwelijk in Christus, wat doorslaggevend is voor het huwelijks- en gezinsleven en ook doorwerkt in de kerk. De kerk, waarin je uiteindelijke gezin, je familie is, daar zijn je kinderen! Je mag in de kerk op elkaar toezien en elkaar helpen in Christus! Op alle vlakken elkaar helpen, bijstaan en aanspreken. De toon is wel bepalend. We mogen elkaar dienen: eerst binnen het huwelijk en dan daarbuiten, waarbij ook oudsten (ouderlingen) zijn aangesteld om de kerk (gemeente) te dienen.

Dienen, elkaar tot hand en voet zijn, is moeilijk. Je laten aanspreken geeft nooit een fijn gevoel, maar als je dan samen in gebed kan en beiden je hoofd buigt kunnen we wel samen verder komen. En dan kan Christus Zijn Kerk bouwen. We mogen er op vertrouwen dat Hij bouwt in ons gezin en in de kerk. Zo mogen we samen bouwen, opdat de bruid wordt voltooid.

 




De dood tegemoet

Vandaag aflevering 16 in de rubriek ‘Genade geneest’.

 


 

Door Gods genade gebeurt het veelal, dat we tientallen jaren leven mogen, gespaard mogen worden voor onze kinderen en kleinkinderen, zelfs ook voor onze achterkleinkinderen. Maar hoe oud we ook worden, er komt eens een eind aan. Het jaar, dat onlangs weer is aangevangen, herinnert er ons aan, dat de tijd voortsnelt en dat als de Heere ons althans zolang spaart, dat wij oud worden en het eind beginnen te naderen.

Het lichaam verzwakt, het oog verdoft, het oor hoort moeilijk, de gang wordt traag. Het gaat onherroepelijk de dood tegemoet.

Maar het is voor wie de Heere heeft leren vrezen, geen oorzaak van angst. Althans dat behoeft niet zo te zijn.

Als het besef tot ons doordringt, misschien door een ernstige ziekte, die ons heeft aangetast, misschien door de gebreken van de ouderdom alleen, dat het, naar de mens gesproken, niet lang meer zal kunnen duren, dan zien we niet in angstige vrees vooruit: hoe wordt het met mij, waar zal ik eeuwig zijn? maar met de zekerheid: het komt goed, want daar zorgt de Heiland voor.

Natuurlijk, het kan wel pijn doen, als alle banden aan hen, die wij hebben liefgehad, moeten en zullen worden, doorgesneden, maar wat we ontvangen is duizendmaal meer dan wat we moeten achterlaten. Wij kunnen en durven er rustig aan denken en er over spreken, we schrikken ook niet voor deze werkelijkheid terug.

U verstaat wel, ik heb het over hen, die in Jezus Christus werkelijk geloven, op Hem hopen, door Hem gerechtvaardigd zijn bij God. Die in oprechtheid met en voor de Heere wandelen. Van hen geldt immers dat hun leven Christus is en daarom is hun sterven gewin.

O, ja‚ als we vreemd zijn aan, of onverschillig zijn ten opzichte van die Heiland, dan is het niet best als we sterven moeten, dan is er terecht vrees in het hart, en als die vrees er dan niet is dan komt dat hiervan dat de Satan een verdovingsmiddel toedient zodat wij de vreselijke werkelijkheid niet zien.

Zeker, de dood is en blijft een vijand. Hij is niet, zoals wel wordt gezegd, het noodzakelijk einde van ons leven. Hij hoort niet bij het leven. En dat de dood nu op elk leven volgt, dat heeft zijn oorzaak in de zonde. En als de dag daar is, waarop aan alle zonde een einde komt, heeft ook de dood zijn eind gevonden, dan is er geen sterfbed meer.

Ik denk hier even aan het sterfbed van Jacob en van Jozef. Jacob left zijn voeten tezamen op zijn bed- hij gaat welbewust en onbevreesd de dood tegemoet. Jozef zegt doodkalm, ik zou bijna zeggen, alsof er niets aan de hand is: zie ik ga sterven.

Het wil nog wel eens gebeuren, dat men de naderende dood voor een ernstig zieke verzwijgt. Het mocht hem een kwaad doen.

Maar waarom zou een christen bang zijn voor de dood? Wat kwaad heeft hij van de dood te vrezen? Is in ons sterven Gods belofte dan niet geldig? Is dan het evangelie van kracht beroofd? Integendeel, juist omdat u op Gods belofte steunt, omdat het evangelie u sterk maakt, verricht u ook in uw sterven een daad van het geloof.

Sterven is toch voor Gods kinderen niet echt sterven. Dat is het geweest voor Jezus Christus. Door Hem opent de dood nu voor ons een heerlijke toekomst: het eeuwig, zalig leven. De dood geeft aanstonds de ingang in Zijn hemels Koninkrijk. Waarom zullen wij dan bij ziekbedden, die sterfbedden dreigen te worden, angstvallig doen, alsof er niets aan de hand is.

Wat een voorrecht om zo de dood tegemoet te gaan en Hem zonder schrik in de ogen te zien.

Ja, Gods beloften falen niet, ook niet als wij eens moeten sterven. Mogelijk dit jaar. Kunnen wij dan niet rustig zijn?